Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting boek ACR31T

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
48
Geüpload op
13-02-2026
Geschreven in
2024/2025

Samenvatting van het boek/ blz voor de toets van ACR31T

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting ACR theorie boek
Les 1
CB H13.2
Voordat mitose begint worden chromosomen gedupliceerd, tijdens mitose worden de
chromosomen zo gecondenseerd (zichtbaar microscoop). De twee chromosomen van een
paar worden homologe chromosomen genoemd. Je kan een maternale set (van moeder) en
een paternele set (van vader) krijgen.
Elke cel met twee chromosoomsets wordt een diploïde cel genoemd (2n). Geslachtscellen
worden haploïde cellen genoemd (hebben een aantal haploïde chromosomen → n).
Het chromosoom aantal correleert niet met de grootte van het genoom maar het weerspiegelt
hoeveel lineaire stukken DNA het genoom vormt.

Twee geslachtscellen die samen versmelten is bevruchting. De enige cellen die niet door
mitose worden geproduceerd zijn de gameten, die ontwikkelen zich uit gespecialiseerde
cellen die germinale cellen worden genoemd (wel door mitose worden gemaakt zouden ze
diploïd zijn → kan dus niet).

Meiose is een soort celdeling die plaatsvindt in geslachtscellen:
 In Meiose I worden de chromosoomparen gescheiden, waardoor elke nieuwe cel nog
maar een set chromosomen krijgt.
 In Meiose II worden de chromatiden van elk chromosoom gescheiden, net als bij een
gewone celdeling.
Geen 2n → aan het einde van meiose ontstaan er vier cellen, elk met n chromosomen – dus ze
zijn haploïde. Meiose halveert bewust het aantal chromosomen, zodat bij bevruchting weer
een diploïde (2n) cel ontstaat.

Planten en soorten algen vertonen een tweede type levencyclus dat afwisseling van
generaties wordt genoemd. Het bevat diploïde en haploïde stadia die multicellulair zijn:
Het multicellulaire diploïde stadium = sporofyt. Meiose in de sporofyt produceert haploïde
cellen die sporen worden genoemd. De cel deelt zich hierna mitotisch → multicellulaire
hapolïde stadium = gametofyt.
Een derde type komt voor bij schimmels: nadat gameten zijn samengevoegd en een diploïde
zygote vormen, vindt meiose plaats zonder dat er een multicellulaire diploïde nakomeling
ontstaat. Meiose produceert geen gameten maar haploïde cellen die vervolgens door mitose
delen en unicellulaire afstammelingen of een haploïde meercellig volwassen organisme
voortbrengen. Vervolgens voert het haploïde organisme verdere mitosen uit, wat de cellen
produceert die zich ontwikkelen tot gameten.

CB H13.3
Meiose resulteert in vier dochtercellen, elk met slechts de helft van het aantal chromosomen
als oudercel (een set ipv twee). Zusterchromatiden zijn twee kopieën van een chromosoom
die nauw met elkaar verbonden zijn over hun volledige lengte; deze associatie wordt
zusterchromatide-cohesie genoemd. Samen vormen de zusterchromatiden een gedupliceerd
chromosoom.

,Na interfase zijn chromosomen gedupliceerd en de zusterchromatiden worden
bijeengehouden door eiwitten (cohesines). Het DNA van twee niet zusterchromatiden wordt
door een specifiek eiwit op precies overeenkomende punten gebroken. Vervolgens houdt de
vorming van een ritssluitingachtige structuur, het synaptonemale complex, een homoloog
stevig aan de andere vast (wordt synapsis genoemd). Tijdens dit worden DNA breuken
afgesloten zodat elk gebonden uiteinde is verbonden met het bijhorende segment van de niet
zuster-chromatide. Deze punten waar de crossing-over net heeft plaatsgevonden, worden
zichtbaar als chiasmata nadat het synaptonemale complex is afgebroken en de homologen
iets van elkaar af bewegen.

Drie unieke gebeurtenissen die plaatsvinden tijdens meiose I:
1. Synapsis en crossing over: tijdens profase I paren gedupliceerde homologen zich en
vindt crossing over plaats. Synapsis en crossing over komen niet voor tijdens de
profase van mitose.
2. Uitlijning van homologe paren op de metafaseplaat: bij metafase I van meiose zijn
paren van homologen gepositioneerd op de metafaseplaat, in plaats van individuele
chromosomen, zoals bij metafase van mitose.
3. Scheiding van homologen: tijdens anafase I van de meiose bewegen de gedupliceerde
chromosomen van elk homologen paar naar tegenovergestelde polen, maar de
zusterchromatiden van elk gedupliceerd chromosoom blijven aan elkaar vast. In
anafase van mitose daarentegen scheiden zusterchromatiden.

