BO – Hoorcollege week 1
Binnen BO heb je ook te maken met Europees recht. Verordeningen werken direct door. Richtlijnen
moeten eerst worden omgezet.
Koop en digitale inhoud
Hier is EU-wetgeving over gericht op Verkoop van goederen en Levering van digitale inhoud. Dit is sinds
2022 geïmplementeerd in het BW. Dit geeft een onderscheid tussen koop en digitale inhoud. Als je te
maken hebt met een product, moet je dus altijd kijken waar deze onder valt, het kan niet beiden (Art.
7:50ab.1 & 2a jo. Art. 7:5 BW).
Koop
Algemene vragen en algemeen contractenrecht wordt met name beheerd door BW6 (denk aan aanbod en
aanvaarding – Art. 6:217 BW). Voor wilsgebreken ga je terug naar BW3 en voor alles wat bijzonder is ga je
naar BW7. Voor specifiek koop van een woning door particulier geldt dat dit niet onder consumentenkoop
valt maar apart is geregeld in Art. 7:2 BW. Koper heeft hier een wettelijke bedenktijd van 3 dagen (Art.
6:230o BW).
Eigendomsoverdracht en aflevering
Bij overdracht moet de verkoper zorgen dat het eigendom overgedragen en afgeleverd wordt (Art. 7:9 BW).
De algemene vereisten voor overdracht staan in Art. 3:84 BW:
- Geldige titel
- Beschikkingsbevoegdheid
- Levering (Art. 7:9.2 BW)
Overdracht moet vrij van lasten, zonder rechtsgebreken (Art. 7:15 BW).
Conformiteit
Of een zaak conform is hangt af van wat je hebt afgesproken, aanbod en aanvaarding, en de uitleg
daarvan. Een zaak is non-conform als deze niet beantwoordt aan de overeenkomst (Art. 7:17 BW). Hierbij
moet gekeken naar o.a.:
- De kwaliteit -> Daarbij kan weer gekeken naar
o Aard van de zaak
o Hoogte van de prijs
o Omstandigheden
o Mededelingen van de verkoper
- Normaal gebruik, levensduur
- Onderzoeksplicht
Klachtplicht
Om gebruik te kunnen maken van de remedies moet de koper op tijd kennisgeven van non-conformiteit
aan de verkoper (Art. 7:23 BW). Dit moet binnen bekwame tijd na ontdekken of redelijkerwijs behoren te
ontdekken. Voor consumentenkoop moet dit binnen bekwame tijd na ontdekking (twee maanden). Doe je
dit niet dan vervallen alle rechten ter zake van de tekortkoming. De beoordelingsmaatstaven zijn ook terug
te vinden in Far Trading/Edco. Er moet een afweging gemaakt van alle betrokken belangen, waaronder
nadeel van de verkoper en de bewijslastverdeling.
BO – Werkcollege week 1
Casus 1: Jacqueline koopt een camera, waarbij ze ter financiering een lening sluit voor afbetaling in 24
maanden. De camera gaat op vakantie kapot. Dit meldt zij pas na 2.5 maand. Verkoper heeft niet voldaan
aan informatieverplichtingen uit Art. 7:61 BW.
Het gaat hier om consumentenkoop en non-conformiteit (Art. 7:17.2 BW). Hierbij moet gekeken naar
normaal gebruik en bijzonder gebruik. De consument hoeft non-conformiteit niet te bewijzen als het
product binnen een jaar kapot gaat (Art. 7:18a.2 BW). De consument heeft (t.o.v. normale koop) geen
onderzoeksplicht en een aparte klachttermijn van 2 maanden. Jacqueline is te laat met haar klacht,
waarmee haar rechten vervallen (Art. 7:23.1 BW).
