Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
College aantekeningen

Collegeaantekeningen - Erfrecht

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
20
Geüpload op
14-02-2026
Geschreven in
2024/2025

Aantekeningen van alle hoorcolleges, werkcolleges, gastcolleges en webcasts van het vak Erfrecht

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Hoor- en werkcolleges en webcasts – Erfrecht

Webcast - Bloed- en aanverwantschap

Een ouder, kind en hun bloedverwanten staan in familierechtelijke betrekking tot elkaar (Art. 1:197).

Bloedverwantschap Hierbij gaat het om een afstammingsrelatie. De basis van een familierechtelijke
betrekking is deze afstammingsrelatie.

Eerste graad Ouders en kinderen
Tweede graad Grootouders en broers/zussen
Derde graad Overgrootouders en ooms en tantes
Vierde graad Betovergrootouders en achterneven
Vijfde graad Achterneven/nichten

Juridisch bloedverwantschap Hoeft niet altijd samen te vallen met het biologisch bloedverwantschap. Adop-
tie valt hier ook onder.

Aanverwantschap Ziet op een huwelijksrelatie of geregistreerd partnerschap. Hierdoor ontstaat
aanverwantschap tussen de ene echtgenoot en de bloedverwanten van de an-
dere partner. Aanverwantschap eindigt niet door echtscheiding.

Family life (Art. 8 EVRM) Het recht op family life is een begrip wat is ontwikkeld in de rechtspraak. Het
ziet op het hebben van een nauwe persoonlijke betrekking. Family life geeft
samen met bloedverwantschap aan het gezinsleven. Family life geeft personen
die niet voldoen aan het juridisch bloedverwantschap toch de mogelijkheid om
aanspraak te doen op bijvoorbeeld een omgangsregeling of gezagsregeling. Fa-
mily life wordt nader uitgewerkt in de zaken Lebbink en Keegan. Zo is het heb-
ben van een biologisch bloedverwantschap niet voldoende voor een beroep op
family life.

Hoorcollege 1 – Erfrecht

Is er geen uiterste wilsbeschikking, dan geldt erfrecht bij versterf. Normaal is het dan bij overlijden zo dat eerst het
huwelijksvermogensregime wordt afgehandeld, voordat de nalatenschap verder wordt afgewikkeld. Dat blijft bij dit
vak buiten beschouwing.

Als erfgenaam verkrijg je onder algemene titel, dus niet onder bijzondere titel. Dit betekent dat er geen levering nodig
is om de rechten en plichten te doen overgaan. Naast erfgenaam kun je ook legataris zijn. Deze heeft een legaat, dit is
een vorderingsrecht en een schuld van de nalatenschap. Je kunt vanuit het testament goederen of geld aan mensen
via legaat achterlaten. Een legaat is wel onder bijzondere titel en deze moet dus geleverd worden. Daarnaast heb je
ook legitimaris, deze heeft aanspraak op een legitieme portie.

Commorientenregel -> Wanneer 2 personen tegelijktijdig overleiden en de volgorde kan niet vastgesteld, dan worden
ze geacht gelijktijdig te zijn overleden -> Art. 4.2 BW.

Werkcollege 1 – Erfrecht

Loop bij het uitwerken van het erfrechtelijke plaatje de volgende stappen door:
• Welke parentele? -> Art. 4:10.1 BW

, o P1 – Echtgenoot = Geregistreerd partner – Art. 4:8 BW
• Uit eigen hoofde - Gelijke delen -> Art. 4.11.1 BW
o P2 – Uitzondering 1 -> Halfbroers/zussen -> Art. 4:11.2 BW
o P2 – Uitzondering 2 -> 25% Ouders -> Art. 4.11.3 BW
• Door plaatsvervulling – Deel van plaatsvervulling
o Plaatsvervulling gaat staaksgewijs -> Art. 4.12.2 BW
o Plaatsvervulling gaat tot de 6de graad -> Art. 4.12.3 BW

