VOGELS EN KLEINE ZOOGDIEREN
INHOUD
Pathologie ...........................................................................................................................................2
Konijnen ..........................................................................................................................................2
Cavia’s en Knaagdieren .................................................................................................................. 11
Radiologie en Farmacotherapie .......................................................................................................... 15
Aanvullende diagnostiek bij Vogels en Kleine Zoogdieren .................................................................. 15
Beeldvormende diagnostiek bij Vogels en Kleine Zoogdieren ............................................................. 28
Radiologie I; Vogel .......................................................................................................................... 34
Radiologie II; KKF ............................................................................................................................ 42
Therapeutische Do’s en Dont’s bij Vogels en Kleine Zoogdieren ........................................................ 51
Plenair middag onderwijs ................................................................................................................... 60
Preventieve zorg voor kleine zoogdieren ........................................................................................... 60
Anatomie KKF................................................................................................................................. 67
Voeding KKF ................................................................................................................................... 70
Preventieve zorg van gezelschapsvogels .......................................................................................... 75
Interactieve casuïstieken KKF ......................................................................................................... 82
Interactieve casuïstieken vogel ..................................................................................................... 101
Infectieuze aandoeningen ............................................................................................................. 118
Hoorcollege Anesthesie en analgesie vogel .................................................................................... 125
Practicum 5: Skillslab kleine zoogdieren ........................................................................................ 132
Zelfstudie: Rassenkennis KKF ....................................................................................................... 140
Hoorcollege: Anesthesie en analgesie KKF ..................................................................................... 149
Anatomie Vogel ............................................................................................................................ 155
Zelfstudie: Rassenkennis Vogel ..................................................................................................... 159
Apotheekbespreking ..................................................................................................................... 172
Hoorcollege: Euthanasietechnieken bij VBD .................................................................................. 173
Chirurgie Rat ................................................................................................................................ 179
1
, Vogels en Kleine Zoogdieren | Jonker, G.G (Gemma)
PATHOLOGIE
KONIJNEN
Konijnen en knaagdieren zijn herbivoren en zijn “hindgut-fermenters”, net zoals paarden.
Ze hebben continu groeiende snijtanden. Konijnen, cavia en chinchilla hebben daarnaast
doorgroeiende (pre)molaren. Ze vertonen allemaal coprofagie, oftewel ze eten ontlasting.
De keutels zijn rijk aan eiwitten en vitaminen en hebben minder vezels.
Heterofielen: = dezelfde functie als neutrofielen van bijvoorbeeld honden, met eosinofiele granulen.
Bevatten andere lytische enzymen dan neutrofielen van honden, katten, enz.
- nauwelijks weefsellysis bij heterofiele ontsteking (in tegenstelling tot neutrofiele ontsteking)
- zeer dikke, zeer viskeuze purulente afscheiding bij ontstekingsprocessen bij konijnen
- verschillende klinische gevolgen van purulente ontsteking bij konijnen versus