,Casus 1b: Wat als Jacqueline een dvd had gekocht? Hierbij gaat het niet meer om consumentenkoop
maar om een overeenkomst tot levering van een artikel met digitale inhoud (Art. 7:50aa e.v.). Als je een
goed koopt moet je kijken of deze of onder consumentenkoop valt, of onder levering digitale inhoud. Een
dvd valt onder Art. 7:50ab.1c BW, een materiële gegevensdrager die drager is van uitsluitend digitale
inhoud. Hiermee is de klachtplichtregeling niet van toepassing (Art. 7:5a.2 BW). Ook kan geen beroep
gedaan op Art. 6:89 BW (Art. 7:50ap.2 BW). Hier geldt dus geen klachtplicht en verkoper kan zich dus niet
beroepen op schending termijn.
Casus 1c: Jacqueline weigert verdere betaling, waarop verkoper betaling vordert. Hierbij moet je eerst
kijken naar de verschillende overeenkomsten en deze kwalificeren. Aan de ene kant is een
koopovereenkomst, maar voor betaling dus ook een consumentenkredietovereenkomst (Art. 7:57 BW).
Uit de casus blijkt dat de voor een CKO geldende informatieverplichtingen niet zijn nageleefd (Art. 7:61
BW). Rechter moet dit eerst ambtshalve controleren, waarna dit grond voor vernietigbaarheid
(Lindorff/Nazier) geeft. Vernietiging heeft retroactieve werking (Art. 3:53 BW). Ex tunc heeft
terugwerkende kracht. Ex nunc is vanaf nu. Vernietiging ex tunc betekend dat alles uitgevoerd in de
overeenkomst teruggedraaid moet, wat onverschuldigde betaling geeft.
Casus 2: Wawelaar koopt een appartementencomplex, met vanuit de verkoper een positieve garantie
voor huurbetaling. Achteraf blijken huurders slecht te betalen.
Wawelaar kan nu ontbinden of vernietigen. Vernietiging op grond van dwaling (Art. 6:228.1a BW).
Ontbinding kan bij tekortkoming op grond van Art. 6:265 BW. (let op, hier geen consumentenkoop). Grond
is wel non-conformiteit (Art. 7:17 BW). Bij ontbinding kan ook schadevergoeding geëist voor de gemiste
huur (Art. 6:74 jo. 6:277 BW). Je kunt namelijk schadevergoeding eisen voor iedere tekortkoming. Dus als
je ontbind wegens een tekortkoming, dan kun je gelijk ook schadevergoeding eisen.
Dit kan bij vernietiging niet, gezien dit retroactief werkt. Alles werkt terug, waarmee ook geen tekortkoming
heeft plaatsgevonden. Voor schadevergoeding moet je dan vervolgens een andere grondslag vinden. Dus
de beste route is ontbinding (Zie ook Faber r.o. 3.5.1-3.5.2).
Casus 2b: Na overdracht aan Wawelaar hebben onverlaten het complex beschadigd. Kan de
overeenkomst alsnog beëindigd? Bij ontbinding komt een ongedaanmakingsverbintenis, je moet het
appartementencomplex aan de verkoper teruggeven, in originele staat. In principe gaat het risico over
naar de koper bij aflevering. Alles wat daarna gebeurt is voor rekening van de koper. Maar als je op goede
gronden ontbindt, dan blijft het risico bij de verkoper (Art. 7:10.3 BW). Dit is geen dwingend recht, hier kun
je vanaf wijken.
Casus 2c: Wie draagt de kosten van herstel? Deze komen in eerste instantie voor rekening van Wawelaar.
Want het risico gaat over bij levering. Maar omdat de verkoper het risico blijft dragen op grond van Art.
7:10.3 BW, komen deze toch voor rekening van de verkoper. Tenzij de koper zich niet gedraagt als een
zorgvuldig schuldenaar. Koper had bepaalde maatregelen moeten nemen om schade te voorkomen (Art.
7:10.4 BW).
Casus 3: Gezin Loman koopt voor 350,- een bolderkar, waarvan het wiel losschiet. Hierdoor is
letselschade (400,-), materiële schade (900,-) en gevolgschade (150,-).