In mitose blijven zusterchromatiden samen tot het einde van metafase; dan worden cohesine-
eiwitten afgebroken.
In meiose gebeurt dit in twee stappen:
 In anafase I laten de armen los → homologe chromosomen scheiden.
 In anafase II laten de centromeren los → zusterchromatiden scheiden.
Crossing-over en cohesie vormen chiasmata, die homologe paren bij elkaar houden in
metafase I.
Meiose I halveert het chromosomenaantal (2n → n), meiose II lijkt op mitose en scheidt de
zusterchromatiden.
Resultaat: vier haploïde cellen.

CB H13.4
Drie mechanismen dragen bij aan genetische variatie die voorkomt uit seksuele voortplanting:
1. Onafhankelijke assortering van chromosomen: dit is de willekeurige oriëntatie van
paren homologe chromosomen tijdens metafase van meiose I. Elk paar kan met het
maternale of paternale chromosoom naar een willekeurige pool liggen, met een kans
van 50% per kant.

, Doordat elk paar zich onafhankelijk van de andere oriënteert, ontstaan er veel
mogelijke combinaties van chromosomen in de dochtercellen. Dit heet onafhankelijke
assortering.
Het aantal mogelijke combinaties is 2ⁿ, waarbij n het haploïde aantal chromosomen is.
Bij mensen (n = 23) zijn er dus 2²³ = ca. 8,4 miljoen mogelijke combinaties van
chromosomen in een enkele gameet, nog zonder rekening te houden met crossing-
over.
2. Crossing over: vindt plaats tijdens meiose en zorgt ervoor dat chromosomen stukjes
DNA uitwisselen tussen maternale en paternale chromatiden. Hierdoor ontstaan
recombinante chromosomen die genen van beide ouders bevatten.
Bij mensen gebeurt dit gemiddeld 1 tot 3 keer per chromosomenpaar. Doordat
zusterchromatiden na crossing-over niet meer identiek zijn, kunnen ze in meiose II op
verschillende manieren verdeeld worden. Dit verhoogt het aantal mogelijke genetische
combinaties in de gameten en is een belangrijke bron van genetische variatie bij
seksuele voortplanting.
3. Random fertilisatie: elke menselijke gameet bevat een van ongeveer 8,4 miljoen
mogelijke chromosoomcombinaties door onafhankelijke assortering.
De samensmelting van twee gameten kan leiden tot zo’n 70 biljoen mogelijke diploïde
combinaties.

CB 14.1
Mendels model bestaat uit vier onderdelen:
1. Allelen: Genen bestaan in verschillende vormen (allelen), zoals voor paarse of witte
bloemen.
2. Overerving: Elk organisme erft twee allelen voor elk kenmerk — één van elke ouder.
3. Dominantie: Als de allelen verschillen, bepaalt de dominante allel het uiterlijk; de
recessieve allel heeft dan geen zichtbaar effect.
4. Wet van segregatie: Tijdens de meiose splitsen de twee allelen zich, zodat elke gameet
er maar één bevat.
In een kruising van F1-hybriden (Pp × Pp), ontstaan vier mogelijke combinaties in de F2-
generatie:
 1 PP (paars, dominant)
 2 Pp (paars, dominant)
 1 pp (wit, recessief)

Een organisme dat twee gelijke allelen voor een gen heeft, wordt een homozygoot genoemd.
Dit kan bijvoorbeeld PP (dominant) of pp (recessief) zijn. Homozygote planten zijn zuiver,
omdat ze alleen dat ene allel doorgeven aan hun nakomelingen.
Een organisme met twee verschillende allelen voor een gen, bijvoorbeeld Pp, wordt een
heterozygoot genoemd. Deze planten produceren gameten met verschillende allelen en zijn
dus niet zuiver.
Omdat dominante allelen de eigenschap bepalen, zie je bij een heterozygoot vaak dezelfde
uiterlijke eigenschap als bij een homozygoot dominant organisme. Bijvoorbeeld: zowel PP als
Pp resulteert in paarse bloemen, ook al is hun genotype verschillend.
Als je een plant met paarse bloemen hebt en je weet niet of het genotype PP of Pp is, kun je
een testcross uitvoeren. Daarbij kruis je deze plant met een plant die pp is (homozygoot
recessief, met witte bloemen).
 Als alle nakomelingen paarse bloemen hebben, dan is de ouderplant PP.
 Als er zowel paarse als witte bloemen ontstaan bij de nakomelingen, dan is de
ouderplant Pp.
Zo’n kruising met een recessieve homozygoot heet een testcross, en die werd al door Mendel
gebruikt om het genotype van planten met een dominant fenotype te achterhalen.

