College 0: Intro Course and Case 1
Experimenteel onderzoek is de sterkste vorm van onderzoek, zeker als we het hebben over
randomized control trials (RCT).
In observationeel onderzoek is het moeilijk om een causaal verband te vinden.
Interne validiteit: de mate waarin de conclusies op gaan voor je doel populatie
Externe validiteit: in welke mate kun je de conclusies die je nu trekt voor je onderzoek ook
generaliseren over andere personen etc.
➔ Je moet de impact begrijpen van in- en exclusiecriteria op de interne- en externe
validiteit.
,College 1: Measures of disease frequency & study design
Er zijn verschillende maten voor frequentie van ziekte. Er zijn 2 algemeen bekende maten;
prevalentie en incidentie. Beide proberen het aantal gevallen van de ziekte te benadrukken.
Prevalentie = hoeveel mensen hebben op een bepaalde tijd de ziekte
Er zijn 3 verschillende vormen van prevalentie:
- Punt prevalentie = deel van de bevolking dat de specifieke ziekte heeft op een bepaalde
tijd. → Prevalentie van Artrose van 65+ is op 01/01/2025 in Nederland 21%.
- Periode prevalentie = deel van de bevolking wat de ziekte heeft tijdens een specifieke
tijdperiode. → Voor artrose (langdurige ziekte) is een punt prevalentie goed, maar voor
verkoudheid is een periode prevalentie beter om te kijken naar bijvoorbeeld heel 2024.
Hierbij is het belangrijk dat je populatie (n) in het begin is niet hetzelfde als aan het eind
(geboorte en sterfte)
- Life-time prevalentie = deel van de bevolking wie de ziekte krijgt in zijn/haar leven. → De
life-time prevalentie van nierstenen onder mannen 12%.
Incidentie = hoeveel nieuwe gevallen van de ziekte zijn er. Er zijn 2 soorten incidentie:
- Cumulatieve incidentie = gesloten populatie volgen we en kijken wie de ziekte krijgen.
- Incidentie dichtheid / incidentie ratio = dynamische poupulatie
Welke we kunnen berekenen hangt af van wat voor een populatie je hebt.
Gesloten populatie = we hebben een groep mensen die we van tevoren definiëren en die volgen
we in de loop van de tijd. Dit is een voorbeeld van een cohort studie. Mensen worden op een
bepaald moment lid tot een bepaalde tijd. Het eind van follow up kan als je de ziekte hebt, de
studie afloopt of als je overlijdt. Omdat het een gesloten populatie is, neemt het aantal mensen
gedurende de tijd af.
Dynamische populatie = hier kunnen mensen in en uit kunnen. Het lidmaatschap is hier
variabel. We hebben een T0 die voor mensen verschillend kan zijn, en het eind kan zijn dat je de
populatie verlaat, overlijdt, loss-to follow up, of overlijd. Een voorbeeld is de gemeente
Maastricht, waar mensen in- en uitstromen. De populatiegrootte wisselt over de tijd, maar dat is
een probleem want we willen de incidentie berekenen naar hoeveel mensen er at risk zijn.
, de studie populatie verandert niet over de tijd. De eenheid
waarin we dit berekenen is in %. We gaan ervan uit dat alle leden risico hebben om de ziekte te
krijgen, dus iedereen is ‘at risk’. We gaan er van uit dat gedurende de periode, dat we van
iedereen binnen de populatie weet wat er gebeurt (loss to follow up is unwanted), mensen die
aan het begin van de periode al de ziekte hebben worden geëxcludeerd. De interpretatie van de
CI, is dat dit het absolute risico is om, gedurende de observatie
periode, een bepaalde ziekte te krijgen.
➔ Cumulatieve incidentie: (4 nieuwe gevallen / 9) * 100% = 44%
, , de eenheid van incidentie dichtheid / incidentie ratio is het aantal
gevallen per jaar of per maand
of dag. We hoeven niet de complete follow-up van alle
deelnemers in de populatie te hebben. Er komen mensen
op verschillende momenten in de studie.
➔ Incidentie dichtheid: jaren = 0.07 per jaar
→ Inicdentie dichtheid als mensen na de ziekte weer at risk zijn.
Incidentie dichtheid: jaren = 0.06 per jaar
Bij een gesloten populatie, en dus een cohort, kunnen we de cumulatieve incidentie en de
incidentie dichtheid berekenen.
Bij een dynamische populatie kunnen we alleen de incidentie dichtheid berekenen.
De associatie tussen prevalentie en incidentie: prevalentie is het aantal gevallen op een bepaald
moment in de tijd, incidentie is het aantal nieuwe gevallen. De prevalentie is gelijk aan de
incidentie * duur van de ziekte. Deze samenhang geeft soms wat gekke associaties; als de
incidentie van een bepaalde ziekte gelijk blijft, maar we kunnen mensen langer in leven houden
met de ziekte, dan neemt de prevalentie ineens sterk toe.
R0 (basic reproduction number) = Het aantal secundaire infecties die worden verspreid in een
total gevoelige populatie. In de praktijk zul je door vaccins,
immunisatie, door dat ze de ziekte hebben gehad, zal de R0 naar
beneden gaan.
Rt (attack rate) = In een populatie, gegeven de immuniteit van de
populatie, het percentage / kans dat het contact dat de ziekte krijgt na
contact.
Als de R0 groter is dan 1, dan bereid de ziekte zich exponentieel uit. En als de R0 kleiner is dan
dooft de ziekte exponentieel uit.
Rt = βcD. De R hangt af van:
- De kans op transmissie bij een contact tussen een geïnfecteerde en een vatbaar persoon
(attack rate) → β
- De contact rate zelf, dus hoe vaak heeft iemand contact (number/unit of time) → c
- De duur dat iemand infectieus is (time) → D