Hoorcollege 1 – F&Z – Achtergrond en rechtvaardiging zekerheidsrechten
Bijna heel het vermogen kan een BV in zekerheid geven, behalve goodwill. Dit kan eventueel via IE rechten (zitten
in het merk), maar direct verpanden kan niet.
Je staat met heel je vermogen in naar schuldeisers (Art. 3:276 BW) en zij hebben gelijk verhaal (Art. 3:277 BW).
Banken hebben in NL een hele sterke positie. NL kent bankvriendelijke wetgeving en rechtspraak en de banken
hebben een regierol bij faillissement.
Pand en hypotheek geven voorrang (Art. 3:227 BW) en recht van separatisme (Art. 37 Fw). Voorrangsrechten
geven voorrang, maar dit loopt alsnog via faillissement. Separatisme gaat een stuk verder. Dit geeft buiten
faillissement recht op parate executie, en binnen faillissement kun je buiten de curator en andere schuldeisers
om.
Daarnaast kunnen zekerheden op bijna alles gevestigd, met maar een paar uitzonderingen. ING/DIX,
RABO/Reusser zijn voorbeelden van bankvriendelijke rechtspraak. ING/DIX ziet op verzamelpand op toekomstige
vorderingen. Ook toekomstige vorderingen kunnen op die manier verpand worden. Absoluut toekomstige
vorderingen mogen in principe niet op voorhand verpand worden (Art. 3:239 BW). Maar met de
verzamelpandconstructie kun je daar omheen. De kredietnemer geeft volmacht aan de bank om pandrechten te
verstrekken op toekomstige vorderingen. Hierdoor kan een bank direct, bij een nieuw ontstane vordering,
pandrecht vestigen. De HR staat dat hier toe. Daarnaast kun je onvoorwaardelijk pandrecht vestigen op
voorwaardelijk eigendomsrecht (Rabobank/Reusser). En ook is een overwaarde-arrangement mogelijk (NMB
Heller/Bannenberg & DLL/Van Legtestijn).
Waarom zekerheden
Zekerheden geven prioriteit. Daarnaast hoef je minder onderzoek te verrichten naar de financiële situatie van de
schuldenaar. Ook geeft het controle (dreiging / parate executie / zaaksgevolg). Zekerheidsrechten worden
goedgekeurd wegens onder andere het bevorderen van de economie (economisch perspectief) en wegens
contractsvrijheid (doctrinair juridisch perspectief) en eigendomsrecht.
Contractsvrijheid: In principe geldt dit ook voor zekerheden, alleen het raakt derden, is juist specifiek gericht op
het benadelen van die derden. Dus geen heel sterk argument.
Vrijheid over eigendom: Je bent vrij eigendom over te dragen en daar mag je ook vrij zekerheidsrechten op
vestigen. Maar dit raakt derden, omdat dit pas speelt bij faillissement en daarbij geef je dus op voorhand iets weg
van derden. Je geeft weg dat de ander voor derden kan verhalen. Het geeft uitgestelde reciprociteit. Daarnaast is
er een gesloten stelsel (numerus clausus) van zekerheidsrechten, dus volledige vrijheid heb je niet.
Efficiëntie: De vraag is of zekerheden meer efficiënte kredietverlening geven. Voordelen zijn dat krediet
goedkoper wordt, de rente ligt vaak lager. Daarnaast komt er meer krediet en krediet is toegankelijker. Ook de
monitoring kan efficiënter, je hoeft je alleen te richten op het specifieke goed, niet op de overige goederen van
een schuldenaar. Een ander voordeel is dat toekomstige kredietverlening beperkt wordt (als je bij de één leent
en zekerheid geeft, kan het niet meer bij een ander). Je kunt terugbetaling ook beter afdwingen. Het probleem
hiermee is dat ongesecureerd krediet duurder wordt. Het kredietrisico verschuift naar ongesecureerde
schuldeisers. Het risico verdwijnt niet maar verplaatst. Dit is alleen efficiënt als de ander efficiënter is in het risico
dragen.
