Inhoudsopgave
Hoorcollege week 1:....................................................................................................... 2
Week 1: Aantekeningen boek......................................................................................... 7
Lotus Case:................................................................................................................... 12
Nicaragua Case:............................................................................................................ 13
Wall Opinion:................................................................................................................. 15
Nuclear Weapons:......................................................................................................... 17
Werkgroep 1:................................................................................................................ 18
Kennisclip Staatsaansprakelijkheid – Werkgroep B.......................................................22
Week 2: Aantekeningen Boek.......................................................................................23
Werkgroep B: aantekeningen stof.................................................................................23
Arrest Warrant:............................................................................................................. 33
Arrest Jurisdictional immunities...................................................................................34
Corfu Channel:.............................................................................................................. 36
Tehran Hostages:.......................................................................................................... 37
Hoorcollege:.................................................................................................................. 40
Werkgroep C Aantekeningen boek:...............................................................................44
Aantekeningen werkgroep:........................................................................................... 54
Hoorcollege 3: zelfbeschikking, soevereiniteit en dekolonisatie...................................55
Werkgroep zelfbeschikking:.......................................................................................... 59
,Hoorcollege week 1:
Volkenrecht gaat over de betrekkingen tussen staten. De publieke relaties
tussen staten, het wordt ook wel internationaal recht genoemd. De
internationale betrekkingen tussen staten gaat vooral over de
samenwerkingen tussen staten over dingen zoals immigratie en
mensenrechten. Soms wordt de relaties tussen staten gekenmerkt door
geweld, zoals oorlog en genocide. Internationaal recht is altijd heel politiek
geweest.
Het politieke karakter kan betekenis hebben bij een marge bij een
interpretatie van het internationaal recht.
Na de Tweede wereldoorlog kwam het genocide verdrag. Hieruit kwam dat
genocide voorkomen moest worden en in het geval dat dat niet lukt het
tegengehouden moet worden. In het heden wordt erg gekeken naar de
betekenis van wat toen de bedoeling was.
Peace of Westphalia – 1648:
Soevereiniteit
‘Niets in dit Handvest geeft de Verenigde Naties de bevoegdheid om in te
grijpen in zaken die wezenlijk binnen de nationale jurisdictie van een staat
vallen.’
Deze oorlog was tussen protestanten en katholieken en trokken strijden
tegen elkaar en geloofden dat zij hier op basis van hun geloof toe
gerechtvaardigd waren. Sindsdien is besloten dat geloof geen
rechtvaardige reden meer is om oorlog te voeren. Ook is besloten dat
Staten zich niet meer zouden bemoeien met elkaar, en zouden zich
beperken tot de relaties tussen hen.
Na deze oorlog werd er gekozen voor een nieuw systeem. Door deze
oorlog werd besloten dat vanaf nu geloofsovertuiging geen reden mag zijn
om een oorlog te starten. Hierdoor kwam soevereiniteit. Het non-
interventiebeginsel kwam hier uit. Verenigde Naties mochten zich dus niet
meer bemoeien met domestische jurisdictie van een staat.
Non-interventie beginsel: Geen reden om zich te bemoeien tussen
Staten.
Dit principe is later herhaald en bekrachtigd in de Lotus-case.
De lotus was een Frans schip, dit schip voer in 1926 in Griekenland en
botste tegen een Turks schip. Hier kwamen 8 Turkse bemanningsleden om
het leven. De rest van de bemanning werden aan wal gehaald in Turkije.
Turkije begon een rechtszaak tegen de Franse kapitein, Frankrijk had een
probleem met deze zaak. Namelijk, heeft Turkije wel de macht om een
,zaak te begonnen tegen een voorval wat ergens op zee heeft
plaatsgevonden en niet in Turkije. De internationale rechter besloot dat er
geen regel is in het Internationaal recht wat Turkije verbiedt een zaak te
starten, oftewel het is toegestaan dat Turkije een zaak start.
Het internationaal recht beheerst de betrekkingen tussen onafhankelijke
staten. De rechtsregels waaraan staten gebonden zijn, komen daarom
voort uit hun eigen vrije wil.
Beperkingen van de onafhankelijkheid van staten kunnen daarom niet
worden verondersteld.
