Filosofie – mnr Anckaert
1. Schets het objectieve mensbeeld zoals verwoord door Decartes en
leg uit hoe binnen dit denken de anatomie en geneeskunde is
kunnen ontstaan
Objectieve mensbeeld volgens Decartes:
- Dualisme: hij maakte onderscheid tussen 2 substanties
o Res congitans: het denkende deel geest, bewustzijn
o Res extensa: uitgebreide deel lichaam, materie
Lichaam = machine: fysiek object dat kan worden onderzocht, ontleed en
vermaakt. Individu word ni echt gzn als sociaal of relationeel wezen, maar
als een lichaam dat functioneert volgens natuurwetten. Da was Decartes’
visie.
Ontstaan anatomie en geneeskunde
- Omdat het lichaam als een object werd gzn, kon het systematisch
worden bestudeerd
o Anatomie = bestudering vh lichaam Vesalius
- Omdat het lichaam ook gezien werd als een mechanisme dat door
de arts kon ‘hersteld’ worden bij afwezigheid of ziekte
o Geneeskunde
Resultaat biomedisch model: mens werd primair gezien als object van
zorg en studie. Los van subjectieve ervaringen of sociale context
Autonomie vd patiënt: nauwelijks aanwezig, zo werd behandelt als een
passief object
Daaruit volgt eigl het top – bottom model:
- De arts kijkt eigl vanboven op de zo. De zv heeft een abstract idee
van wat goed of gezond is voor de zo. Dat beeld word op de zo
toegepast, zo is passief. En ondergaat de zorg die word opgelegd,
eerder dan dat hij zelf keuzes erover kan maken of inspraak eeft.
De nadruk ligt eigl op de technische correctheid ipv op de persoonlijke
betekenis of zingeving.
, 2. Wat is de ethische attitude verbonden met het mensbeeld van
Decartes?
Het ethische ideaal ligt in het genezen van het lichaam en maximaliseren
vd fysieke gezondheid
Een ethische attitude is eigl de houding van waaruit iemand naar de
mens, et goede en het handelen kijkt en van waaruit hij of zij morele
beslissingen neemt. Tis geen wet, of geen checklist van wa mag en ni mag
ma tis eigl een grondhouding. Het bepaalt dus wat jij ziet als moreel
relevant, wie telt, en hoe je handelt. Die ethische attitudes worden
gekoppeld aan mensbeelden en elk mensbeeld draagt een
ethische attitude in zich
Dus bij Decartes is de ethische attitude: het technisch instrumentele
attitude
- Em vind da ‘het goede’ gelijkgesteld is aan wat objectief juist is
(ethisch goed = medisch goed)
- Em vind dat het moreel juiste is wat da werkt en efficiënt is.
- Dus de beslissingen vallen vanuit het top – bottom model want em
vind da de arts beslist wa er goed is vo de zo. Das de ethische
attitude binnen et objectieve mensbeeld van Decartes
De kenmerken hierbij zijn:
- Top – bottom model: abstracte definitie van gezond menszijn word
toegepast op ieder individu
- Paternalisme: artsen beslissen over wat goed is voor de patiënt,
zonder diens input
- Medisch goed = ethisch goed: wat medisch mogelijk is word
gelijkgesteld aan wat ethisch wenselijk is (das dus ni zo want tis ni
omda et medisch moet ofz da de patiënt da ook wil of daarmee
akkoord gaat)
- Autonomie vd patiënt is zoals gezegd een beetje aan de kant
geschoven. Weinig ruimte, het lichaam is een object dat beheerst
moet worden.
- Dus das wak zei in da tekstje
3. Leg het verband uit tussen het individualistische mensbeeld van
Sartre en het ontstaan van cliëntgerichte zorg
Eigl ist individualisme gericht op de cliëntgerichte zorg, das eigl de zorg
dawe nu ook beetje gaan toedienen. Da de patiënt centraal staat enal
(denk aan DRZ). Manie volledig.