In DIX/ING wordt gesteld dat zekerheden goed zijn voor de economie, en de HR stelt dat zelfs de ongesecureerde
schuldeisers hier baat bij hebben of op zijn minst rekening mee hadden kunnen houden. In latere jurisprudentie
(Van Leuveren/ING) wordt dit iets bijgesteld en gesteld dat het gaat om risicoverplaatsing. En de vraag is of dit
efficiënt is (verplaatsing van een goedgeïnformeerde partij, naar minder goedgeïnformeerde partijen). Een
andere vraag is ook of meer kredietverlening (meer schuld) wel wenselijk is. En zo ja, wat voor kredietverlening
willen we dan? Voor opstart van nieuwe bedrijven en R&D is het goed, maar voor bijvoorbeeld difference recaps
niet. En juist voor de eerste partij is het lastig om gesecureerd krediet te krijgen. Het stuurt kredietverlening in
een bepaalde richting. Zo is er veel kredietverlening voor vastgoed, wat de prijzen omhoog drijft.
Goedkoop instrument om betaling af te dwingen: Dit is een redelijk zeker recht, maar dit kan ook los van het feit
dat iemand voorrang krijgt binnen faillissement. Daarnaast moet het ook niet te makkelijk worden, want één
grote marktpartij krijgt dan heel veel macht, wat tot misbruik kan leiden.
,Oneerlijk: Zelfs als zekerheden efficiënt zijn, zijn ze wel onrechtvaardig. Met name naar onvrijwillige schuldeisers
toe. Denk aan OD-slachtoffers. Deze partijen hebben vooraf ook hun rentepercentage niet kunnen aanpassen ter
adaptie. Sterker, ze krijgen vaak helemaal geen rente.
De algemene consensus is echter toch dat zekerheden sociaal en economisch gewoon goed zijn. De vraag is wel
hoe ver zekerheid moet gaan, en wat zijn alternatieven? Denk aan de Carve-out in de UK. De consensus is ook
wel dat het ten opzichte van OD-slachtoffers niet goed is. Hierbij is voorrang van zekerheidsrechten op
onvrijwillige schuldeisers niet goed te rechtvaardigen. De uitzonderingen in NL zijn heel beperkt, ten opzichte van
andere landen.
Werkcollege 1 – F&Z – Achtergrond en rechtvaardiging zekerheidsrechten
Mulder/CLBN: Als vanuit een vordering geld wordt overgemaakt naar de bankrekening van de schuldenaar, dan
kan een bank hier, bij stil pandrecht, aanspraak op maken, ook wanneer de mededeling nog niet is gedaan.
Zalco: Als een pandrecht is gevestigd op de helft van een goed, dan ontstaat er automatisch/van rechtswege
een pandrecht op de helft van de winst van dat goed
Goodwill: Alles wat om een bedrijf zweeft, maar wat je niet kunt pakken. Zo heeft een merk bijvoorbeeld, naast
alle gebouwen etc., ook een imago, een waarde in zichzelf. Onder goodwill vallen ook alle klanten die je hebt
etc. dit kun je niet verpanden.
Partijen kunnen in overeenkomst verpandingsverboden opnemen. Deze hebben verbintenisrechtelijke werking
(tussen partijen) en soms zelfs goederenrechtelijke werking (richting derden). Dit wordt nu, binnen gewone
handelsvorderingen, bij wet verboden.
Nadenken over rechtvaardiging van zekerheid is van belang omdat:
• Voorwaardelijk eigendom -> Rabobank/Reuser
• Verzamelpandakte -> ING/Dix q.q.
• Verpanding van good will -> ING/Thielen q.q.
• Verpanding van zekeringsportefeuille -> ING/Thielen q.q.