De winkelier kan aangesproken voor de schade aan het gebrekkige product zelf (transactieschade), dus
de 350,-. Het is een consumentenkoop en op grond van non-conformiteit kunnen ze ontbinden.
Consument kan nakoming vragen (Art. 7:21 BW – aflevering, herstel en vervanging). Consument kan ook
ontbinden of prijsvermindering vragen (Art. 7:22 BW). Deze remedies gaan op volgorde. Je moet eerst Art.
7:21 BW af. Is dit niet mogelijk, dan mag je door naar Art. 7:22 BW (Art. 7:22.2 BW). Dit geeft dus
scheiding in primaire en secundaire remedies. Maar in bepaalde gevallen kun je gelijk door naar de
secundaire remedies (Art. 7:22.5 BW). Ze zouden zich hier kunnen beroepen op Art. 7:22.5c BW. Als dit
slaagt kunnen ze ontbinden en geld terug krijgen.
De producent is aansprakelijk voor zaakschade (Art. 6:185 BW). Maar dit moet aan drie voorwaarden
voldoen (Art. 6:190 BW). De verkoper is vervolgens aansprakelijk voor de schade waarvoor de producent
niet aansprakelijk is (Art. 7:24.2 BW). De doktersrekening is lichamelijk letsel, dus hiervoor moeten ze
, naar de producent. Bij de camera gaat het om zaakschade die boven de franchise ligt. Als je
richtlijnconform interpreteert, gaat het om een aftrekfranchise. Voor de eerste 500 is de producent niet
aansprakelijk, daarboven wel. 400,- kan dus verhaald op de producent. Voor de rest kun je de winkelier
aansprakelijk stellen.
Voor de 150,- is de producent niet aansprakelijk, dus moet gekeken naar de winkelier (Art. 7:24.1 BW).
Deze verwijst naar Art. 6:74 BW. Hiervoor is nodig causaal verband, toerekening, schade en verzuim. Ze
moeten daarvoor dus eerst de verzuimregeling toepassen. Er kan ook gekeken naar Art. 6:96 BW.
BO – Hoorcollege week 2
Het WKV wordt vaak uitgesloten, maar is wel belangrijk. 97 staten zijn namelijk aangesloten. Er is echter
geen internationaal gerecht, toepassing vindt plaats door nationale rechters. Alle EU-lidstaten (behalve
Ierland en VK) zijn aangesloten.
De gedachte van rechtvaardigheid in het WKV is gebaseerd op gelijkwaardigheid van partijen en houdt
weinig rekening met sociaaleconomische omstandigheden. Daarbij wordt erg ingezet op het behoud van
de contractuele relatie (verschil met nationaal recht). Hiervoor zijn correctiemechanismen:
- Maatschappelijk gevoelige onderwerpen vallen buiten reikwijdte van het verdrag. Zoals
consumentenkoop, geldigheid ovk (handelingsbekwaamheid, wilsgebreken etc) (Art. 4a WKV)
- Mogelijkheid voor Verdragsstaten om voorbehouden te maken, bijvoorbeeld vormvrijheid (Art. 96
WKV)
- Morele standaarden zoals goede trouw (Art. 7.1 WKV)
Toepasselijkheid WKV
Het WKV is van toepassing wanneer je een koper en verkoper hebt in een internationale handelskoop, die
beiden zijn gevestigd in een verdragsluitende staat (Art. 1.1a WKV).
Het internationaal privaatrecht ziet op welke rechter bevoegd is te oordelen, op grond van welk recht hij
dat moet doen en hoe een oordeel ten uitvoer moet worden gelegd. Hiernaar moet je kijken als niet beide
partijen lid zijn van een aangesloten staat (Art. 1.1b WKV).