Gastcollege 1 – Onwaardigheid

Binnen het erfrecht heb je onwaardigheid, wat betekend dat je geen voordeel mag trekken. Iets vergelijkbaars is er
niet in het huwelijksvermogensrecht. Je moet daarom het erfrecht en huwelijksvermogensrecht steeds uit elkaar trek-
ken. Op het moment dat iemand is getrouwd in gemeenschap van goederen en overlijd, en de echtgenoot is onwaar-
dig, dan erft deze niet uit de nalatenschap, maar heeft deze wel recht op zijn helft van het huwelijksvermogen. Het
Moordhuwelijk arrest geeft hier wel een escape op. Hier trouwde een arme man in gemeenschap van goederen, met
een rijke oude dame, en bracht haar vervolgens om het leven. Deze man kon geen aanspraak maken op de nalaten-
schap (want onwaardig), maar wel op de helft van het huwelijksvermogen. De erfgenamen hebben hiertegen gepro-
cedeerd, en daarop gaf de rechter aan dat je in zo’n geval op grond van Art. 1:100 BW af kan wijken van de verdeling
bij helfde.

Strafrechtelijk kader
De strafrechter berecht:
• Op basis van de tenlastelegging -> Dit is uitgangspunt, en dit wordt daarom ook wel de grondslagleer ge-
noemd. De tenlastelegging is de grondslag.
• De berechting gaat vervolgens via een toetsingskader, waarbij een aantal vragen moeten worden gesteld.
Deze staan weergegeven in Art. 348 (formele voorvragen) en 350 Sv (formele hoofdvragen).
• De rechter houdt hierbij rekening met strafuitsluitingsgronden
• Daarna doet hij einduitspraak (zoals een (onherroepelijke) veroordeling)
• En kent hij straf en/of maatregel toe.

Het rechterlijk beslissingsschema – Art. 350 Sv
1. Kan het tenlastegelegde feit worden bewezen? -> Nee, dan vrijspraak.
2. Is het bewezenverklaarde strafbaar? -> Nee dan OVAR (dit is geen vrijspraak maar ook geen veroordeling)
3. Is de verdachte strafbaar? -> Nee dan OVAR
a. Is er sprake van wederrechtelijk handelen?
b. En is er sprake van een verwijtbare dader?
Hierbij moet rekening gehouden met strafuitsluitingsgronden. Hierbij heb je rechtvaardigingsgronden (hier-
bij gaat het om objectieve factoren die het gedrag rechtvaardigen. Deze hebben in de regel derden werking
en hebben betrekking op de wederrechtelijkheid van de gedraging) en schulduitsluitingsgronden (hierbij gaat
het meer om de subjectieve factoren (gesteldheid van de dader) die in overwegende mate invloed uitoefe-
nen op het rechtskundig oordeel. Deze disculperen de dader en hebben geen derdenwerking. Deze hebben
dus betrekking op de verwijtbaarheid van de dader).
4. Welke straf of maatregel kan worden opgelegd?

Een uitspraak is onherroepelijk wanneer alle rechtsmiddelen zijn uitgeput, of de termijn is verstreken.

Het sanctiepalet bij OVAR is heel anders dan bij vrijspraak of veroordeling. Bij OVAR mag de rechter geen straf (gevan-
genisstraf, hechtenis, taakstraf, geldboete etc.) toekennen. De rechter kan wel een maatregel opleggen zoals TBS, JSD,
schadevergoeding, vrijheidsbeperkende of gedragsbeinvloedede maatregel etc. dit ter beveiliging of herstel van de

, maatschappij. Dit omdat de tenlastelegging wel bewezenverklaard is en vaak ook gekwalificeerd als strafbare gedra-
ging.

De gifmoord: Vrouw brengt man om door gif. Huwelijk is ontbonden door de dood. Hier is over geprocedeerd, maar
voor de rechter uitspraak kon doen, pleegde vrouw zelfmoord. Daarmee verviel het recht op vervolging, wat daardoor
niet leidde tot veroordeling. De erfgenamen claimden vervolgens wel de nalatenschap van de vrouw (en indirect ook
de man, omdat ze nog niet onwaardig was om te erven). Rechters zoeken nu de ruimte om af te wijken van nalaten-
schap als veroordeling ontbreekt. Dit door de R&B of door Art. 8 EVRM (recht op family life).