• Verpandingsverboden -> Wetsvoorstel
• Verpanding van aandeel bij zaaksvorming/natrekking -> Zalco
• WHOA moties en amendementen -> WHOA
• Kosten en formaliteiten -> Notaris verplicht
• Generieke en specifieke zekerheidsrechten -> Floating charge
Er zijn verschillende visies:
• Eigendom: Hiermee mag je doen wat je wilt, waaronder bezwaren en vervreemden. Het vestigen van
een zekerheidsrecht is een vorm van vervreemding (levering van een zekerheidsrecht aan een ander).
Contra is dat zekerheden afbreuk doen aan paritas creditorum. Ook is er een gesloten stelsel van
zekerheden (pand en hypotheek).
• Contractenrecht: Je hebt contractsvrijheid en dit omvat het recht sommigen voorrang te verschaffen
en anderen niet. Je bindt daarmee alleen wel ook C. Pro argument is, je leent wat uit, wat een risico is,
daar mag wat tegenover staan. Zekerheden zijn wisselgeld voor het feit dat je een lening krijgt. Contra
is dat het tegenwoordig meer een voorwaarde is dan een keuze.
• Economisch: Het is gunstig voor economische groei. Zekerheden maken de kosten voor krediet lager
en kredietverstrekking groter, wat economische groei stimuleert. Contra is dat de rente niet minder
wordt. Dit weet je niet, daarnaast wordt deze verschoven naar ongesecureerde crediteuren.
• Verdeling: Zekerheidsrechten geven een eerlijkere verdeling.
• Efficiëntie: Zekerheidsrechten zijn wel/niet het meest efficient.
, Tegenovergestelde van zekerheidsrecht is achterstelling (algemeen of specifiek), waarbij je afspreekt een
vordering achter te stellen.
Hoorcollege 2 – F&Z – De zakelijke krediet en leningsovereenkomst
Kredietovereenkomst: De overeenkomst waarbij de ene partij, de kredietgever, zich verbindt om ten behoeve
van haar wederpartij, de kredietnemer, financiële bestedingsruimte (koopkracht) te creëren in de vorm van een
financiële faciliteit (krediet), en die wederpartij zich verbindt om die bestedingsruimte op een later tijdstip te
vereffenen door de nakoming van een verbintenis tot betaling van een geldsom.
Overeenkomst Meerzijdige rechtshandeling die verbintenissen schept (Art. 6:213 BW). Een
overeenkomst is wederkerig, indien elk van beide partijen een verbintenis op zich
neemt ter verkrijging van de prestatie waartoe de wederpartij zich daartegenover
jegens haar verbindt. Kredietovereenkomst is niet altijd wederkerig, pas wanneer er
sprake is van rente is deze wederkerig.
Koopkracht: Scheppen van financiële bestedingsruimte, financieel voordeel
Faciliteit: In de vorm van een faciliteit (bv. Cash, uitstel, voorschot, garanties)
Later tijdstip: Koopkracht genereren met behulp van factor tijd (afwijking van Art. 6:38 BW)
Geldsom: Koopkracht moet uitgedrukt worden in gangbaar (wettig) betaalmiddel
Overeenkomsten kunnen verschillend vormgegeven:
Formeel Totstandkoming vereist wilsovereenstemming + een bepaalde formaliteit.
Bijvoorbeeld huurkoop, pacht, schenking en (soms) kredietovereenkomst.
Reëel Totstandkoming vereist wilsovereenstemming + verrichting van een bepaalde
essentiële handeling. Bijvoorbeeld bruikleen, verbruikleen en (soms)
kredietovereenkomst.
Consensueel Totstandkoming vereist enkel wilsovereenstemming oftewel (vormvrije) aanbod en
aanvaarding (Art. 6:217 BW). Bijvoorbeeld koop, huur, opdracht en (in de regel)
kredietovereenkomst (sinds 2017).
Tot 2017 waren kredietovereenkomsten reëel vormgegeven. Na 2017 is afgesproken dat dit consensuele
overeenkomsten zijn. Consensueel is vormvrij, maar gaat het om twee consumenten, dan is er pas sprake van
een kredietovereenkomst wanneer deze schriftelijk is vastgelegd (formeel) of wanneer het geld daadwerkelijk is
overhandigd (reëel).