, Uitleg over Sartre’s individualisme
- De existentie gaat vooraf aan de essentie. Da wil eigl zegn da
et bestaan en de keuzes / wil vd mens belangrijker is dan wat er eigl
medisch gezien het beste is. Das eigl beetje et omgekeerde van
Decartes mensbeeld
- Patiënt word gzn als een cliënt. Volledige zelfbeschikking en
persoonlijke waarden staan centraal. Voordelen hiervan zijn
autonomie en vrijheid.
- Waarom ze nu spreken van een cliënt ipv patiënt: patiënt komt vant
latijn ‘pati’ en da betekend lijden, ondergaan.
o Da impliceert:
Passiviteit
Iemand ondergaat zorg
De zv (arts) weet wat goed is
Objectieve mensbeeld Decartes, biomedisch
model)
Cliënt verwijst naar iemand die een dienst afneemt
o Da wil zeggen
Actieve rol
Keuzevrijheid
Zelfbeschikking
De zv biedt dus opties aan, maar tis de cliënt die
beslist.
Drm spreken ze dus nu van cliënt ipv patiënt want da botst met
Sartres idee van radicale vrijheid en verantwoordelijkheid.
- Tis e radicaal individualisme : ieder individu is volledig
verantwoordelijk voor zijn bestaan en zelfdefinitie
- De ethiek ierachter is da de morele verantwoordelijkheid ligt bij
de cliënt zelf, keuzes zijn morele scheppingen. Dit kan natuurlijk
ook leiden tot problemen want de cliënt zal alleen comfortabele
oplossingen kiezen (ma die zijn ni altijd de beste)
Verband met de cliëntgericht zorg:
- Is eigl simpel e, zorg verschuift van een objectief ideaal genezen
naar gericht op de waarden en keuzes van de cliënt.
- De cliënt staat centraal; de zv ondersteunt iemands zelfgekozen
doelen
- Praktisch: de zorgplannen worden individueel afgestemd, rekening
houdend met de voorkeuren, behoeften en levensprojecten
4. Geef de basisstellingen van de utilitaristische ethiek
1. Schets het objectieve mensbeeld zoals verwoord door Decartes en
leg uit hoe binnen dit denken de anatomie en geneeskunde is
kunnen ontstaan
Objectieve mensbeeld volgens Decartes:
- Dualisme: hij maakte onderscheid tussen 2 substanties
o Res congitans: het denkende deel geest, bewustzijn
o Res extensa: uitgebreide deel lichaam, materie
Lichaam = machine: fysiek object dat kan worden onderzocht, ontleed en
vermaakt. Individu word ni echt gzn als sociaal of relationeel wezen, maar
als een lichaam dat functioneert volgens natuurwetten. Da was Decartes’
visie.
Ontstaan anatomie en geneeskunde
- Omdat het lichaam als een object werd gzn, kon het systematisch
worden bestudeerd
o Anatomie = bestudering vh lichaam Vesalius
- Omdat het lichaam ook gezien werd als een mechanisme dat door
de arts kon ‘hersteld’ worden bij afwezigheid of ziekte
o Geneeskunde
Resultaat biomedisch model: mens werd primair gezien als object van
zorg en studie. Los van subjectieve ervaringen of sociale context
Autonomie vd patiënt: nauwelijks aanwezig, zo werd behandelt als een
passief object
Daaruit volgt eigl het top – bottom model:
- De arts kijkt eigl vanboven op de zo. De zv heeft een abstract idee
van wat goed of gezond is voor de zo. Dat beeld word op de zo
toegepast, zo is passief. En ondergaat de zorg die word opgelegd,
eerder dan dat hij zelf keuzes erover kan maken of inspraak eeft.
De nadruk ligt eigl op de technische correctheid ipv op de persoonlijke
betekenis of zingeving.
, 2. Wat is de ethische attitude verbonden met het mensbeeld van
Decartes?
