Jurisprudentie Week 2 – Zakelijke lening en kredietovereenkomst
ING/De Keijzer Opzegging krediet
Maatstaf: Voor beoordeling van rechtmatigheid van opzegging moet de opzeg-
ging beoordeeld aan de hand van de overeenkomst en Art. 6:248.2 BW (R&B).
Als de overeenkomst voorziet in een opzegmogelijkheid, mag de bank hiervan
gebruik maken tenzij dit gelet op de omstandigheden van het geval naar R&B
onaanvaardbaar is. Daarbij heeft de bank een zorgplicht en mag er onderscheid
gemaakt tussen verschillende onderdelen (bv. meerdere kredieten) bij de be-
oordeling. Hiervoor gold Rabobank/Aarding die een mildere norm hanteerde:
het aanwezig zijn van een voldoende zwaarwegend belang en de eisen van pro-
portionaliteit en subsidiariteit.
Jurisprudentie Week 3 – Geld, betaling en verrekening
Huijzer/Rabobank Faillissement – Terugvordering
Art. 52 Fw
Na faillissement van Far Beheer BV is nog een transactie naar derde, Rabobank,
gedaan. De Rabobank was niet op de hoogte van het faillissement en beroept
zich op Art. 52 Fw (goede trouw). De curator (Huijzer) vordert terugbetaling.
Regel: Far Beheer BV is beschikkingsonbevoegd op grond van Art. 23 Fw en de
boedel is niet bij de betaling gebaat. Daarom kan de betaling niet aan de boe-
del tegengeworpen en kan de curator terugvorderen. Bank kan zich niet beroe-
pen op Art. 52 Fw omdat betaling is geschied ter nakoming van een verbintenis
die na het faillissement is ontstaan (de verbintenis tot betaling ontstaat pas
wanneer de rekeninghouder een concrete betalingsopdracht geeft en deze
door de bank wordt aanvaard). Een dergelijke verbintenis ontstaat dus niet di-
rect uit de rekening-courantrelatie die de bank en de rekeninghouder met el-
kaar hebben. Kortom, de bescherming die derden te goeder trouw na faillisse-
ment maar voor de publicatie daarvan van de gefailleerde hebben verkregen,
geldt dus niet voor verbintenissen van de gefailleerde ontstaan NA de faillisse-
mentsdatum
SNS Bank/Pasman Faillissement – Terugvordering betaling
Kort voor faillissement van Vetrans B.V. waren automatische incasso’s afge-
schreven dan de bankrekening. Na faillissement maakt de bank gebruik van
haar storneringsbevoegdheid. Debiteur of bank kunnen tijdig (binnen 30 da-
gen) een automatische incasso storneren (terugdraaien). De curator vordert
terugbetaling.
Regel: HR is van oordeel dat voor aannemen van misbruik van storneringsbe-
voegdheid onvoldoende is dat door de uitvoering van een automatische incasso
de kredietruimte van de geïncasseerde niet wordt overschreden (vaak reden
voor storneren door bank). Dit sluit echter niet uit dat een bank, gelet op de
bijzondere omstandigheden van het geval, misbruik kan maken van haar stor-
neringsbevoegdheid en daardoor onrechtmatig kan handelen jegens de
schuldeisers (r.o. 5.2).
JPR/Gunning q.q. Aanspreken begunstigde
Art. 6:114.2 BW
, Bij girale overmaking is de betaling volledig als de rekening van de schuldeiser
wordt gecrediteerd. Pas op dat moment is voldaan aan de verbintenis tot beta-
ling van een geldsom. De curator kan daarom het betaalde terugvorderen als
de rekening van schuldeiser na begin van de dag faillietverklaring is gecredi-
teerd. Geld kan dus teruggevorderd als het op de dag van faillissement wordt
bijgeschreven bij de schuldeiser. Daarvoor maakt het niet uit wanneer de beta-
lingsopdracht is gedaan.
Stichting/ABN AMRO Reikwijdte en inhoud zorgplicht bank jegens derden
Van den B. kreeg van een groot aantal mensen geld om te beleggen. Deze be-
leggers zijn uiteindelijk gedupeerd. Deze gaan in collectieve actie tegen ABN
AMRO waar B. twee rekeningen had. De bank zou onrechtmatig hebben gehan-
deld door geen onderzoek te doen naar de beleggingsactiviteiten van B. en het
controleren van de vereiste vergunningen (die B niet had) daarvoor.
Regel: De maatschappelijke functie van een bank brengt een bijzondere zorg-
plicht mee ten opzichte van derden (Safe Haven). HR stelt dat de reikwijdte van
de zorgplicht afhankelijk is van alle omstandigheden van het geval. Daarbij stelt
HR dat de functie rechtvaardigt dat de zorgplicht van de bank mede strekt ter
bescherming tegen lichtvaardigheid en gebrek aan kunde en niet is beperkt tot
zorg jegens eigen klanten. Daarbij moet het handelen van de belegger individu-
eel beoordeeld worden.