Aan leningen worden vaak door banken opschortende voorwaarden gesteld (conditions precedent). Voldoe je
niet aan de voorwaarden, dan krijg je je geld niet. De bank heeft daarnaast het recht om, als een bedrijf in
financiële moeilijkheden zit, kredietopname te blokkeren (drawstop). Via Woa procedure (IHC-casus) werd
besloten dat de bank dit niet mocht doen. HR bepaalt daarna dat dit niet had gemogen, de bank mag niet verplicht
worden geld uit te lenen. De bank heeft ook het recht om kredietovereenkomst vroegtijdig op te zeggen. Dit kan
met redelijke termijn of bij verzuim. Daarvoor moet er wel een opzeggingsbevoegdheid overeen zijn gekomen in
de kredietovereenkomst. Dan mag je opzeggen maar het kan dat opzegging, gelet op de omstandigheden van het
geval, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (ING/De Keijzer). De regel nu is dus je
mag opzeggen tenzij. Terwijl voor dit arrest het andersom was, die stelde dat je altijd een zwaarwegende grond
moet aan kunnen tonen.
Praktijk
De meeste ondernemingen maken gebruik van een gesyndiceerde lening (lening met meerdere banken). De
eerste is om via één bank de lening af te sluiten, waarbij die ene bank het volledige risico op zich neemt, en
daarna delen van de lening doorverkoopt naar andere banken. Optie twee is dat meerdere banken in het begin
al samen in onderhandeling gaan.
Wat staat er allemaal in een leningsovereenkomst: Hieronder de soorten bepalingen:
Technisch Hoeveel? Hoelang? Waarvoor? Waartegen? Hierin staat het bedrag, het doel
waarvoor de lening gebruikt mag worden, de looptijd van de lening, voorwaarden voor
het opnemen van het geld, rentepercentage etc. Hierin staat ook of het gecommitteerd
Bijna heel het vermogen kan een BV in zekerheid geven, behalve goodwill. Dit kan eventueel via IE rechten (zitten
in het merk), maar direct verpanden kan niet.
Je staat met heel je vermogen in naar schuldeisers (Art. 3:276 BW) en zij hebben gelijk verhaal (Art. 3:277 BW).
Banken hebben in NL een hele sterke positie. NL kent bankvriendelijke wetgeving en rechtspraak en de banken
hebben een regierol bij faillissement.
Pand en hypotheek geven voorrang (Art. 3:227 BW) en recht van separatisme (Art. 37 Fw). Voorrangsrechten
geven voorrang, maar dit loopt alsnog via faillissement. Separatisme gaat een stuk verder. Dit geeft buiten
faillissement recht op parate executie, en binnen faillissement kun je buiten de curator en andere schuldeisers
om.
Daarnaast kunnen zekerheden op bijna alles gevestigd, met maar een paar uitzonderingen. ING/DIX,
RABO/Reusser zijn voorbeelden van bankvriendelijke rechtspraak. ING/DIX ziet op verzamelpand op toekomstige
vorderingen. Ook toekomstige vorderingen kunnen op die manier verpand worden. Absoluut toekomstige
vorderingen mogen in principe niet op voorhand verpand worden (Art. 3:239 BW). Maar met de
verzamelpandconstructie kun je daar omheen. De kredietnemer geeft volmacht aan de bank om pandrechten te
verstrekken op toekomstige vorderingen. Hierdoor kan een bank direct, bij een nieuw ontstane vordering,
pandrecht vestigen. De HR staat dat hier toe. Daarnaast kun je onvoorwaardelijk pandrecht vestigen op
voorwaardelijk eigendomsrecht (Rabobank/Reusser). En ook is een overwaarde-arrangement mogelijk (NMB
Heller/Bannenberg & DLL/Van Legtestijn).
