VOOR ONDERDEEL OPDRACHT 1 & 2: TOTAAL 45 minuten
OPDRACHT 1- THEORIEVRAGEN (20 punten: 4 punten per vraag)
Hieronder beantwoord je kort en bondig de 5 theorievragen in de daarvoor
aanwezige tekstboxen. Zorg dat je antwoord in de tekstbox past. Sla je document
tussentijds regelmatig op onder je achternaam en idcode, bijv Jansen187635
1. Wat houdt “leanmanagement” in?
Het creëren van de meeste waarde voor de klant tegen minimale kosten. Het is een
procesgerichte verbetermethodiek en dus gericht op het verwijderen van vespilling in
tijd, middelen, energie en inspanning.
2. Beschrijf welk nut het visualiseren van een proces heeft met een swim lane.
Het gaat om verfijning van de procesvisualisatie. Er worden proceseigenaren (actoren)
toegevoegd aan de procesactiviteiten. Hierdoor is het gemakkelijker om knelpunten te
lokaliseren en te zien wie daarbij betrokken is.
3. Een belangrijk onderdeel van procesmanagement is het meten van
bedrijfsprocessen. Wat heeft een manager aan het meten van
processen?
Meten is weten. Je meet hoe groot de problemen zijn. Door voldoende en goede
metingen uit te voeren komen de verspillingen aan het licht. Dus door het meten
van de processen komen de fouten aan het licht en weet de manager wat er
verbeterd moet worden en zo ontstaat er een plan.
, Klas-TI-1
4. Beschrijf in eigen bewoordingen wat een Pareto analyse inhoudt.
Een Pareto-analyse stelt dat in veel gevallen dat 80% van het gevolg tot stand
komt door 20% van de oorzaken. Dus 80% van de klachten komt van 20% van
de klanten. Uiteindelijk gaat het hierbij om dieperliggende oorzaken achter de
problemen weg te nemen.
5. Beschrijf in eigen bewoordingen wat een visgraat-analyse inhoudt.
Bij een visgraat plaats je de mogelijke oorzaken van het probleem in de kop. En
ga je bij de 6 M’s invullen wat daar misgaat in het proces. Hierbij moet je kijken
naar dieperliggende oorzaken.
Als je klaar bent met het beantwoorden van deze 5 theorievragen ga je door met
opdracht 2 hieronder!