ING/Van den Hurk Niet toegestane transacties – Onverwijlde mededeling
Na terugkomst vakantie komt verweerder erachter dat grote bedragen van zijn
rekening zijn afgeboekt. Hij vordert terugbetaling van ING omdat hij met over-
boeking niet had ingestemd. ING stelt echter dat de transacties waren toege-
staan. Daarnaast stelt ING dat er, zo niet, sprake was van grove nalatigheid bij
verweerder omdat deze niet snel genoeg de transacties had gecontroleerd.
Wet: Art. 7:522 BW (art. 54 PSD1) bepaalt dat een betaaldienstverlener een
betalingstransactie slechts uitvoert met instemming (volgens overeengekomen
vorm en procedure) van de betaler, en dat zonder instemming een betalings-
transactie als niet toegestaan wordt aangemerkt. Op grond van Art. 7:524
BW (art. 56 PSD1) moet de betaaldienstgebruiker voldoende maatregelen tref-
fen voor de veiligheid en de bank onverwijld in kennis stellen bij verlies, diefstal
of onrechtmatig gebruik.
Regel: HR stelt dat de omstandigheid dat de betaalopdrachten zijn verleend
overeenkomstig de overeengekomen vorm en procedure, en dat ING de beta-
lingstransacties heeft geauthentiseerd, niet eraan in de weg staat dat de trans-
acties worden aangemerkt als niet toegestaan (r.o. 3.2.2). De transacties kon-
den dus als niet toegestaan aangemerkt. HR stelt daarnaast, bij het beroep op
grove nalatigheid, dat onverwijld betekend dat de verplichting tot kennisstelling
aanvangt op het moment dat hij (subjectieve) bekendheid heeft met de niet
toegestane transacties (r.o. 3.3.2). Hiervan kan niet ten nadele van de consu-
ment-betaaldienstgebruiker worden afgeweken.
Royal Floraholland Faillissement - Fixatiebeginsel
Art. 20, 23, 24 Fw
Bleiswijk huurde ruimte van RFH. Bleiswijk gaat failliet en RFH ontvangt door
automatische betaling nog huur terwijl de rekening al in debetstand stond, die
ING/De Keijzer Opzegging krediet
Maatstaf: Voor beoordeling van rechtmatigheid van opzegging moet de opzeg-
ging beoordeeld aan de hand van de overeenkomst en Art. 6:248.2 BW (R&B).
Als de overeenkomst voorziet in een opzegmogelijkheid, mag de bank hiervan
gebruik maken tenzij dit gelet op de omstandigheden van het geval naar R&B
onaanvaardbaar is. Daarbij heeft de bank een zorgplicht en mag er onderscheid
gemaakt tussen verschillende onderdelen (bv. meerdere kredieten) bij de be-
oordeling. Hiervoor gold Rabobank/Aarding die een mildere norm hanteerde:
het aanwezig zijn van een voldoende zwaarwegend belang en de eisen van pro-
portionaliteit en subsidiariteit.
Jurisprudentie Week 3 – Geld, betaling en verrekening
Huijzer/Rabobank Faillissement – Terugvordering
Art. 52 Fw
Na faillissement van Far Beheer BV is nog een transactie naar derde, Rabobank,
gedaan. De Rabobank was niet op de hoogte van het faillissement en beroept
zich op Art. 52 Fw (goede trouw). De curator (Huijzer) vordert terugbetaling.
Regel: Far Beheer BV is beschikkingsonbevoegd op grond van Art. 23 Fw en de
boedel is niet bij de betaling gebaat. Daarom kan de betaling niet aan de boe-
del tegengeworpen en kan de curator terugvorderen. Bank kan zich niet beroe-
pen op Art. 52 Fw omdat betaling is geschied ter nakoming van een verbintenis
die na het faillissement is ontstaan (de verbintenis tot betaling ontstaat pas
wanneer de rekeninghouder een concrete betalingsopdracht geeft en deze
door de bank wordt aanvaard). Een dergelijke verbintenis ontstaat dus niet di-
rect uit de rekening-courantrelatie die de bank en de rekeninghouder met el-
kaar hebben. Kortom, de bescherming die derden te goeder trouw na faillisse-
ment maar voor de publicatie daarvan van de gefailleerde hebben verkregen,
geldt dus niet voor verbintenissen van de gefailleerde ontstaan NA de faillisse-
mentsdatum
SNS Bank/Pasman Faillissement – Terugvordering betaling
Kort voor faillissement van Vetrans B.V. waren automatische incasso’s afge-
schreven dan de bankrekening. Na faillissement maakt de bank gebruik van
haar storneringsbevoegdheid. Debiteur of bank kunnen tijdig (binnen 30 da-
gen) een automatische incasso storneren (terugdraaien). De curator vordert
terugbetaling.
