,Ziekte/welzijn continuüm
Theorie van Antonovsky dat gezondheid en ziekte geen dichotomie
vormen maar een continuüm waarop iedereen zich bevindt. Verschuiving
richting ziekte ontstaat bij cumulatie van stressoren en
verminderde copingbronnen.
Gezondheid
Toestand van fysiek, psychisch en sociaal welzijn en niet louter
afwezigheid van ziekte. Verstoring in één domein beïnvloedt via
systeeminteractie andere domeinen.
Mind-body probleem
Filosofische kwestie over de relatie tussen geest en lichaam binnen
dualistisch denken. Strikte scheiding belemmert integrale verklaring van
ziekteprocessen.
Biomedisch model
Theorie dat ziekte uitsluitend voortkomt uit fysiologische afwijkingen zoals
infecties of biochemische disbalans. Uitsluiting van psychologische en
sociale factoren beperkt preventie en herstelverklaring.
Risicofactor
Variabele die statistisch samenhangt met verhoogde kans op ziekte zonder
directe causaliteit te impliceren. Accumulatie verhoogt morbiditeit en
mortaliteit.
Persoonlijkheid
Relatief stabiele cognitieve, affectieve en gedragsmatige disposities die
stressrespons en leefstijl sturen. Disfunctionele trekken verhogen
cardiovasculair en psychisch risico.
Psychosomatische geneeskunde
Benadering waarin psychische processen fysiologische veranderingen
kunnen initiëren of onderhouden. Onbewuste conflicten kunnen
lichamelijke symptomen genereren.
Medische psychologie
Toepassing van leertheorieën zoals klassieke en operante conditionering
op gezondheidsproblemen. Gedragsverandering beïnvloedt ziekteverloop
en therapietrouw.
Gezondheidspsychologie
Discipline die gedrag, cognitie en sociale context integreert in preventie,
behandeling en zorgbeleid. Doel is reductie van risicogedrag en
optimalisatie van herstel.
2
, Biofeedback
Techniek waarbij fysiologische processen via externe feedback bewust
gereguleerd worden. Training vermindert autonome stressactivatie.
Biopsychosociaal model
Theorie dat biologische, psychologische en sociale systemen wederzijds
causale interacties vormen in gezondheid en ziekte. Verstoring in één
systeem veroorzaakt cascades in andere systemen.
Biologische factoren
Genetische predisposities en fysiologische processen die kwetsbaarheid
bepalen. Disfunctie verhoogt ziektekans.
Psychologische factoren
Cognities, emoties en motivatie die gedrag en stressregulatie
beïnvloeden. Maladaptieve patronen versterken pathofysiologische
processen.
Sociale factoren
Invloeden van gezin, gemeenschap en cultuur op gedrag en gezondheid.
Ongunstige sociale omstandigheden vergroten gezondheidsongelijkheid.
Systeemtheorie
Concept dat organismen bestaan uit onderling afhankelijke subsystemen.
Verandering in één component beïnvloedt het gehele netwerk.
Levensduurperspectief
Benadering dat gezondheid bepaald wordt door cumulatieve
ontwikkelingsprocessen. Vroege blootstelling aan stress verhoogt latere
ziektegevoeligheid.
Geslachtsperspectief
Analyse van biologische en sociaal-structurele sekseverschillen in
ziektepatronen. Negeren van verschillen leidt tot suboptimale
interventies.
Epidemiologie
Wetenschap die frequentie, verspreiding en determinanten van ziekte in
populaties onderzoekt. Identificatie van patronen ondersteunt
preventiestrategieën.
Mortaliteit
Sterftecijfer binnen een populatie over tijd. Stijging wijst op verslechterde
gezondheidscondities.
Morbiditeit
Mate van ziekte en beperking in een populatie. Hoge morbiditeit verhoogt
zorgbelasting.
3