Staten zijn zowel de centrale wetgever, zij maken de wetten en zij ook de
centrale uitvoerende macht. De wetten hebben op zichzelf toepassing. Er
is ook geen verplichte rechtspraak in het internationale recht. Er is alleen
een decentrale structuur waar staten zelf kiezen wat ze zich aanhouden.
Geen centrale wetgever --> rechtsvorming: instemming van de staat
Geen centrale uitvoerende macht --> Bijna alle landen houden zich
vrijwel altijd aan alle beginselen van het internationale recht en aan vrijwel
al hun verplichtingen.
Geen verplichte rechtspraak --> Instemming met rechtsmacht (IGH)
Rechtsbronnen:
- Verdragen
- Gewoonterecht
a. Jus Cogens = dwingend recht (regels die niet alleen bindend zijn
voor alle staten maar ook regels die dus altijd gevolgd moeten
worden. Hierop is geen uitzondering mogelijk, omdat dit de meest
zware bepalingen van het Internationaal recht betreft, denk aan
verbod op genocide, verbod op slavernij etc.)
- Algemene rechtsbeginselen
- Rechterlijke beslissingen van de geschriften van de hoogst
gekwalificeerde auteurs
- Art. 38 (1) Statuut van het IGH
Als een Staat een akkoord niet ondertekent, is de Staat ook niet hier aan
verbonden en kan een Staat dit ook niet overtreden. Daarom is het
relevant om te kijken of een Staat wel of niet een verdrag heeft
ondertekend.
Gewoonterecht is categorie van ongeschreven recht, wordt gedefinieerd
als statenpraktijk (hoe Staten zich altijd hebben gedragen, dus hetgeen
wat Staten altijd dachten dat Internationaal recht is). Alle Staten zijn altijd
gebonden aan het gewoonterecht, maar omdat het ongeschreven is kan
het ook niet ondertekend worden. Je hoeft dus niet na te gaan of een Staat
dit heeft ondertekend, dus dat is een handiger punt.
, League of Nations – 1920:
Eerste samenwerking van staten met het doel vrede en veiligheid te
bevorderen, dit faalde.
Verenigde Naties – 1945:
- Vrede en veiligheid, dit werd opgericht na de Tweede Wereldoorlog
- Doel: Samenwerking i.p.v. oorlog
- Geweldsverbod – ‘Alle leden onthouden zich in hun internationale
betrekkingen van de dreiging met of het gebruik van geweld tegen
de territoriale integriteit of de politieke onafhankelijkheid van een
staat, of op enige andere wijze die onverenigbaar is met de
doelstellingen van de Verenigde Naties.’
- De staten die dit verdrag ondertekenen verbinden zich aan dit
verdrag en beloven daarmee geen geweld meer te gebruiken tegen
andere staten (Denk aan oorlog voeren)
- Art. 2 lid 4 VN Handvest
Uitzondering op art. 2 lid 4 VN Handvest:
- Tegen de territoriale integriteit en politieke onafhankelijkheid = dus
niet als een andere staat uitnodigt om geweld tegen hun te
gebruiken, zoals een andermans land binnenkomen.
- VN Veiligheidsraad: Als gebruik van geweld gemandateerd is door de
VN Veiligheidsraad – De Veiligheidsraad kan met behulp van lucht-,
zee- of landstrijdkrachten maatregelen nemen die nodig zijn om de
internationale vrede en veiligheid te handhaven of te herstellen.
(Art. 42, VN Handvest) Dit kan zonder insteming van de Staat
(forcement action)
- Zelfverdediging – Niets in dit Handvest zal het inherente recht op
individuele of collectieve zelfverdediging aantasten wanneer er een
gewapende aanval plaatsvindt tegen een lid van de Verenigde
Naties. (art. 51, VN Handvest)
VN bestaat uit een aantal organen:
- Veiligheidsraad (security counsel
- Algemene vergadering (General assembly)
- Internationaal gerechtshof (International Court of Justice)
VN Veiligheidsraad:
- mandaat: vrede en veiligheid
- 5 permanente leden met veto: China, Frankrijk, Rusland, UK en USA
- 10 niet-permanente leden
- Kunnen militaire interventies mandateren
- Kunnen advies vragen aan IGH
- Hervorming?
IGH:
- Geschillenbeslechting tussen Staten
- Uitspraak die hier uit volgt is bindend aan partijen van de zaak