Regel: HR is van oordeel dat voor aannemen van misbruik van storneringsbe-
voegdheid onvoldoende is dat door de uitvoering van een automatische incasso
de kredietruimte van de geïncasseerde niet wordt overschreden (vaak reden
voor storneren door bank). Dit sluit echter niet uit dat een bank, gelet op de
bijzondere omstandigheden van het geval, misbruik kan maken van haar stor-
neringsbevoegdheid en daardoor onrechtmatig kan handelen jegens de
schuldeisers (r.o. 5.2).
JPR/Gunning q.q. Aanspreken begunstigde
Art. 6:114.2 BW
, Bij girale overmaking is de betaling volledig als de rekening van de schuldeiser
wordt gecrediteerd. Pas op dat moment is voldaan aan de verbintenis tot beta-
ling van een geldsom. De curator kan daarom het betaalde terugvorderen als
de rekening van schuldeiser na begin van de dag faillietverklaring is gecredi-
teerd. Geld kan dus teruggevorderd als het op de dag van faillissement wordt
bijgeschreven bij de schuldeiser. Daarvoor maakt het niet uit wanneer de beta-
lingsopdracht is gedaan.
Stichting/ABN AMRO Reikwijdte en inhoud zorgplicht bank jegens derden
Van den B. kreeg van een groot aantal mensen geld om te beleggen. Deze be-
leggers zijn uiteindelijk gedupeerd. Deze gaan in collectieve actie tegen ABN
AMRO waar B. twee rekeningen had. De bank zou onrechtmatig hebben gehan-
deld door geen onderzoek te doen naar de beleggingsactiviteiten van B. en het
controleren van de vereiste vergunningen (die B niet had) daarvoor.
Regel: De maatschappelijke functie van een bank brengt een bijzondere zorg-
plicht mee ten opzichte van derden (Safe Haven). HR stelt dat de reikwijdte van
de zorgplicht afhankelijk is van alle omstandigheden van het geval. Daarbij stelt
HR dat de functie rechtvaardigt dat de zorgplicht van de bank mede strekt ter
bescherming tegen lichtvaardigheid en gebrek aan kunde en niet is beperkt tot
zorg jegens eigen klanten. Daarbij moet het handelen van de belegger individu-
eel beoordeeld worden.
ING/Van den Hurk Niet toegestane transacties – Onverwijlde mededeling
Na terugkomst vakantie komt verweerder erachter dat grote bedragen van zijn
rekening zijn afgeboekt. Hij vordert terugbetaling van ING omdat hij met over-
boeking niet had ingestemd. ING stelt echter dat de transacties waren toege-
staan. Daarnaast stelt ING dat er, zo niet, sprake was van grove nalatigheid bij
verweerder omdat deze niet snel genoeg de transacties had gecontroleerd.
Wet: Art. 7:522 BW (art. 54 PSD1) bepaalt dat een betaaldienstverlener een
betalingstransactie slechts uitvoert met instemming (volgens overeengekomen
vorm en procedure) van de betaler, en dat zonder instemming een betalings-
transactie als niet toegestaan wordt aangemerkt. Op grond van Art. 7:524
BW (art. 56 PSD1) moet de betaaldienstgebruiker voldoende maatregelen tref-
fen voor de veiligheid en de bank onverwijld in kennis stellen bij verlies, diefstal
of onrechtmatig gebruik.
Regel: HR stelt dat de omstandigheid dat de betaalopdrachten zijn verleend
overeenkomstig de overeengekomen vorm en procedure, en dat ING de beta-
lingstransacties heeft geauthentiseerd, niet eraan in de weg staat dat de trans-
acties worden aangemerkt als niet toegestaan (r.o. 3.2.2). De transacties kon-
den dus als niet toegestaan aangemerkt. HR stelt daarnaast, bij het beroep op
grove nalatigheid, dat onverwijld betekend dat de verplichting tot kennisstelling
aanvangt op het moment dat hij (subjectieve) bekendheid heeft met de niet
toegestane transacties (r.o. 3.3.2). Hiervan kan niet ten nadele van de consu-
ment-betaaldienstgebruiker worden afgeweken.
Royal Floraholland Faillissement - Fixatiebeginsel
Art. 20, 23, 24 Fw
Bleiswijk huurde ruimte van RFH. Bleiswijk gaat failliet en RFH ontvangt door
automatische betaling nog huur terwijl de rekening al in debetstand stond, die