Waarom zekerheden
Zekerheden geven prioriteit. Daarnaast hoef je minder onderzoek te verrichten naar de financiële situatie van de
schuldenaar. Ook geeft het controle (dreiging / parate executie / zaaksgevolg). Zekerheidsrechten worden
goedgekeurd wegens onder andere het bevorderen van de economie (economisch perspectief) en wegens
contractsvrijheid (doctrinair juridisch perspectief) en eigendomsrecht.
Contractsvrijheid: In principe geldt dit ook voor zekerheden, alleen het raakt derden, is juist specifiek gericht op
het benadelen van die derden. Dus geen heel sterk argument.
Vrijheid over eigendom: Je bent vrij eigendom over te dragen en daar mag je ook vrij zekerheidsrechten op
vestigen. Maar dit raakt derden, omdat dit pas speelt bij faillissement en daarbij geef je dus op voorhand iets weg
van derden. Je geeft weg dat de ander voor derden kan verhalen. Het geeft uitgestelde reciprociteit. Daarnaast is
er een gesloten stelsel (numerus clausus) van zekerheidsrechten, dus volledige vrijheid heb je niet.
Efficiëntie: De vraag is of zekerheden meer efficiënte kredietverlening geven. Voordelen zijn dat krediet
goedkoper wordt, de rente ligt vaak lager. Daarnaast komt er meer krediet en krediet is toegankelijker. Ook de
monitoring kan efficiënter, je hoeft je alleen te richten op het specifieke goed, niet op de overige goederen van
een schuldenaar. Een ander voordeel is dat toekomstige kredietverlening beperkt wordt (als je bij de één leent
en zekerheid geeft, kan het niet meer bij een ander). Je kunt terugbetaling ook beter afdwingen. Het probleem
hiermee is dat ongesecureerd krediet duurder wordt. Het kredietrisico verschuift naar ongesecureerde
schuldeisers. Het risico verdwijnt niet maar verplaatst. Dit is alleen efficiënt als de ander efficiënter is in het risico
dragen.
In DIX/ING wordt gesteld dat zekerheden goed zijn voor de economie, en de HR stelt dat zelfs de ongesecureerde
schuldeisers hier baat bij hebben of op zijn minst rekening mee hadden kunnen houden. In latere jurisprudentie
(Van Leuveren/ING) wordt dit iets bijgesteld en gesteld dat het gaat om risicoverplaatsing. En de vraag is of dit
efficiënt is (verplaatsing van een goedgeïnformeerde partij, naar minder goedgeïnformeerde partijen). Een
andere vraag is ook of meer kredietverlening (meer schuld) wel wenselijk is. En zo ja, wat voor kredietverlening
willen we dan? Voor opstart van nieuwe bedrijven en R&D is het goed, maar voor bijvoorbeeld difference recaps
niet. En juist voor de eerste partij is het lastig om gesecureerd krediet te krijgen. Het stuurt kredietverlening in
een bepaalde richting. Zo is er veel kredietverlening voor vastgoed, wat de prijzen omhoog drijft.
Goedkoop instrument om betaling af te dwingen: Dit is een redelijk zeker recht, maar dit kan ook los van het feit
dat iemand voorrang krijgt binnen faillissement. Daarnaast moet het ook niet te makkelijk worden, want één
grote marktpartij krijgt dan heel veel macht, wat tot misbruik kan leiden.
,Oneerlijk: Zelfs als zekerheden efficiënt zijn, zijn ze wel onrechtvaardig. Met name naar onvrijwillige schuldeisers
toe. Denk aan OD-slachtoffers. Deze partijen hebben vooraf ook hun rentepercentage niet kunnen aanpassen ter
adaptie. Sterker, ze krijgen vaak helemaal geen rente.
