Casus 1
David (34) en Ygrain (36) wonen al enige tijd samen in de huurwoning van Ygrain in het centrum van
Rotterdam. Begin 2021 zien zij een mooie woning in Hillegersberg, maar met een bedrag van € 450.000
wel wat aan de dure kant. De vader van Ygrain wil hen graag helpen om hun eerste gezamenlijke
woning aan te schaffen en schenkt Ygrain € 105.000. Op 29 maart 2021 tekenen zij de
koopovereenkomst voor de woning en kopen deze ieder voor de helft. Zij leggen ook in een verklaring
vast dat de woning langere tijd als woning zal dienen. Voor zowel David als Ygrain is dit de eerste keer
dat ze een woning kopen.
Vraag
Wat zijn de gevolgen van de koop voor de Successiewet 1956 en de Wet belastingen van Rechtsverkeer
1970?
Uitwerking
Op grond van art. 1 lid 1 onder 1 Sw is er sprake van een schenking. Art. 5 lid 2 Sw zegt vervolgens dat
er schenkbelasting wordt geheven over hetgeen wordt verkregen → € 105.000. Op grond van art. 21
lid 1 Sw wordt er geheven over de waarde in het economisch verkeer, dus wordt er € 105.000 in
aanmerking genomen. De vrijstelling van art. 33 onder 5 sub c Sw is van toepassing, ter hoogte van
€ 105.302. Het gehele bedrag van de schenking valt onder de schenkingsvrijstelling. Er is derhalve geen
schenkbelasting verschuldigd.
Voor de overdrachtsbelasting wordt er een splitsing gemaakt tussen de gevolgen voor David en de
gevolgen voor Ygrain.
David
Art. 2 lid 1 WBvR: de belasting wordt geheven ter zake van de verkrijging van in Nederland gelegen
onroerende zaken.
Art. 9 WBvR jo. 52 WBvR: waarde in het economisch verkeer, die tenminste gelijk is aan de
tegenprestatie. David en Ygrain kopen de woning gezamenlijk en betalen beide de helft, dus per
persoon een bedrag van € 225.000.
Art. 14 lid 1 WBvR: belasting is in beginsel 8%, maar art. 14 lid 2 WBvR: belasting is 2% indien wordt
voldaan aan de voorwaarden:
• Natuurlijk persoon;
• Woning als hoofdverblijf; en
• Ondertekende verklaring.
Aan bovenstaande voorwaarden is voldaan, dus wordt er een 2%-tarief gehanteerd → € 4.500.
Art. 15 lid 1 sub p WBvR: indien de verkrijger jonger is dan 35, de verkrijger de vrijstelling niet eerder
heeft toegepast en dit verklaart en de woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gaat gebruiken en
dit vastlegt, dan is een volledige vrijstelling van toepassing en hoeft David geen overdrachtsbelasting
te betalen. Hij voldoet aan alle voorwaarden. Let op: de levering moet dan wel vóór 1 april 2021
plaatsvinden. Bij een levering op of na 1 april, voldoet David niet aan alle voorwaarden, want de
woning is duurder dan € 400.000.
, Ygrain
Art. 2 lid 1 WBvR: de belasting wordt geheven ter zake van de verkrijging van in Nederland gelegen
onroerende zaken.
Art. 9 WBvR jo. 52 WBvR: waarde in het economisch verkeer, die tenminste gelijk is aan de
tegenprestatie. David en Ygrain kopen de woning gezamenlijk en betalen beide de helft, dus per
persoon een bedrag van € 225.000.
Art. 14 lid 1 WBvR: belasting is in beginsel 8%, maar art. 14 lid 2 WBvR: belasting is 2% indien wordt
voldaan aan de voorwaarden:
• Natuurlijk persoon;
• Woning als hoofdverblijf; en
• Ondertekende verklaring.
Aan bovenstaande voorwaarden is voldaan, dus wordt er een 2%-tarief gehanteerd → € 4.500.
Art. 15 lid 1 sub p WBvR: indien de verkrijger jonger is dan 35, de verkrijger de vrijstelling niet eerder
heeft toegepast en dit verklaart en de woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gaat gebruiken en
dit vastlegt, dan is een volledige vrijstelling van toepassing en hoeft Ygrain geen overdrachtsbelasting
te betalen. Ygrain is echter 36 en zal dus de overdrachtsbelasting moeten betalen.