Beuningse martelmoord: Man trouwt met vrouw en vrouw overlijdt paar laar later. Later blijkt dat de man dat heeft
veroorzaakt en dat hij de vrouw voor die tijd ook al psychisch en fysiek mishandelde. Vrouw was vermogend en ze wa-
ren getrouwd in gemeenschap van goederen. Haar ouders waren ook vermogend, maar die hadden een uitsluitings-
clausule opgenomen. Het vermogen van ouders viel in haar privévermogen. Maar ze hadden geen kinderen, dus de
man claimt toch als enig erfgenaam die nalatenschap. Hij bleek haar uiteindelijk omgebracht te hebben in een waan,
en is daarmee volledig ontoerekeningsvatbaar is verklaard. Er is dus een geslaagd beroep gedaan op een strafuitslui-
tingsgrond, en OVAR geoordeeld. Hierdoor was hij niet onwaardig in het erfrecht omdat hij niet onherroepelijk is ver-
oordeeld. Broers gingen hier tegenin. Rechtbank gaat hier alleen niet in mee. Hij geeft aan dat de geestestoestand ook
de werking van R&B blokkeert. Hof stelt echter dat er wel sprake is van onwaardigheid. HR laat dit in stand.

Hoorcollege 2 – Versterferfrecht

Doel van de wettelijke verdeling is de positie van de langstlevende te beschermen zodat deze ongestoord kan voortle-
ven. De langstlevende kan de wettelijke verdeling ongedaan maken. De erflater heeft wel testeervrijheid, moet vrij
kunnen beschikken over het eigen vermogen. Hier zitten wel kanttekeningen aan. Onterf je bijvoorbeeld je echtge-
noot of kinderen dan gelden er andere wettelijke rechten van dwingend recht (Art. 4:28, 4:29, 4:30, 4:34 BW). Dit be-
perkt de testeervrijheid. De erflater kan ook de wettelijke verdeling uitsluiten. In dat geval komt de echtgenoot met
de kinderen in een onverdeeldheid en moeten de goederen onderling worden verdeeld (Art. 3:182 BW). Die verdeling
is vormvrij, maar je moet wel leveren (Art. 3:186 BW).

Aansprakelijk voor schulden
Allen zijn aansprakelijk (echtgenoot en kinderen). De draagplicht ligt bij de echtgenoot, maar indirect dragen ook de
kinderen. Schuldeiser moet verhalen bij echtgenoot. Als deze aanklopt bij de kinderen hebben deze aanwijsrecht rich-
ting de ouder.

Actio Pauliana
Erfrecht hangt samen met het algemeen verbintenissenrecht. Zo mag je als schuldenaar andere schuldeisers niet be-
nadelen (Actio Pauliana – Art. 3:45 BW). Deze geldt ook bij de wettelijke verdeling. Als schuldeisers denken dat ze
door een rechtshandeling benadeeld worden, kunnen ze deze ontbinden. Het moet wel gaan om een onverplichte
rechtshandeling.

Werkcollege 2

Als in het testament voor de helft is bepaald waar de nalatenschap naar toe gaat, maar voor de andere helft niet, dan
gaat die andere helft via erfrecht van versterf. Dan gaat het via de wettelijke verdeling van Art. 4:10 BW (en evt. Art
4:13 BW). In dat geval moeten beide partijen wel samen bepalen wat naar wie gaat.

De wettelijke bepaling geldt, tenzij door erflater in testament geheel buitentoepassing gesteld. Zijn er een echtgenoot
en kinderen, dan erft de echtgenoot alles op een ondeelbaar rechtsmoment. Erflater kan op enkele punten wel afwij-
ken van de wettelijke verdeling:
- Wilsrechten

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
14 februari 2026
Aantal pagina's
20
Geschreven in
2024/2025
Type
College aantekeningen
Docent(en)
M.i. peereboom-van drunick
Bevat
Alle colleges

Onderwerpen

$10.15
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
jdklos

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
jdklos Universiteit van Amsterdam
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
11
Lid sinds
4 jaar
Aantal volgers
5
Documenten
15
Laatst verkocht
1 maand geleden

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen