Kinetiek van geneesmiddelen – FA-BA105
Plasmaconcentratie-versus-tijd curve
Bovenstaande grafiek geeft het verloop van een geneesmiddel in het
lichaam aan, met op de y-as de concentratie van het geneesmiddel en op
de x-as de tijd. In het stijgende deel van de grafiek, kan er gezegd worden
dat er meer geneesmiddel het lichaam in gaat dan eruit, voor het dalende
deel geldt het tegenovergestelde. Het toppunt van de grafiek wordt Cmax
genoemd, dit is het punt waar het hoogste concentratie geneesmiddel zich
in het lichaam bevindt. Dit is belangrijk, omdat je hierdoor het
therapeutisch effect en de waarschijnlijkheid van bijwerkingen kan
voorspellen. De tijd die hierbij hoort heet Tmax.
De therapeutische index/window is het gebied tussen de minimale
effectieve concentratie en de minimale toxische concentratie.
De halfwaardetijd t1/2 is de tijd die nodig is om de
geneesmiddelconcentratie met de helft te verlagen. In de grafiek horen
hier 1/2Cmax en t1/2 bij. De oppervlakte onder de grafiek, area under the
curve (AUC), geeft de totale blootstelling aan van het geneesmiddel in het
lichaam.
Het verdelingsvolume is het schijnbare volume waarin een geneesmiddel
zich in evenwicht in het lichaam verspreidt om een concentratie te
bereiken die gelijk is aan die bepaald in bloed of plasma.
De klaring Clt is het bloedvolume of plasma dat per tijdseenheid wordt
gezuiverd van het geneesmiddel.
, De biologische beschikbaarheid F is de fractie van de dosis die de
systemische circulatie onveranderd bereikt.
De farmaceutische beschikbaarheid daarentegen is de fractie van het
farmacon die uit een toedieningsvorm vrijkomt.
De linker curve geeft het verloop van een orale toediening weer, de
rechter curve geeft het verloop van een intraveneuze toediening weer.
Links geeft het 1-compartiment model weer, rechts geeft het 2-
compartimenten model weer.
Plasmaconcentratie-versus-tijd curve
Bovenstaande grafiek geeft het verloop van een geneesmiddel in het
lichaam aan, met op de y-as de concentratie van het geneesmiddel en op
de x-as de tijd. In het stijgende deel van de grafiek, kan er gezegd worden
dat er meer geneesmiddel het lichaam in gaat dan eruit, voor het dalende
deel geldt het tegenovergestelde. Het toppunt van de grafiek wordt Cmax
genoemd, dit is het punt waar het hoogste concentratie geneesmiddel zich
in het lichaam bevindt. Dit is belangrijk, omdat je hierdoor het
therapeutisch effect en de waarschijnlijkheid van bijwerkingen kan
voorspellen. De tijd die hierbij hoort heet Tmax.
De therapeutische index/window is het gebied tussen de minimale
effectieve concentratie en de minimale toxische concentratie.
De halfwaardetijd t1/2 is de tijd die nodig is om de
geneesmiddelconcentratie met de helft te verlagen. In de grafiek horen
hier 1/2Cmax en t1/2 bij. De oppervlakte onder de grafiek, area under the
curve (AUC), geeft de totale blootstelling aan van het geneesmiddel in het
lichaam.
Het verdelingsvolume is het schijnbare volume waarin een geneesmiddel
zich in evenwicht in het lichaam verspreidt om een concentratie te
bereiken die gelijk is aan die bepaald in bloed of plasma.
De klaring Clt is het bloedvolume of plasma dat per tijdseenheid wordt
gezuiverd van het geneesmiddel.
, De biologische beschikbaarheid F is de fractie van de dosis die de
systemische circulatie onveranderd bereikt.
De farmaceutische beschikbaarheid daarentegen is de fractie van het
farmacon die uit een toedieningsvorm vrijkomt.
De linker curve geeft het verloop van een orale toediening weer, de
rechter curve geeft het verloop van een intraveneuze toediening weer.
Links geeft het 1-compartiment model weer, rechts geeft het 2-
compartimenten model weer.