Paragraaf 1
Om iets te doen heb je energie nodig. Energie is de kracht die dingen laat werken. In Nederland is
aardgas een belangrijke energiebron. Energie die in de loop van miljoenen jaren gevormd zijn uit de
resten van afgestorven platen, bomen en dieren worden fossiele brandstoffen genoemd. Een kleine
deel van het Nederlandse energiegebruik bestaat uit duurzame energiebronnen. Dat zijn
energiebronnen die bij het gebruik ervan nooit opraken.
Zonder fossiele brandstoffen was het hoge ontwikkelingspeil van Nederland (en veel andere landen)
niet mogelijk geweest. Ze zijn de ‘motor’ van onze welvaart.
Het belangrijkste nadeel van de verbranding van fossiele brandstoffen is de verspreiding van extra
koolzuurgas (CO2) in de atmosfeer. Dat is het versterkte broeikaseffect. Meer koolzuurgas houdt
meer warmte van zonnestralen vast. Bijna overal wordt het dan ook warmer. Er is sprake van
klimaatverandering. Door de temperatuurstijging warmt het zeewater op. Daardoor zet het water
uit, neemt meer ruimte in en komt omhoog. Gevolg: de zeespiegel stijgt. De zeespiegel is de
gemiddelde hoogte van het zeewater. Ten tweede smelten (delen van) het landijs en gletsjers. Grote
hoeveelheden smeltwater komen in de zee terecht, waardoor de zeespiegelstijging verder
toeneemt.
Regelmatig komen in Groningen aardbevingen voor, die steeds sterker worden. De aardbevingen
worden veroorzaakt door aardgaswinning uit een laag zandsteen op 3 km diepte. Daardoor daalt de
druk. Door het wegvallen van de druk zakt de laag zandsteen in elkaar. Dat gaat vaak plotseling,
waardoor de bevingen ontstaan.5
Om iets te doen heb je energie nodig. Energie is de kracht die dingen laat werken. In Nederland is
aardgas een belangrijke energiebron. Energie die in de loop van miljoenen jaren gevormd zijn uit de
resten van afgestorven platen, bomen en dieren worden fossiele brandstoffen genoemd. Een kleine
deel van het Nederlandse energiegebruik bestaat uit duurzame energiebronnen. Dat zijn
energiebronnen die bij het gebruik ervan nooit opraken.
Zonder fossiele brandstoffen was het hoge ontwikkelingspeil van Nederland (en veel andere landen)
niet mogelijk geweest. Ze zijn de ‘motor’ van onze welvaart.
Het belangrijkste nadeel van de verbranding van fossiele brandstoffen is de verspreiding van extra
koolzuurgas (CO2) in de atmosfeer. Dat is het versterkte broeikaseffect. Meer koolzuurgas houdt
meer warmte van zonnestralen vast. Bijna overal wordt het dan ook warmer. Er is sprake van
klimaatverandering. Door de temperatuurstijging warmt het zeewater op. Daardoor zet het water
uit, neemt meer ruimte in en komt omhoog. Gevolg: de zeespiegel stijgt. De zeespiegel is de
gemiddelde hoogte van het zeewater. Ten tweede smelten (delen van) het landijs en gletsjers. Grote
hoeveelheden smeltwater komen in de zee terecht, waardoor de zeespiegelstijging verder
toeneemt.
Regelmatig komen in Groningen aardbevingen voor, die steeds sterker worden. De aardbevingen
worden veroorzaakt door aardgaswinning uit een laag zandsteen op 3 km diepte. Daardoor daalt de
druk. Door het wegvallen van de druk zakt de laag zandsteen in elkaar. Dat gaat vaak plotseling,
waardoor de bevingen ontstaan.5