De algemene consensus is echter toch dat zekerheden sociaal en economisch gewoon goed zijn. De vraag is wel
hoe ver zekerheid moet gaan, en wat zijn alternatieven? Denk aan de Carve-out in de UK. De consensus is ook
wel dat het ten opzichte van OD-slachtoffers niet goed is. Hierbij is voorrang van zekerheidsrechten op
onvrijwillige schuldeisers niet goed te rechtvaardigen. De uitzonderingen in NL zijn heel beperkt, ten opzichte van
andere landen.
Werkcollege 1 – F&Z – Achtergrond en rechtvaardiging zekerheidsrechten
Mulder/CLBN: Als vanuit een vordering geld wordt overgemaakt naar de bankrekening van de schuldenaar, dan
kan een bank hier, bij stil pandrecht, aanspraak op maken, ook wanneer de mededeling nog niet is gedaan.
Zalco: Als een pandrecht is gevestigd op de helft van een goed, dan ontstaat er automatisch/van rechtswege
een pandrecht op de helft van de winst van dat goed
Goodwill: Alles wat om een bedrijf zweeft, maar wat je niet kunt pakken. Zo heeft een merk bijvoorbeeld, naast
alle gebouwen etc., ook een imago, een waarde in zichzelf. Onder goodwill vallen ook alle klanten die je hebt
etc. dit kun je niet verpanden.
Partijen kunnen in overeenkomst verpandingsverboden opnemen. Deze hebben verbintenisrechtelijke werking
(tussen partijen) en soms zelfs goederenrechtelijke werking (richting derden). Dit wordt nu, binnen gewone
handelsvorderingen, bij wet verboden.
Nadenken over rechtvaardiging van zekerheid is van belang omdat:
• Voorwaardelijk eigendom -> Rabobank/Reuser
• Verzamelpandakte -> ING/Dix q.q.
• Verpanding van good will -> ING/Thielen q.q.
• Verpanding van zekeringsportefeuille -> ING/Thielen q.q.
• Verpandingsverboden -> Wetsvoorstel
• Verpanding van aandeel bij zaaksvorming/natrekking -> Zalco
• WHOA moties en amendementen -> WHOA
• Kosten en formaliteiten -> Notaris verplicht
• Generieke en specifieke zekerheidsrechten -> Floating charge
Er zijn verschillende visies:
• Eigendom: Hiermee mag je doen wat je wilt, waaronder bezwaren en vervreemden. Het vestigen van
een zekerheidsrecht is een vorm van vervreemding (levering van een zekerheidsrecht aan een ander).
Contra is dat zekerheden afbreuk doen aan paritas creditorum. Ook is er een gesloten stelsel van
zekerheden (pand en hypotheek).
• Contractenrecht: Je hebt contractsvrijheid en dit omvat het recht sommigen voorrang te verschaffen
en anderen niet. Je bindt daarmee alleen wel ook C. Pro argument is, je leent wat uit, wat een risico is,
daar mag wat tegenover staan. Zekerheden zijn wisselgeld voor het feit dat je een lening krijgt. Contra
is dat het tegenwoordig meer een voorwaarde is dan een keuze.
• Economisch: Het is gunstig voor economische groei. Zekerheden maken de kosten voor krediet lager
en kredietverstrekking groter, wat economische groei stimuleert. Contra is dat de rente niet minder
wordt. Dit weet je niet, daarnaast wordt deze verschoven naar ongesecureerde crediteuren.
• Verdeling: Zekerheidsrechten geven een eerlijkere verdeling.
• Efficiëntie: Zekerheidsrechten zijn wel/niet het meest efficient.
, Tegenovergestelde van zekerheidsrecht is achterstelling (algemeen of specifiek), waarbij je afspreekt een
vordering achter te stellen.
Hoorcollege 2 – F&Z – De zakelijke krediet en leningsovereenkomst
Kredietovereenkomst: De overeenkomst waarbij de ene partij, de kredietgever, zich verbindt om ten behoeve
van haar wederpartij, de kredietnemer, financiële bestedingsruimte (koopkracht) te creëren in de vorm van een
financiële faciliteit (krediet), en die wederpartij zich verbindt om die bestedingsruimte op een later tijdstip te
vereffenen door de nakoming van een verbintenis tot betaling van een geldsom.