Bij afhankelijke overerving worden twee eigenschappen samen als een pakketje doorgegeven
van ouder op kind. Dit betekent dat bepaalde allelen altijd samen in hetzelfde gamet
terechtkomen. Dit gebeurt als de genen vlak bij elkaar op hetzelfde chromosoom liggen en
dus samen erven.
Bij onafhankelijke overerving worden twee eigenschappen los van elkaar doorgegeven. De
allelen worden willekeurig gecombineerd in de gameten. Dit gebeurt als de genen op
verschillende chromosomen liggen of ver van elkaar af op hetzelfde chromosoom.

, CB H14.2
Kansregels:
1. Multiplicatieregel (en-regel)
→ De kans dat twee onafhankelijke gebeurtenissen tegelijk gebeuren, bereken je door
hun kansen te vermenigvuldigen.
Voorbeeld: kans op wrinkled zaden (rr) = ½ (van eicel) × ½ (van zaadcel) = ¼
2. Additieregel (of-regel)
→ De kans dat één van meerdere wederzijds uitsluitende gebeurtenissen gebeurt,
bereken je door hun kansen op te tellen.
Voorbeeld: kans op heterozygoot (Rr) = ¼ (R van eicel, r van zaadcel) + ¼ (r van eicel,
R van zaadcel) = ½
Onafhankelijkheid:
Elke bevruchting is een onafhankelijke gebeurtenis. Wat eerder is gebeurd, heeft geen invloed
op de uitkomst van de volgende bevruchting.

 Bij kruisingen met meerdere kenmerken (bijv. zaadkleur en -vorm), gelden nog steeds
de regels van kansrekening.
 De multiplicatieregel gebruik je om de kans op een bepaald genotype te berekenen
(kansen per gen vermenigvuldigen).
 De additieregel gebruik je om de kans op meerdere mogelijke genotypen met een
bepaald kenmerk op te tellen.

CB H14.3
Bij Mendel’s planten is een allel altijd volledig dominant, waardoor heterozygoten hetzelfde
fenotype hebben als dominante homozygoten. Soms is geen van beide allelen volledig
dominant; dit heet onvolledige dominantie. Bijvoorbeeld, als rode en witte leeuwenbekken
gekruist worden, ontstaan er roze bloemen bij de F1-hybriden, een tussenliggende kleur. Bij
de F2-generatie komen alle drie de kleuren weer voor (rood, roze, wit), wat bewijst dat de
allelen niet vermengd raken.
Een andere vorm is codominantie, waarbij beide allelen in heterozygoten tegelijk tot uiting
komen zonder te mengen. Bijvoorbeeld bij het menselijke MN-bloedgroepensysteem:
heterozygote personen hebben zowel M- als N-moleculen op hun rode bloedcellen, wat beide
fenotypes duidelijk zichtbaar maakt.
 Volledige dominantie betekent dat een allel het fenotype volledig bepaalt.
 Onvolledige dominantie geeft een tussenvorm van het fenotype.
 Codominantie betekent dat beide allelen tegelijk en duidelijk zichtbaar zijn in het
fenotype.

Pleiotropie: een gen kan meerdere fenotypische effecten hebben. Bijvoorbeeld, in mensen
veroorzaken sommige genen zowel cystic fibrosis als andere symptomen. Bij erwten
beïnvloedt een gen zowel bloemkleur als de kleur van de zaadcoating.

Epistasis is wanneer een gen de werking van een ander gen beïnvloedt. Bijvoorbeeld bij
Labradors: het gen voor pigmentafzetting (E/e) bepaalt of er kleur in de vacht komt. Als een
hond homozygoot recessief is (ee), wordt de vacht geel, ongeacht het gen voor zwarte of
bruine kleur (B/b). Dit betekent dat het E-gen epistatisch is ten opzichte van het B-gen.
Bij kruisingen van Labs die heterozygoot zijn voor beide genen (BbEe) ontstaat een fenotypische verhouding van
ongeveer 9 zwarte, 3 chocolade en 4 gele pups, een afwijking van de klassieke 9:3:3:1 ratio door epistasis.

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
13 februari 2026
Aantal pagina's
48
Geschreven in
2024/2025
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$15.53
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
robine2005

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
robine2005 Hogeschool Rotterdam
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
1
Lid sinds
3 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
4
Laatst verkocht
1 week geleden

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen