Het urinewegstelsel is belangrijk voor de handhaving van de vloeistofbalans en homeostase
in het lichaam. Het urinewegstelsel is geen geïsoleerd systeem, maar werkt nauw samen met
systemen zoals de bloedsomloop, het endocriene stelsel en luchtwegstelsel. Het
urinewegstelsel omvat verschillende componenten die samenwerken:
Twee nieren die urine aanmaken;
Twee ureters (urineleiders) die de urine van de nieren naar de blaas transporteren;
De blaas, waar de urine wordt bewaard voordat deze wordt uitgescheiden;
Een urethra (urinebuis), waardoor de urine vanuit de blaas naar buiten het lichaam
wordt afgevoerd.
De nieren hebben twee belangrijke functies: aanmaken van urine en behouden van
homeostase.
De aanmaak van urine is cruciaal voor de afvoer van afvalstoffen en de handhaving van de
algehele homeostase van het lichaam. Verschillende processen die hier een rol bij spelen
zijn:
Aanpassing van de bloeddruk; Urine wordt aangemaakt door filtratie van het bloed
via speciale capillaire vaten binnenin de nieren, die onderdeel uitmaken van de
glomeruli. Door verhoging of verlaging van de hoeveelheid vloeistof die gefilterd
wordt en door aanpassing van de mate waarin deze vloeistof weer wordt opgenomen
op zijn weg door de nieren, bepalen de nieren hoeveel urine gedurende de dag wordt
aangemaakt. Deze veranderingen in volume leiden tot aanpassingen van de
bloeddruk, aangezien de vloeistof die wordt uitgescheiden deel uitmaakte van de
grote bloedsomloop.
Uitscheiding van afvalstoffen; De nieren verwijderen giftige stoffen die zich tijdens de
normale stofwisseling ophopen in het bloed. Deze stofwisselingsproducten omvatten
bijvoorbeeld bijproducten van de afbraak van eiwitten en nucleïnezuren die stikstof
bevatten (ureum, ammonium, creatinine). Deze afvalproducten op stikstofbasis zijn
mogelijk toxisch bij ophoping in de bloedbaan.
Handhaving van de zuur-basebalans; De nieren spelen een rol in de handhaving van
de zuur-basebalans door de uitscheiding van zowel zure componenten (H⁺) als
basische componenten (HCO₃⁻) te reguleren.
Onderhouden van de elektrolytenspiegel; De nieren zijn direct betrokken bij de
afbraak van natrium (Na+), kalium (K+), calcium (Ca2+) en fosfaat (PO43-) afkomstig
van de grote bloedsomloop en de uitscheiding van deze ionen via de urine. De totale
hoeveelheid aan ionen die de nieren uitscheiden wordt hierbij gereguleerd voor de
handhaving van de homeostase.
Uitscheiding van geneesmiddelen en andere stoffen: Een andere belangrijke functie
is het uitscheiden van andere biologisch actieve stoffen, zoals geneesmiddelen en
zelfs enkele hormonen. Deze stoffen worden uit de bloedsomloop verwijderd door de
nieren en komen daarbij door filtering in de eindurine terecht.
, Naast de aanmaak van urine en de rollen die voor de nier bij dit proces zijn weggelegd,
speelt de nier ook een belangrijke rol bij de handhaving van de homeostase door andere
processen dan de uitscheiding van urine, zoals:
Productie van erytropoëtine: De nieren filteren het bloed uit de grote bloedsomloop
en maken urine aan, maar bij vaststelling van een laag zuurstofgehalte in het bloed,
produceren de nieren tevens erytropoëtine (EPO). Dit is een hormoon dat in het rode
beenmerg de aanmaak van rode bloedlichaampjes bevordert. Een toename van het
totale aantal rode bloedlichaampjes verbetert de capaciteit van het bloed om
zuurstof te transporteren.
Aanmaak van calcitriol: Calcitriol is de actieve vorm van vitamine D. In de nieren
vindt de reactie plaats waarbij de actieve vorm van vitamine D (calcitriol) wordt
gevormd, een stof die verantwoordelijk is voor de sterkere absorptie van calcium uit
het spijsverteringsstelsel.
Glucoseproductie: Normaliter zijn de nieren niet betrokken bij de aanmaak van
glucose, maar tijdens periodes van ernstige ondervoeding of uithongering kan in de
nieren gluconeogenese plaatsvinden. In dergelijke situaties brengen de nieren
reacties op gang waarbij aminozuren worden afgebroken, doordat de NH2-groep uit
een aminozuur wordt gehaald en wordt uitgescheiden, terwijl de rest van het
molecuul wordt gebruikt voor de synthese van glucose.
Bloeddrukregeling: Naast de directe regulering van de vloeistofhomeostase door de
uitscheiding van urine, oefenen de nieren ook door middel van hormonen invloed uit
op de bloeddruk binnen de grote bloedsomloop. De nieren scheiden een hormoon af
met de naam renine, waardoor het renine-angiotensine-aldosteronsysteem (RAAS)
wordt geactiveerd, dat uiteindelijk zorgt voor verhoging van de serumconcentratie
van natrium en uiteindelijk een verhoging van de bloeddruk.
