________________________________________________________
____
Hoofdstuk 1: Werken met doelgroepen in de sociaal-
juridische dienstverlening
________________________________________________________________
_____
Zelfredzaamheid: De mate waarin een persoon in staat is om zijn eigen
problemen op te lossen of de juiste hulp weet te organiseren wanneer hij
dat niet zelf kan.
→ Burgers hebben een eigen verantwoordelijkheid om voor zichzelf te
zorgen. De mate waarin de overheid zorgt, bepaalt het type samenleving.
Wanneer burgers vooral zelf verantwoordelijk zijn, spreekt men van een
participatiesamenleving. Dit sluit aan bij zelfredzaamheid: zelf voor je
zaken zorgen en, als dat nodig is, zelf hulp organiseren in je omgeving.
Decentralisatie: Wet- en regelgeving wordt niet langer door de
landelijke overheid uitgevoerd, maar door lokale overheden. Bijvoorbeeld:
gemeente en sociale wijkteams
→ Sinds 2015 zijn taken in het sociale domein, zoals de Participatiewet, de
Jeugdwet en de Wmo, gedecentraliseerd naar gemeenten. Hierdoor wordt
meer zelfredzaamheid van burgers verwacht en regelen gemeentenhulp
dichtbij, waarbij professionele ondersteuning alleen wordt ingezet
wanneer nodig.
Rol van de SJD’er:
Na verloop van tijd geef je als sociaal-juridisch dienstverlener (SJD’er)
steeds minder specifiek juridisch advies en word je meer een begeleider
die langdurig met dezelfde cliënt samenwerkt, bijvoorbeeld bij
schuldhulpverlening.
Generalist:
Een werker met brede kennis die vragen van cliënten op verschillende
terreinen verheldert en zich integraal richt op het functioneren van
personen. Kan professional of vrijwilliger zijn.
,Specialist:
Een professional met diepgaande kennis op een specifiek gebied, zoals
de Wmo.
T-shaped professional:
Iemand met een eigen specialisme, maar die naar buiten toe als
generalist optreedt.
Discretionaire ruimte (handelingsvrijheid):
De ruimte die je hebt om binnen juridische kaders eigen beslissingen te
nemen als SJD’er.
Attitude:
Een houding of mening die mensen hebben over zichzelf en anderen.
Cliënten met multiproblematiek:
Cliënten bij wie problemen complex of meervoudig zijn. Als SJD’er is je
doel om sociaal-juridische vragen op te lossen en maatschappelijke
werkers te ondersteunen bij andere problemen.
Doelgroep:
Een groep mensen met één of meerdere gemeenschappelijke
kenmerken.
Voordeel: overzicht van gemeenschappelijke kenmerken.
Nadeel: kan leiden tot “doelgroepdenken” en generaliseren.
Kruispuntdenken:
Het benaderen van mensen vanuit meerdere kenmerken en dimensies, in
plaats van één aspect.
Voordeel: realistischer beeld van de cliënt.
Nadeel: kan overzicht verminderen.
Tunnelvisie: is wanneer iemand zich zo sterk richt en focust op één doel
of waarneming, dat er geen rekening meer wordt gehouden met andere
relevante informatie. Dit kan ertoe leiden dat belangrijke signalen of
details worden genegeerd.
,________________________________________________________________
_____
Hoofdstuk 8: cliënten met schulden
________________________________________________________________
_____
Financiële problemen kunnen worden ingedeeld in:
1. Moeite met rondkomen: moeite om de maandelijkse uitgaven te
betalen.
2. Lichte betalingsproblemen: tijdelijke betalingsachterstanden.
3. Problematische schulden: situatie waarin het inkomen na
betaling van verplichtingen niet voldoende is voor noodzakelijke
uitgaven, en dit langere tijd aanhoudt.
Vroeg signalering:
Het opsporen van mensen met schulden op basis van signalen van
derden, om hen tijdig te helpen en te voorkomen dat de problemen
verergeren.
Het doel van vroegs signalering is om mensen te vinden bij wie sprake
is van (beginnende) financiële problemen.
→ Verandering in perspectief op schulden: Er is steeds meer aandacht
voor mensen met armoede en schulden en de impact daarvan. Dit komt
tot uiting in beleid, bijvoorbeeld door de minister voor armoedebeleid, en
in de media. Het perspectief is verschoven van “eigen schuld” naar het
besef dat schulden iedereen kunnen overkomen.
Geregistreerde problematische schulden:
Een persoon of huishouden is bij één of meerdere instanties bekend
vanwege betalingsproblemen of schulden. Belangrijke demografische
kenmerken:
Gezinnen
Personen met een migratieachtergrond
Mensen met een middelbare opleiding
Personen tussen 25 en 65 jaar
, Maatschappelijke oorzaken van schulden:
Dit zijn factoren die je als individu moeilijk kunt beïnvloeden. Voorbeelden
zijn:
Economische situatie: In een laagconjunctuur is er minder werk,
hogere werkloosheid en een krappere bestedingsruimte; in
hoogconjunctuur is dit anders.
Complexe regelgeving: Het ingewikkelde stelsel van toeslagen en
inkomensvoorzieningen kan leiden tot financiële problemen.
Incassogedrag van schuldeisers kan schulden verergeren.
Arbeidsmarktproblemen: Flexibele en tijdelijke contracten maken
inkomen onzeker.
Hoge verwachtingen van de overheid over de financiële
zelfredzaamheid van mensen.
Culturele factoren: Taboe rond geld en schulden en
maatschappelijke waarden beïnvloeden hoe mensen omgaan met
schulden.
→ Sociale omgevingen beïnvloeden het gedrag van mensen, ook met
betrekking tot geld. Ze zijn belangrijk voor mensen en bepalen hun
gedrag. De wens om graag bij een groep te horen kan leiden tot grote
uitgaven. Socialisatie heeft invloed op de omgeving en op de ontwikkeling
van de persoon.
Psychologische achtergronden zijn individuele kenmerken en factoren die
mensen met schulden beïnvloeden. Belangrijke stromingen hierbij zijn:
cognitieve psychologie, persoonlijkheidspsychologie en sociale
psychologie.
Cognitieve psychologie: een stroming die ons gedrag verklaart vanuit
onze eigen mentale processen, zoals geheugen, waarneming,
interpretaties en verwachtingen. Onze gedachten en handelingen zijn het
resultaat van een eigen uniek cognitief patroon van waarnemingen en
interpretaties van onze ervaringen.
Een belangrijk begrip dat hierbij hoort, is cognitieve dissonantie: het
psychologische ongemak dat ontstaat door tegenstrijdige gedachten,
overtuigingen, waarden of gedragingen. We willen namelijk niet dat ons
gedrag in strijd is met onze gedachten en gevoelens; we proberen deze
overeen te laten stemmen.
Cognitieve dissonantie kan deels verklaren waarom mensen soms dingen
doen die niet verstandig zijn, zoals geld uitgeven dat ze eigenlijk niet
hebben.