Je volgt dan de volgende stappen:
- Stap 1: Welke rechter is bevoegd? -> Op grond van Art. 4 EU-Verordening 1215/2012 (Brussel I-
bis) is de rechter van de lidstaat waar de gedaagde woonplaats heeft, bevoegd. Daarnaast is op
grond van Art. 7 EU-Verordening 1215/2012 (Brussel I-bis) ook de rechter bevoegd die een
geschil beoordeeld uit een verbintenis uit overeenkomst. Hierbij is de rechter die behoort bij de
plaats van uitvoering van de verbintenis bevoegd. De plaats van uitvoering is de plaats in een
lidstaat waar de zaken volgens de overeenkomst geleverd werden of geleverd hadden moeten
worden. Zijn beide rechters bevoegd, dan ga je naar stap 2.
- Stap 2: Welk recht is van toepassing op een overeenkomst? -> Hiervoor kijk je naar Art. 4 van
Verordening 593/2008 (Rome I). Als partijen geen rechtskeuze hebben gemaakt wordt de
overeenkomst voor verkoop van roerende zaken beheerst door het recht van het land waar de
verkoper zijn gewone verblijfplaats heeft.
Op basis van de uitkomst welke rechter/welk recht van toepassing is kijk je of dit land ook lidstaat is. Zo ja,
dan is alsnog ook het WKV van toepassing (Art. 1.1b WKV).
Partijen kunnen echter zelf ook keuzes maken en kiezen welk recht van toepassing is. Kiezen ze voor het
recht van een verdragsluitende staat, dan is het WKV zonder meer van toepassing. Is geen van partijen
verdragsluitende Staat, dan kunnen ze alsnog het WKV van toepassing verklaren (opt-in). Andersom
kunnen verdragsluitende Staten ook kiezen voor opt-out (Art. 6 WKV). Die uitsluiting gaat echter nog wel
eens mis. Puur de rechtskeuze in de overeenkomst neerzetten is onvoldoende. Er moet helder
geformuleerd dat de WKV wordt uitgesloten of heel helder geformuleerd dat specifiek wordt gekozen voor
bv. Toepassing van het Nederlands BW (algemeen NL recht is onvoldoende, want dat houdt de WKV van
toepassing).
Binnen BO heb je ook te maken met Europees recht. Verordeningen werken direct door. Richtlijnen
moeten eerst worden omgezet.
Koop en digitale inhoud
Hier is EU-wetgeving over gericht op Verkoop van goederen en Levering van digitale inhoud. Dit is sinds
2022 geïmplementeerd in het BW. Dit geeft een onderscheid tussen koop en digitale inhoud. Als je te
maken hebt met een product, moet je dus altijd kijken waar deze onder valt, het kan niet beiden (Art.
7:50ab.1 & 2a jo. Art. 7:5 BW).
Koop
Algemene vragen en algemeen contractenrecht wordt met name beheerd door BW6 (denk aan aanbod en
aanvaarding – Art. 6:217 BW). Voor wilsgebreken ga je terug naar BW3 en voor alles wat bijzonder is ga je
naar BW7. Voor specifiek koop van een woning door particulier geldt dat dit niet onder consumentenkoop
valt maar apart is geregeld in Art. 7:2 BW. Koper heeft hier een wettelijke bedenktijd van 3 dagen (Art.
6:230o BW).
Eigendomsoverdracht en aflevering
Bij overdracht moet de verkoper zorgen dat het eigendom overgedragen en afgeleverd wordt (Art. 7:9 BW).
De algemene vereisten voor overdracht staan in Art. 3:84 BW:
- Geldige titel
- Beschikkingsbevoegdheid
- Levering (Art. 7:9.2 BW)
Overdracht moet vrij van lasten, zonder rechtsgebreken (Art. 7:15 BW).
