,Arbeids- en gezondheidspsychologie (A&G)
Psychologische discipline gericht op het bestuderen en bevorderen van
welzijn en gezondheid op het werk via optimale afstemming tussen
persoon en organisatie. Verstoring leidt tot disfunctioneren, verminderde
prestaties en gezondheidsproblemen.
Welzijn
Toestand van individueel welbevinden én objectieve arbeidskenmerken die
dit bevorderen. Gebrek eraan verhoogt risico op stress en uitval.
Gezondheid (breed begrip)
Multidimensionaal concept dat lichamelijke, geestelijke gezondheid en
gezondheidsgedrag omvat. Disbalans beïnvloedt functioneren en
inzetbaarheid.
Affectief welbevinden
Ervaren positieve emoties en afwezigheid van negatieve emoties in
werkcontext. Aanhoudende negatieve affectie vergroot kans op psychische
klachten.
Competentie
Ervaren bekwaamheid om werk effectief uit te voeren. Verminderde
competentiebeleving ondermijnt motivatie en prestatie.
Autonomie
Ervaren handelingsvrijheid en invloed op eigen werk. Gebrek eraan
verhoogt stress en verlaagt betrokkenheid.
Aspiratie
Mogelijkheid om doelen na te streven en zich te ontwikkelen. Blokkade
leidt tot frustratie en demotivatie.
Werk (psychologische definitie)
Gestructureerde, doelgerichte en verplichtende activiteit waarmee waarde
wordt gecreëerd. Overbelasting of mismatch veroorzaakt mentale en
fysieke klachten.
Optimale afstemming persoon–organisatie
Balans tussen capaciteiten, behoeften en waarden van de werknemer en
eisen en doelen van de organisatie. Mismatch vergroot risico op burn-out
en uitval.
Primaire preventie
Voorkomen van gezondheidsproblemen door aanpak bij de bron van
belasting. Ontbreken leidt tot structurele risicoblootstelling.
2
, Secundaire preventie
Vroegtijdig ingrijpen bij eerste symptomen om schade te beperken. Te late
interventie vergroot chroniciteit.
Tertiaire preventie
Behandeling en re-integratie na ziekte of uitval. Onvoldoende
herstelbevordering leidt tot langdurige arbeidsongeschiktheid.
Psychologisch contract
Subjectieve verwachtingen over wederzijdse verplichtingen tussen
werknemer en organisatie. Schending veroorzaakt stress, wantrouwen en
verminderde betrokkenheid.
Psychosociale arbeidsbelasting (PSA)
Werkfactoren zoals werkdruk, pesten en ongewenst gedrag die psychische
belasting veroorzaken. Onbeheerst leidt dit tot verzuim en
arbeidsongeschiktheid.
General Adaptation Syndrome (GAS)
Gefaseerd fysiologisch stressreactiepatroon (alarm, weerstand, uitputting)
bij langdurige belasting. Aanhoudende activatie resulteert in
gezondheidsklachten.
Stress (Selye)
Niet de prikkel zelf maar de fysiologische reactie (strain) op belasting.
Chronische activatie tast lichamelijke en psychische gezondheid aan.
Stress- en copingtheorie (Lazarus)
Stress ontstaat door cognitieve beoordeling van eisen en
beschikbare copingbronnen. Ineffectieve coping vergroot kans op
uitputting.
Theoriegestuurd onderzoek
Onderzoek gericht op toetsing van hypothesen binnen de empirische
cyclus om verklarende mechanismen vast te stellen. Gebrek aan theorie
beperkt generaliseerbaarheid.
Probleemgestuurd onderzoek
Onderzoek binnen de regulatieve cyclus gericht op interventie en
verandering in praktijkcontext. Onvoldoende evaluatie belemmert
effectiviteitsbepaling.
Amplitie
Actieve bevordering van vitaliteit, bevlogenheid en duurzame
inzetbaarheid boven het niveau van preventie. Afwezigheid beperkt
positieve ontwikkeling.
3