mensenrechten)
Les 1:
1. VN-mensenrechten (193 lidstaten)
- UVRM
2. Raad van Europa (46 lidstaten)
- EVRM
3. Europese Unie (26 lidstaten)
- E.U. wetgeving
Soevereiniteit betekend dat staten zelf zeggenschap hebben over hun
grondgebied. De staat voert het hoogste gezag zonder daarvoor verantwoording
verschuldigd te zijn aan een ander bestuursorgaan. Daarvoor is nodig;
- Gezagsstructuur
- Grondgebied
- Bevolking
Zelfbinding betekent dat staten zelf het besluit kunnen nemen om, uit
eigenbelang, een verplichting aan te gaan (toe- en uittreden van internationale
organisaties).
De rol van de staat, staat centraal in het internationale recht. Er zijn ook niet-
statelijke actoren zoals, internationale mensenrechten NGO’s of milieu NGO’s,
maar ook het Rode Kruis en War Child.
Zwakte van het internationaal recht is dat er geen internationale overheid is die
het recht kan afdwingen (gebaseerd op samenwerking en zelfbinding via
organisaties en verdragen). Staten kunnen beperkt tot de orde worden geroepen,
maar kunnen elkaar wel dagen voor het Internationaal Gerechtshof.
Het sterkste punt van het internationaal recht is dat er op nationaal of regionaal
niveau wel mechanismes bestaan voor handhaving van internationaal recht;
nationale rechters kunnen verdragen toepassen op het nationale recht.
Daarnaast zijn staten van elkaar afhankelijk.
Rechtssubjecten zijn drager van internationaalrechtelijke rechten en plichten.
De bronnen van het internationaal recht zijn verdragen en besluiten van
internationale organisaties. Als daaruit rechten en plichten volgen (in te roepen
voor internationale rechterlijke instanties) is er sprake van
‘rechtssubjectiviteit’.
Ieder rechtssubject heeft rechtssubjectiviteit (door rechtssubjectiviteit heb je
rechten waar je op kunt beroepen en plichten waar je je aan moet houden).
Spelers met een rol in het internationaal recht:
- Volken die geen staat hebben
- Niet-gouvernementele organisaties
- Grote internationale bedrijven
Internationaalrechtelijke rechtssubjecten: (drager van
internationaalrechtelijke rechten en plichten)
- De staat (belangrijkst)
, Kenmerken van een staat:
1. Permanente populatie (bevolking)
2. Gedefinieerd territorium (grondgebied)
3. Regering (centraal gezag)
4. Capaciteit om relaties aan te gaan met andere staten (vloeit voor uit
andere drie kenmerken)
5. Onafhankelijkheid (Taiwan is niet onafhankelijk van China)
- Internationale organisaties (NGO)
Organisatie met rechtspersoonlijkheid die internationaal wordt opgericht
door staten of andere internationale organisaties, met bepaald doel (Rode
Kruis). Deze hebben organen of instellingen. Zij houden zich aan;
1. Eigen verdragen
2. Verdragen waarbij zij zelf zijn aangesloten
3. Internationaal recht in het algemeen
- Individuen
Individuele rechten die door staten afdwingbaar zijn en soms afdwingbaar
zijn tegenover een andere staat. (rechten van vluchtelingen). De
rechtspositie van individuen is zwak. EVRM geeft wél sterke rechten aan
individuen.
Art. 93 en art. 94 GW bepalen dat ‘een ieder verbindende’ regels uit verdragen
of besluiten van internationale organisaties rechtstreeks zijn in te roepen voor de
Nederlandse rechter. Deze regels hebben dan voorrang boven het nationale
recht. Dit is een (beperkt) monistisch systeem.
Bij een dualistisch systeem worden regels van internationaal recht eerst
omgezet in een nationale wet.