Het ethische ideaal ligt in het genezen van het lichaam en maximaliseren
vd fysieke gezondheid
Een ethische attitude is eigl de houding van waaruit iemand naar de
mens, et goede en het handelen kijkt en van waaruit hij of zij morele
beslissingen neemt. Tis geen wet, of geen checklist van wa mag en ni mag
ma tis eigl een grondhouding. Het bepaalt dus wat jij ziet als moreel
relevant, wie telt, en hoe je handelt. Die ethische attitudes worden
gekoppeld aan mensbeelden en elk mensbeeld draagt een
ethische attitude in zich
Dus bij Decartes is de ethische attitude: het technisch instrumentele
attitude
- Em vind da ‘het goede’ gelijkgesteld is aan wat objectief juist is
(ethisch goed = medisch goed)
- Em vind dat het moreel juiste is wat da werkt en efficiënt is.
- Dus de beslissingen vallen vanuit het top – bottom model want em
vind da de arts beslist wa er goed is vo de zo. Das de ethische
attitude binnen et objectieve mensbeeld van Decartes
De kenmerken hierbij zijn:
- Top – bottom model: abstracte definitie van gezond menszijn word
toegepast op ieder individu
- Paternalisme: artsen beslissen over wat goed is voor de patiënt,
zonder diens input
- Medisch goed = ethisch goed: wat medisch mogelijk is word
gelijkgesteld aan wat ethisch wenselijk is (das dus ni zo want tis ni
omda et medisch moet ofz da de patiënt da ook wil of daarmee
akkoord gaat)
- Autonomie vd patiënt is zoals gezegd een beetje aan de kant
geschoven. Weinig ruimte, het lichaam is een object dat beheerst
moet worden.
- Dus das wak zei in da tekstje
3. Leg het verband uit tussen het individualistische mensbeeld van
Sartre en het ontstaan van cliëntgerichte zorg
Eigl ist individualisme gericht op de cliëntgerichte zorg, das eigl de zorg
dawe nu ook beetje gaan toedienen. Da de patiënt centraal staat enal
(denk aan DRZ). Manie volledig.
, Uitleg over Sartre’s individualisme
- De existentie gaat vooraf aan de essentie. Da wil eigl zegn da
et bestaan en de keuzes / wil vd mens belangrijker is dan wat er eigl
medisch gezien het beste is. Das eigl beetje et omgekeerde van
Decartes mensbeeld
- Patiënt word gzn als een cliënt. Volledige zelfbeschikking en
persoonlijke waarden staan centraal. Voordelen hiervan zijn
autonomie en vrijheid.
- Waarom ze nu spreken van een cliënt ipv patiënt: patiënt komt vant
latijn ‘pati’ en da betekend lijden, ondergaan.
o Da impliceert:
Passiviteit
Iemand ondergaat zorg
De zv (arts) weet wat goed is
Objectieve mensbeeld Decartes, biomedisch
model)
Cliënt verwijst naar iemand die een dienst afneemt
o Da wil zeggen
Actieve rol
Keuzevrijheid
Zelfbeschikking
De zv biedt dus opties aan, maar tis de cliënt die
beslist.
Drm spreken ze dus nu van cliënt ipv patiënt want da botst met
Sartres idee van radicale vrijheid en verantwoordelijkheid.
- Tis e radicaal individualisme : ieder individu is volledig
verantwoordelijk voor zijn bestaan en zelfdefinitie
- De ethiek ierachter is da de morele verantwoordelijkheid ligt bij
de cliënt zelf, keuzes zijn morele scheppingen. Dit kan natuurlijk
ook leiden tot problemen want de cliënt zal alleen comfortabele
oplossingen kiezen (ma die zijn ni altijd de beste)
Verband met de cliëntgericht zorg:
- Is eigl simpel e, zorg verschuift van een objectief ideaal genezen
naar gericht op de waarden en keuzes van de cliënt.
- De cliënt staat centraal; de zv ondersteunt iemands zelfgekozen
doelen
- Praktisch: de zorgplannen worden individueel afgestemd, rekening
houdend met de voorkeuren, behoeften en levensprojecten
4. Geef de basisstellingen van de utilitaristische ethiek