ORGANISATIE EN MANAGEMENT
MINKEMA RF, RENSKE
,Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1: denken over organisatie en management..................................................................................2
§1: introductie......................................................................................................................................................2
§2: ontstaan van het vakgebied...........................................................................................................................3
§3: ontwikkeling van handel en ontstaan van multinationale ondernemingen..................................................3
§4: denkrichtingen en persoonlijkheden...............................................................................................................3
§5: periode voor de industriële revolutie (400 v. Chr. – 1900 na Chr.).................................................................4
§6; Frederick Taylor en het scientific management (± 1900)...............................................................................4
§7: Henry Fayol en de general management-theorie (± 1900)............................................................................4
§7: Max Weber en de theorie van de bureaucratie (± 1920)...............................................................................5
§9: Elton Mayo en de human relations-beweging (± 1945).................................................................................5
§10: Rensis Likert (e.a.) en het revisionisme (± 1950)..........................................................................................5
§11: Kenneth Boulding en de systeembenadering (± 1950).................................................................................6
§12: Paul Lawrence en Jay Lorsch en de contingentiebenadering.......................................................................6
§13: recente organisatietheorieën (± 1980).........................................................................................................6
Hoofdstuk 2: omgevingsinvloeden................................................................................................................. 9
§1: organisaties....................................................................................................................................................9
§2: partijen...........................................................................................................................................................9
§3: omgevingsfactoren.......................................................................................................................................10
Hoofdstuk 3: strategisch management......................................................................................................... 12
§1: proces van strategisch management...........................................................................................................12
§2: klassieke benadering van strategisch management....................................................................................13
§3: situatieanalyse..............................................................................................................................................13
§4: strategievorming..........................................................................................................................................16
§5: planning en implementatie...........................................................................................................................17
§6: kritische kanttekeningen bij de klassieke benadering van strategisch management..................................18
§7: strategisch management in perspectief.......................................................................................................19
§8: strategisch management en business intelligence.......................................................................................20
Hoofdstuk 8: besturing................................................................................................................................. 21
§1: besturing van organisaties...........................................................................................................................21
§2: bedrijfsprocessen..........................................................................................................................................21
§3: bestuursniveaus en specifieke taken............................................................................................................25
§4: beelden van organisatiebestuur...................................................................................................................27
§5: methoden bij het besturen van organisaties................................................................................................27
Hoofdstuk 9: structureringen....................................................................................................................... 29
§1: organiseren van activiteiten.........................................................................................................................29
, §2: arbeidsverdeling en coördinatie...................................................................................................................29
§3: organisatiestelsels........................................................................................................................................32
§4: divisieorganisatie..........................................................................................................................................34
§5: Mintzberg en organisatiestructuren.............................................................................................................35
§6: communicatie- en overlegstructuur.............................................................................................................37
§7: ontwikkelingen in het structureren van organisaties...................................................................................38
Hoofdstuk 1: denken over organisatie en management
§1: introductie
Organisatiekunde wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen van het
gedrag van organisaties en de factoren die dit gedrag bepalen en de wijze waarop
organisaties het meest doeltreffend bestuurd kunnen worden. Organisatiekunde
omvat twee aspecten:
- Descriptief, een beschrijving van het gedrag van organisaties, met de motieven en
gevolgen.
- Prescriptief, advies over te volgen handelwijze en organisatie-inrichtingen.
Interdisciplinair organisatiekunde bevat veel elementen die afkomstig zijn uit
andere vakgebieden. Al deze vakgebieden samen worden beschouwd als een
totaliteit en de verschillende vakgebieden worden niet meer apart herkenbaar naar
voren gebracht.
, Multidisciplinair bijna hetzelfde als interdisciplinair, echter worden de
vakgebieden los van elkaar gezien en dus niet beschouwd als een totaliteit.
Besturing poging tot gerichte invloeding.
Doeltreffendheid/effectiviteit de mate waarin de besturing slaagt.
§2: ontstaan van het vakgebied
- 4e eeuw voor Christus: Plato en Socrates steden theorieën op over leidinggeven,
taakverdeling en specialisatie.
- 2e helft van de 19e eeuw: het wordt voor het eerst als vak geïntroduceerd in de VS.
Het management wordt groter en bedrijven worden na de industriële revolutie
steeds gecompliceerder.
- Na de tweede wereldoorlog: het vak organisatiekunde (het heette toen
bedrijfsorganisatie) wordt in Nederland geïntroduceerd.
- 1960: het vak organisatiekunde zoals we die nu kennen wordt in Nederland
geïntroduceerd.
De achterliggende gedachte van het introduceren van dit vak is dat de bedrijfsvoering overal
steeds complexer werd. Er was behoefte aan mensen die beschikten over een totaalvisie.
§3: ontwikkeling van handel en ontstaan van multinationale
ondernemingen
Zijderoute een van de oudste handelsroutes die was opgericht in 2 v. Chr. En
verbond Europa, het Midden-Oosten, Azië en hierdoor de grote Romeinse en Chinese
beschavingen. Het ging om producten als zijde, bont, keramiek en ijzer.
De eerste internationale handelsondernemingen waren opgericht en gesubsidieerd door
nationale overheden.
- 1602: Engelse Oost-Indische Compagnie
- 1602: VOC Nederlandse Oost-Indische Compagnie, zij hadden een octrooy monopolie
op handel met Indië.
De multinationale bedrijven telden in het begin van de 20e eeuw 3.000 bedrijven, in 2014
waren dit er 89.456. Redenen van deze groei zijn:
- Macht van overheid is voor een deel opgegeven.
- Technologische ontwikkelingen, denk aan kortere transport lijntjes maar ook betere
communicatiemogelijkheden.
- Betere knowhow beschikbaar.
- Betere mogelijkheid tot inspelen op mondiale ontwikkelingen door het beschikbaar
maken van financiële middelen voor investering.
§4: denkrichtingen en persoonlijkheden
In de komende
paragrafen zullen de
belangrijke personen
worden besproken.
In het college van
organisatiekunde
hebben we geleerd
dat we de volgende