Art. 38 Statuut van het Internationaal Gerechtshof (IGH) noemt bronnen van het
internationaal recht waar het IGH zelf vanuit gaat:
- Internationale verdragen (zowel algemeen als bijzonder)
Weens Verdragenverdrag bevat regels over hoe verdragen tot stand
komen
Bilaterale verdragen = verdrag tussen twee staten
Multilaterale verdragen = verdrag tussen drie of meer staten
Regionale verdragen (EU) of nationale verdragen (VN)
Art. 2 lid 1 sub a Weens Verdragenverdrag zegt dat het moet gaan over
een schriftelijke overeenkomst tussen staten welke bindend is. De
bedoeling van staten staat centraal.
Pacta sunt servanda (art. 26 Weens Verdragenverdrag) = staten moeten
hun overeenkomst nakomen.
- Internationale gewoonte (blijk van recht in aanvaarde praktijk, art
38 Statuut IGH)
Twee aspecten van internationale gewoonte:
1. Er moet een praktijk zijn
2. Deze praktijk moet worden gezien als blijk van recht (opinio juris)
- Door naties erkende rechtsbeginselen
- Rechterlijke beginselen en gezaghebbende schrijvers -> Deze
uitspraken zijn alleen bindend voor de Staten die bij het geschil betrokken
waren (art. 59 IGH)
, Internationale organisaties worden opgericht, omdat sommige problemen het
niveau van de staat overstijgt (klimaatverandering).
Intergouvernementele organisaties zorgen ervoor dat een lidstaat nog
steeds zelf kan beslissen of hij akkoord gaat met een afspraak of besluit
(nationaal, Nederland)
Supranationale organisaties zorgen ervoor dat een lidstaat gebonden wordt
aan een besluit waar hij zelf niet mee instemt. Lidstaat heeft geen invloed meer,
boven de nationale wetgeving, Europese Unie)
De belangrijkste internationale organisatie is de Verenigde Naties. Regionaal is
dat de Europese Unie. De VN zijn een internationale intergouvernementele
organisatie waarbij 193 staten (van de 196) zijn aangesloten. Vaticaanstad,
Palestina en Kosovo zijn niet aangesloten. Kerntaken zijn vrede en veiligheid,
economische en sociale ontwikkeling, mensenrechten, humanitaire zaken en
internationaal recht (art. 1 Handvest VN).
Het Statuut van het Internationaal Gerechtshof van de Verenigde Naties
heet het IGH en ligt in het Vredespaleis in Den Haag. Daar kunnen staten die
aangesloten zijn bij de Verenigde Naties internationaal berecht worden.
De Verenigde Staten kunnen niet voor het internationaal gerechtshof gedaagd
worden. Zij leggen hun autoriteit niet bij een ander orgaan. Zij kunnen alleen
berecht worden met hun eigen nationale regelgeving.
Door het monistische systeem werkt het internationale recht gelijk door in het
Nederlandse recht. De rechter kan het direct toepassen (art. 93 GW) en het
internationale recht gaat voor op het nationale recht (art. 94 GW)
Organen van de Verenigde Naties (art. 7 Handvest VN):
- De Algemene Vergadering (vertegenwoordiging van elk lidstaat) (art. 9)
Beginsel van soevereine gelijkheid van al haar leden
- De Veiligheidsraad (bindende bevoegdheden bij vrede en veiligheid) (art.
23)
5 permanente leden en 10 niet-permanente leden (landen)
- De Secretaris-Generaal (boegbeeld van de organisatie, benoemd door
Veiligheidsraad) (art. 97)
- Het Internationaal Gerechtshof (art. 92)
In de Preambule staat de geschiedenis en de doelstellingen van de VN
opgenomen. In het Handvest van de Verenigde Naties staat de grondslag
van de VN -> doelstellingen en beginselen.
Les 2:
Internationale mensenrechtenverdragen bevatten vaak een ‘ieder
verbindende bepaling’ waarop burgers en rechtspersonen een beroep kunnen
doen. Ze hebben directe werking in Nederlandse rechtsorde. Daarnaast bevatten
deze ook een klachtrecht. Dus particulieren kunnen onder bepaalde
voorwaarden klagen tegen Nederland, voor een VN-comité.
De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) is een
juridisch niet bindend instrument van de VN, maar vormt de basis voor veel
bindende mensenrechtenverdragen van de VN (zoals, Europees Verdrag van de