Conformiteit
Of een zaak conform is hangt af van wat je hebt afgesproken, aanbod en aanvaarding, en de uitleg
daarvan. Een zaak is non-conform als deze niet beantwoordt aan de overeenkomst (Art. 7:17 BW). Hierbij
moet gekeken naar o.a.:
- De kwaliteit -> Daarbij kan weer gekeken naar
o Aard van de zaak
o Hoogte van de prijs
o Omstandigheden
o Mededelingen van de verkoper
- Normaal gebruik, levensduur
- Onderzoeksplicht
Klachtplicht
Om gebruik te kunnen maken van de remedies moet de koper op tijd kennisgeven van non-conformiteit
aan de verkoper (Art. 7:23 BW). Dit moet binnen bekwame tijd na ontdekken of redelijkerwijs behoren te
ontdekken. Voor consumentenkoop moet dit binnen bekwame tijd na ontdekking (twee maanden). Doe je
dit niet dan vervallen alle rechten ter zake van de tekortkoming. De beoordelingsmaatstaven zijn ook terug
te vinden in Far Trading/Edco. Er moet een afweging gemaakt van alle betrokken belangen, waaronder
nadeel van de verkoper en de bewijslastverdeling.
BO – Werkcollege week 1
Casus 1: Jacqueline koopt een camera, waarbij ze ter financiering een lening sluit voor afbetaling in 24
maanden. De camera gaat op vakantie kapot. Dit meldt zij pas na 2.5 maand. Verkoper heeft niet voldaan
aan informatieverplichtingen uit Art. 7:61 BW.
Het gaat hier om consumentenkoop en non-conformiteit (Art. 7:17.2 BW). Hierbij moet gekeken naar
normaal gebruik en bijzonder gebruik. De consument hoeft non-conformiteit niet te bewijzen als het
product binnen een jaar kapot gaat (Art. 7:18a.2 BW). De consument heeft (t.o.v. normale koop) geen
onderzoeksplicht en een aparte klachttermijn van 2 maanden. Jacqueline is te laat met haar klacht,
waarmee haar rechten vervallen (Art. 7:23.1 BW).
,Casus 1b: Wat als Jacqueline een dvd had gekocht? Hierbij gaat het niet meer om consumentenkoop
maar om een overeenkomst tot levering van een artikel met digitale inhoud (Art. 7:50aa e.v.). Als je een
goed koopt moet je kijken of deze of onder consumentenkoop valt, of onder levering digitale inhoud. Een
dvd valt onder Art. 7:50ab.1c BW, een materiële gegevensdrager die drager is van uitsluitend digitale
inhoud. Hiermee is de klachtplichtregeling niet van toepassing (Art. 7:5a.2 BW). Ook kan geen beroep
gedaan op Art. 6:89 BW (Art. 7:50ap.2 BW). Hier geldt dus geen klachtplicht en verkoper kan zich dus niet
beroepen op schending termijn.
Casus 1c: Jacqueline weigert verdere betaling, waarop verkoper betaling vordert. Hierbij moet je eerst
kijken naar de verschillende overeenkomsten en deze kwalificeren. Aan de ene kant is een
koopovereenkomst, maar voor betaling dus ook een consumentenkredietovereenkomst (Art. 7:57 BW).
Uit de casus blijkt dat de voor een CKO geldende informatieverplichtingen niet zijn nageleefd (Art. 7:61
BW). Rechter moet dit eerst ambtshalve controleren, waarna dit grond voor vernietigbaarheid
(Lindorff/Nazier) geeft. Vernietiging heeft retroactieve werking (Art. 3:53 BW). Ex tunc heeft
terugwerkende kracht. Ex nunc is vanaf nu. Vernietiging ex tunc betekend dat alles uitgevoerd in de
overeenkomst teruggedraaid moet, wat onverschuldigde betaling geeft.
Casus 2: Wawelaar koopt een appartementencomplex, met vanuit de verkoper een positieve garantie
voor huurbetaling. Achteraf blijken huurders slecht te betalen.
Wawelaar kan nu ontbinden of vernietigen. Vernietiging op grond van dwaling (Art. 6:228.1a BW).