honden
Grootste problemen bij konijnen
- Infectieuze aandoeningen
o Viraal: RHDV en Myxomatose
o Bacterieel: Pasteurellose, Ziekte van Tyzzer
o Parasitair: Coccidiose en Encephalitozoon
o Schimmel
- Enteritiscomplex
- Maagdarmkanaal: tandheelkundig, trichobezoar
- Neoplasie: uterine tumoren
Virale infecties
- DNA-virus
o Myxomavirus
o Shopee-fibroomvirus
- RNA-virus
o Rabbit Hemorrhagic Disease Virus (RHD/VHD)
o Rotavirus
o Coronavirus
Myxomatose
- Myxomavirus (Leporipoxvirus)
- Natuurlijke gastheren (Sylvilagus brasiliensis of S. bachmani konijnen in Amerika) →goedaardig
cutaan fibroom
- Europese konijnen (Oryctolagus cuniculus) → fulminante ziekte, myxomatose
- Verspreiding door geleedpotigen (konijnenvlo)
- Autopsie
o Onderhuidse zwellingen rond lichaamsopeningen en gezicht (ogen en oren)
o Longontsteking
o Vaak secundaire complicaties
2
, Vogels en Kleine Zoogdieren | Jonker, G.G (Gemma)
- Diagnose: histologie en PCR-huidonderzoek
o Subcutane proliferatie van grote, stervormige
mesenchymcellen (“myxoomcellen”)
o Slijmerige matrix
o Verspreiding van ontstekingscellen
o Epitheelhyperplasie tot degeneratie
o Intracytoplasmatische eosinofiele
insluitlichaampjes in epitheel- en
mesenchymcellen
o Andere organen:
Longen: proliferatie van alveolair epitheel +
interstitiële pneumonie
Hypertrofie en hyperplasie van reticulumcellen in lymfeklieren en milt
Lymfoïde depletie van de milt
Focale necrose, bloedingen en proliferatieve vasculitis
Systemische reactie van het reticulair endotheliaal systeem (RES)
- Profylaxe: vaccinatie
Shopee-fibroomvirus (SFV)
- Shope-fibroomvirus (Leporipoxvirus)
- Subcutane tumoren tot 7 cm, vrij beweegbaar
- Zelflimiterend, blijven enkele maanden bestaan
- SFV in vaccins tegen myxomatose → soms reactie na vaccinatie
- Histologie
o Gelokaliseerde proliferatie van fibroblasten/stercellen
o Myxoïde tot fibromateuze stroma
o Eosinofiele intracytoplasmatische insluitlichaampjes in
mesenchymale en epidermale cellen
Rabbit haemorrhagic disease virus (RHDV), Virale hemorragische ziekte (VHD)
- Calicivirus – geslacht Lagovirus
- Europees konijn, Oryctolagus cuniculus, zelden overdracht naar andere konijnen en
hazen
- RHDV1: 1984 China; aanvankelijk syndroom met klassieke bloedingen uit
lichaamsopeningen
- RHDV2: 2010 Frankrijk (huidig dominant type); geen uitwendig zichtbare bloedingen
- Klinisch: acuut dood, meerdere dieren, 6 weken en ouder
- Autopsie
o Pulmonair oedeem en bloedingen
o Hepatomegalie met bleke broze lever
o Splenomegalie met uitgebreide bloedingen
o Tracheal oedeem, hyperanemie
- Diagnose: histologie lever, PCR lever
- Histologie
o (per)acute hepatische necrose
o Diffuse intravasculaire coagulatie (DIC)
o Acute pneumonie, uitgebreid pulmonair oedeem
o Glomerulare bloedingen
o Necrose van milt
- Profylaxe Vaccinatie
3
, Vogels en Kleine Zoogdieren | Jonker, G.G (Gemma)
Bacteriële infectie
- Pasteurella
- Bordetella bronchiseptica
- Staphylococcus spp.
- Treponema cuniculi (spirocheet)
- Clostridium piliformis (ziekte van Tyzzers)
Pasteurella
- Acute tot chronische necrotiserende fibrinopurulente ontsteking op een geïnfecteerd orgaan
- Plotselinge dood, meerdere dieren mogelijk → Differentiaaldiagnose: RHD
- Diagnose identificatie van de laesie + kweek
- Pathologie/autopsie
o Rhinitis, middenoorontsteking, conjunctivitis
o Bronchopneumonie, abcesvorming
o Infecties van de geslachtsorganen, miskramen
o Neonatale sterfte
o Acute sepsis
Bordetella bronchiseptica
- In de bovenste en onderste luchtwegen
- Bij normale en zieke dieren
- ∽ verstoring van het opruimingsmechanisme
- Ciliastasis (verminderde beweging van cilia/trilhaartjes) -> ophoping slijm
- Autopsie
o Gelokaliseerde purulente bronchopneumonie
o Differentiaaldiagnose: Pasteurellose
- Histologie
o Purulente bronchopneumonie
o Interstitiële pneumonie
o Chronische peribronchiale lymfoïde
hyperplasie
Staphylococcus spp.
- Staphylococcus aureus (type C)
- Gelokaliseerde abcessen (onderhuids weefsel, borstklier, geslachtsorganen, bindvlies, enz.)
- Embolische abcessen in nieren, hersenen, hart, enz.
- Acute sepsis
- Pododermatitis ('pijnlijke hakken')
- Differentiaaldiagnose: Pasteurellose
Treponema cuniculi (spirocheet)
- Synoniemen: “Venusziekte”, “Konijnensyfilis”
- Spirocheten
- Komt in Nederland veel voor bij wilde hazen
- Laesies:
o Vulva, voorhuid, anale regio, snuit, periorbitale regio
o Oedeem, roodheid, papels
o Ulceratie en korstvorming
4