De nieren liggen in het posterieure gedeelte van het abdomen ter hoogte van de
thoracolumbale overgang, één aan elke kant van de wervelkolom. De rechternier ligt
ongeveer twee centimeter verder naar caudaal dan de linkernier, aangezien aan de
rechterkant ook nog de lever aanwezig is. De nieren zijn beide retroperitoneale organen, wat
inhoudt dat zij buiten het peritoneum (buikvlies) liggen. Andere retroperitoneale structuren
van het urinewegstelsel zijn de bijnieren (glandulae suprarenales), de ureters en de blaas.
Een normale nier is roodbruin van kleur, heeft de vorm van een boon en is ongeveer 12 cm
lang, 6 cm breed en 2 cm dik. Een gemiddelde nier weegt slechts 150 gram.
,Iedere nier is omringd door verschillende lagen beschermend bindweefsel, van oppervlakkig
naar diep genoemd:
Fascia renalis: Deze structuur vormt de meest oppervlakkige bindweefsellaag die
rond de nier ligt. Het belangrijkste doel van de fascia renalis is verankering van de nier
aan de omringende abdominale structuren. Dit fasciaweefsel is anterieur verbonden
met het peritoneum pariëtale en posterieur met de spierfascie van de m. psoas.
Capsula adiposa: Onder de fascia renalis ligt een tussenlaag van bindweefsel die de
nier omringt: de capsula adiposa. Dit kapsel wordt gevormd door vetweefsel dat als
een beschermkussen rondom de nier ligt en voor ondersteuning zorgt.
Capsula fibrosa: De binnenste bindweefsellaag bestaat uit dicht, onregelmatig
bindweefsel dat bij het hilum vastzit, rond de hele nier ligt en deze zo volledig
omringt. De capsula fibrosa ondersteunt en beschermt het inwendig gelegen
nierweefsel, waardoor dit beschermd wordt tegen letsel en mogelijke infecties.
Inwendige anatomie van de nier
Onder de capsula fibrosa bevindt zich het nierparenchym. Het parenchymweefsel wordt
verder onderverdeeld in twee hoofdgebieden: de aan de buitenkant gelegen cortex renalis
(de nierschors) en de aan de binnenkant gelegen medulla renalis (het niermerg).
Inwendige Anatomie van de Nier
De inwendige anatomie kan grofweg worden onderverdeeld in drie hoofddelen: nierschors
(cortex renalis), niermerg (medulla renalis) en nierbekken (pelvis renalis).
1. Nierschors (Cortex renalis)
Ligging: Buitenste, lichtgekleurde laag van de nier.
Structuur: Bevat de nierslichaampjes (glomeruli) en de beginstukken van de tubuli.
Functie:
o Filtratie van bloed in de glomeruli.
o Eerste stap van urinevorming: plasma wordt hier gefilterd en voorurine
gevormd.
Belangrijke onderdelen in de schors:
o Glomerulus: Een kluw van haarvaten waar filtratie van bloed plaatsvindt.
o Bowman’s capsule: Omhult de glomerulus en vangt het gefilterde vocht op.
o Proximale tubulus: Verantwoordelijk voor heropname van water, zouten en
voedingsstoffen.
o Distale tubulus: Speelt een rol in selectieve heropname en secretie.
2. Niermerg (Medulla renalis)
Ligging: Binnenste, donkerder gekleurde gedeelte van de nier, gelegen tussen de
schors en het nierbekken.
Structuur: Bestaat uit piramidevormige structuren, de nierpiramides (pyramides
renales).
, o De apex van elke piramide eindigt in een papilla renalis, die uitmondt in een
minor calyx.
Functie:
o Concentratie van urine door heropname van water en zouten.
Belangrijke onderdelen:
o Lus van Henle: Daalt af en stijgt weer, verantwoordelijk voor het concentreren
van urine.
o Verzamelbuis (ductus papillaris): Vangt urine van meerdere nefronen op en
voert het af naar de papilla.
3. Nierbekken (Pelvis renalis) en Calices
Ligging: Holle ruimte in het centrum van de nier.
Structuur: Trechtervormig, vertakt in minor en major calices.
o Minor calyx: vangt urine op van één nierpapil.
o Major calyx: vormt een grotere trechter door samenvoeging van meerdere
minor calices.
Functie: Verzamelen van urine en transport naar de ureter (urineleider).
4. Vaatvoorziening en zenuwen
Afferente arteriole: Voert bloed naar de glomerulus.
Efferente arteriole: Voert bloed weg uit de glomerulus.
Peritubulaire capillairen en vasa recta: Omringen de tubuli en lus van Henle voor
reabsorptie en secretie.
Innervatie: Sympathische zenuwen reguleren bloedstroom en renine-afgifte.
Samenvattend
Schors: Filtratie en begin van urinevorming.
Merg: Concentratie van urine.
Papilla en calices: Transport van urine naar nierbekken.
Vaat- en zenuwvoorziening: Ondersteunt filtratie en homeostase