Ontbinding kan bij tekortkoming op grond van Art. 6:265 BW. (let op, hier geen consumentenkoop). Grond
is wel non-conformiteit (Art. 7:17 BW). Bij ontbinding kan ook schadevergoeding geëist voor de gemiste
huur (Art. 6:74 jo. 6:277 BW). Je kunt namelijk schadevergoeding eisen voor iedere tekortkoming. Dus als
je ontbind wegens een tekortkoming, dan kun je gelijk ook schadevergoeding eisen.
Dit kan bij vernietiging niet, gezien dit retroactief werkt. Alles werkt terug, waarmee ook geen tekortkoming
heeft plaatsgevonden. Voor schadevergoeding moet je dan vervolgens een andere grondslag vinden. Dus
de beste route is ontbinding (Zie ook Faber r.o. 3.5.1-3.5.2).
Casus 2b: Na overdracht aan Wawelaar hebben onverlaten het complex beschadigd. Kan de
overeenkomst alsnog beëindigd? Bij ontbinding komt een ongedaanmakingsverbintenis, je moet het
appartementencomplex aan de verkoper teruggeven, in originele staat. In principe gaat het risico over
naar de koper bij aflevering. Alles wat daarna gebeurt is voor rekening van de koper. Maar als je op goede
gronden ontbindt, dan blijft het risico bij de verkoper (Art. 7:10.3 BW). Dit is geen dwingend recht, hier kun
je vanaf wijken.
Casus 2c: Wie draagt de kosten van herstel? Deze komen in eerste instantie voor rekening van Wawelaar.
Want het risico gaat over bij levering. Maar omdat de verkoper het risico blijft dragen op grond van Art.
7:10.3 BW, komen deze toch voor rekening van de verkoper. Tenzij de koper zich niet gedraagt als een
zorgvuldig schuldenaar. Koper had bepaalde maatregelen moeten nemen om schade te voorkomen (Art.
7:10.4 BW).
Casus 3: Gezin Loman koopt voor 350,- een bolderkar, waarvan het wiel losschiet. Hierdoor is
letselschade (400,-), materiële schade (900,-) en gevolgschade (150,-).
De winkelier kan aangesproken voor de schade aan het gebrekkige product zelf (transactieschade), dus
de 350,-. Het is een consumentenkoop en op grond van non-conformiteit kunnen ze ontbinden.
Consument kan nakoming vragen (Art. 7:21 BW – aflevering, herstel en vervanging). Consument kan ook
ontbinden of prijsvermindering vragen (Art. 7:22 BW). Deze remedies gaan op volgorde. Je moet eerst Art.
7:21 BW af. Is dit niet mogelijk, dan mag je door naar Art. 7:22 BW (Art. 7:22.2 BW). Dit geeft dus
scheiding in primaire en secundaire remedies. Maar in bepaalde gevallen kun je gelijk door naar de
secundaire remedies (Art. 7:22.5 BW). Ze zouden zich hier kunnen beroepen op Art. 7:22.5c BW. Als dit
slaagt kunnen ze ontbinden en geld terug krijgen.
De producent is aansprakelijk voor zaakschade (Art. 6:185 BW). Maar dit moet aan drie voorwaarden
voldoen (Art. 6:190 BW). De verkoper is vervolgens aansprakelijk voor de schade waarvoor de producent
niet aansprakelijk is (Art. 7:24.2 BW). De doktersrekening is lichamelijk letsel, dus hiervoor moeten ze
, naar de producent. Bij de camera gaat het om zaakschade die boven de franchise ligt. Als je
richtlijnconform interpreteert, gaat het om een aftrekfranchise. Voor de eerste 500 is de producent niet
aansprakelijk, daarboven wel. 400,- kan dus verhaald op de producent. Voor de rest kun je de winkelier
aansprakelijk stellen.
Voor de 150,- is de producent niet aansprakelijk, dus moet gekeken naar de winkelier (Art. 7:24.1 BW).
Deze verwijst naar Art. 6:74 BW. Hiervoor is nodig causaal verband, toerekening, schade en verzuim. Ze
moeten daarvoor dus eerst de verzuimregeling toepassen. Er kan ook gekeken naar Art. 6:96 BW.