Overeenkomst Meerzijdige rechtshandeling die verbintenissen schept (Art. 6:213 BW). Een
overeenkomst is wederkerig, indien elk van beide partijen een verbintenis op zich
neemt ter verkrijging van de prestatie waartoe de wederpartij zich daartegenover
jegens haar verbindt. Kredietovereenkomst is niet altijd wederkerig, pas wanneer er
sprake is van rente is deze wederkerig.
Koopkracht: Scheppen van financiële bestedingsruimte, financieel voordeel
Faciliteit: In de vorm van een faciliteit (bv. Cash, uitstel, voorschot, garanties)
Later tijdstip: Koopkracht genereren met behulp van factor tijd (afwijking van Art. 6:38 BW)
Geldsom: Koopkracht moet uitgedrukt worden in gangbaar (wettig) betaalmiddel
Overeenkomsten kunnen verschillend vormgegeven:
Formeel Totstandkoming vereist wilsovereenstemming + een bepaalde formaliteit.
Bijvoorbeeld huurkoop, pacht, schenking en (soms) kredietovereenkomst.
Reëel Totstandkoming vereist wilsovereenstemming + verrichting van een bepaalde
essentiële handeling. Bijvoorbeeld bruikleen, verbruikleen en (soms)
kredietovereenkomst.
Consensueel Totstandkoming vereist enkel wilsovereenstemming oftewel (vormvrije) aanbod en
aanvaarding (Art. 6:217 BW). Bijvoorbeeld koop, huur, opdracht en (in de regel)
kredietovereenkomst (sinds 2017).
Tot 2017 waren kredietovereenkomsten reëel vormgegeven. Na 2017 is afgesproken dat dit consensuele
overeenkomsten zijn. Consensueel is vormvrij, maar gaat het om twee consumenten, dan is er pas sprake van
een kredietovereenkomst wanneer deze schriftelijk is vastgelegd (formeel) of wanneer het geld daadwerkelijk is
overhandigd (reëel).
Aan leningen worden vaak door banken opschortende voorwaarden gesteld (conditions precedent). Voldoe je
niet aan de voorwaarden, dan krijg je je geld niet. De bank heeft daarnaast het recht om, als een bedrijf in
financiële moeilijkheden zit, kredietopname te blokkeren (drawstop). Via Woa procedure (IHC-casus) werd
besloten dat de bank dit niet mocht doen. HR bepaalt daarna dat dit niet had gemogen, de bank mag niet verplicht
worden geld uit te lenen. De bank heeft ook het recht om kredietovereenkomst vroegtijdig op te zeggen. Dit kan
met redelijke termijn of bij verzuim. Daarvoor moet er wel een opzeggingsbevoegdheid overeen zijn gekomen in
de kredietovereenkomst. Dan mag je opzeggen maar het kan dat opzegging, gelet op de omstandigheden van het
geval, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (ING/De Keijzer). De regel nu is dus je
mag opzeggen tenzij. Terwijl voor dit arrest het andersom was, die stelde dat je altijd een zwaarwegende grond
moet aan kunnen tonen.
Praktijk
De meeste ondernemingen maken gebruik van een gesyndiceerde lening (lening met meerdere banken). De
eerste is om via één bank de lening af te sluiten, waarbij die ene bank het volledige risico op zich neemt, en
daarna delen van de lening doorverkoopt naar andere banken. Optie twee is dat meerdere banken in het begin
al samen in onderhandeling gaan.
Wat staat er allemaal in een leningsovereenkomst: Hieronder de soorten bepalingen:
Technisch Hoeveel? Hoelang? Waarvoor? Waartegen? Hierin staat het bedrag, het doel
waarvoor de lening gebruikt mag worden, de looptijd van de lening, voorwaarden voor
het opnemen van het geld, rentepercentage etc. Hierin staat ook of het gecommitteerd