Hoofdstuk 16: Voeding en vertering
Voedingsstoffen en hun functie:
Koolhydraten: Brandstoffen, in mindere mate bouwstoffen
Vetten: Brandstoffen en bouwstoffen
Eiwitten: Bouwstoffen, in noodgevallen brandstof
Mineralen: Bouwstoffen (zoals voor het skelet)
Vitamines: Hulpstof
Water: Bouwstof, oplosmiddel, steun-vulmiddel, warmtebuffer, transportmedium
- Koolhydraten: Zitten in aardappelen, brood, rijst en pasta. Het hoofdbestanddeel is zetmeel
(afgebroken tot glucose). Overtollige koolhydraten worden omgezet in glycogeen (dierlijk
zetmeel) en opgeslagen in de lever en de spieren. Wanneer de organen verzadigd zijn met
glycogeen, wordt de rest omgezet in vet.
- Vetten: Zitten in olie, boter, margarine, noten, vette vlees en vissoorten (spek en haring).
Opgebouwd uit 1 molecuul glycerol en 3 vetzuurmoleculen. Essentiële vetzuren: vetzuren die je
lichaam niet zelf kan maken.
- Eiwitten: Zitten in vlees, eieren, melk, melkproducten, peulvruchten, bruine bonen, sojabonen en
kikkererwten. Ze worden gesplitst in aminozuren die worden opgenomen via de darmwand in
het bloed.
- Water: Onze cellen bestaan voor 70% uit water. 2 liter per dag nodig.
- Mineralen: Anorganische stoffen (stoffen zonder C-H binding). Worden gebruikt als bouwstof.
Voorbeelden: Fe (ijzer): aanmaak hemoglobine. Ca (kalk): botweefsel. I (jodium):
schildklierhormoon. Zit in: Groenten, aardappelen, noten, granen, zuivel, en vlees.
- Vitamines: Organische stoffen. A, B complex, C, D, E, K
Voedsel langer houdbaar maken met:
- Natuurlijke conserveringsmiddelen: zout, suiker, azijn, citroenzuur of vitamine C.
- Kunstmatige conserveringsmiddelen: Zijn door de mens gemaakt.
Belangrijke voedingsregels:
1. Gevarieerd eten -> alle noodzakelijke stoffen binnen.
2. Niet te veel eten, lichaamsgewicht op een gezond peil houden.
3. Niet te veel verzadigde vetten, wel onverzadigde vetten, 1-2 keer per week vis.
4. Veel groente, fruit en brood. Want vezelrijk, veel vitamine en veel mineralen.
5. Veilig eten -> kleiner risico op voedselinfectie.
6. 3 maaltijden per dag en niet meer dan 4 tussendoortjes.
7. Drink minimaal 1,5 liter vocht en weinig alcohol.
8. lees de verpakking voor bijv toegevoegde stoffen
9. Niet te veel zout gebruiken.