BO – Hoorcollege week 2
Het WKV wordt vaak uitgesloten, maar is wel belangrijk. 97 staten zijn namelijk aangesloten. Er is echter
geen internationaal gerecht, toepassing vindt plaats door nationale rechters. Alle EU-lidstaten (behalve
Ierland en VK) zijn aangesloten.
De gedachte van rechtvaardigheid in het WKV is gebaseerd op gelijkwaardigheid van partijen en houdt
weinig rekening met sociaaleconomische omstandigheden. Daarbij wordt erg ingezet op het behoud van
de contractuele relatie (verschil met nationaal recht). Hiervoor zijn correctiemechanismen:
- Maatschappelijk gevoelige onderwerpen vallen buiten reikwijdte van het verdrag. Zoals
consumentenkoop, geldigheid ovk (handelingsbekwaamheid, wilsgebreken etc) (Art. 4a WKV)
- Mogelijkheid voor Verdragsstaten om voorbehouden te maken, bijvoorbeeld vormvrijheid (Art. 96
WKV)
- Morele standaarden zoals goede trouw (Art. 7.1 WKV)
Toepasselijkheid WKV
Het WKV is van toepassing wanneer je een koper en verkoper hebt in een internationale handelskoop, die
beiden zijn gevestigd in een verdragsluitende staat (Art. 1.1a WKV).
Het internationaal privaatrecht ziet op welke rechter bevoegd is te oordelen, op grond van welk recht hij
dat moet doen en hoe een oordeel ten uitvoer moet worden gelegd. Hiernaar moet je kijken als niet beide
partijen lid zijn van een aangesloten staat (Art. 1.1b WKV).
Je volgt dan de volgende stappen:
- Stap 1: Welke rechter is bevoegd? -> Op grond van Art. 4 EU-Verordening 1215/2012 (Brussel I-
bis) is de rechter van de lidstaat waar de gedaagde woonplaats heeft, bevoegd. Daarnaast is op
grond van Art. 7 EU-Verordening 1215/2012 (Brussel I-bis) ook de rechter bevoegd die een
geschil beoordeeld uit een verbintenis uit overeenkomst. Hierbij is de rechter die behoort bij de
plaats van uitvoering van de verbintenis bevoegd. De plaats van uitvoering is de plaats in een
lidstaat waar de zaken volgens de overeenkomst geleverd werden of geleverd hadden moeten
worden. Zijn beide rechters bevoegd, dan ga je naar stap 2.
- Stap 2: Welk recht is van toepassing op een overeenkomst? -> Hiervoor kijk je naar Art. 4 van
Verordening 593/2008 (Rome I). Als partijen geen rechtskeuze hebben gemaakt wordt de
overeenkomst voor verkoop van roerende zaken beheerst door het recht van het land waar de
verkoper zijn gewone verblijfplaats heeft.
Op basis van de uitkomst welke rechter/welk recht van toepassing is kijk je of dit land ook lidstaat is. Zo ja,
dan is alsnog ook het WKV van toepassing (Art. 1.1b WKV).
Partijen kunnen echter zelf ook keuzes maken en kiezen welk recht van toepassing is. Kiezen ze voor het
recht van een verdragsluitende staat, dan is het WKV zonder meer van toepassing. Is geen van partijen
verdragsluitende Staat, dan kunnen ze alsnog het WKV van toepassing verklaren (opt-in). Andersom
kunnen verdragsluitende Staten ook kiezen voor opt-out (Art. 6 WKV). Die uitsluiting gaat echter nog wel
eens mis. Puur de rechtskeuze in de overeenkomst neerzetten is onvoldoende. Er moet helder
geformuleerd dat de WKV wordt uitgesloten of heel helder geformuleerd dat specifiek wordt gekozen voor
bv. Toepassing van het Nederlands BW (algemeen NL recht is onvoldoende, want dat houdt de WKV van
toepassing).