Zelfstudie voor hoorcollege (6+2) | Gaswisseling en gastransport
1. Ondanks het feit, dat bij beide personen de arteriële zuurstofspanning met 10 mmHg
afneemt, daalt de totale hoeveelheid zuurstof in het arteriële bloed bij de COPD-patiënt
veel sterker dan bij de gezonde persoon. Verklaar dit verschil.
Zuurstofdissociatiecurve
! Curve schuift naar rechts bij Hoge pH
Hoorcollege (2) | Gaswisseling en gastransport
2. In welk deel van de long is de ventilatie beter?
a. Longbasis
b. Longtop
3. In welk deel van de long is de perfusie beter?
a. Longbasis
b. Longtop
4. Waar in de long vindt shunting plaats?
5. Wat vormt de ventilatie?
Circ I | week 3 | 1
,6. Hoeveel procent van het teugvolume bestaat uit dode ruimte?
a. 5%
b. 10%
c. 20%
d. 30%
7. Hoeveel procent van de cardiac output wordt geshunt in de longen?
a. 5%
b. 10%
c. 20%
d. 30%
8. Wat is de verhouding ventilatie/perfusie in fysiologische toestand?
9. Hoe accommoderen de longen de cardiac output bij inspanning?
10. Hoe wordt een hoge koolstofdioxidespanning als gevolg van hypoventilatie genoemd?
a. Respiratoire acidose
b. Respiratoire alkalose
11. Welke spieren faciliteren diepe ademhaling?
Bovenste luchtwegspieren
Diafragma via n. phrenicus
Externe intercostaalspieren
M. scalenus
M. sternocleidomastoïdeus
Nek- en rugspieren
12. Het grootste gedeelte van O2 en CO2 is opgelost in plasma.
a. Juist
b. Onjuist
13. Hoe wordt ventilatie in dode alveolaire ruimte gecorrigeerd?
a. Hypocapnische bronchoconstrictie
b. Hypoxemische vasoconstrictie
14. Welk effect helpt CO2 te ontladen in alveoli?
a. Bohr effect
b. Haldane effect
15. Waar bevindt zich koolzuuranhydrase?
Zelfstudie voor werkgroep 5 (6+2) | Mechanica van de ademhaling
16. Wat is het verschil tussen IRV en IC bij een spirometrie?
Circ I | week 3 | 2
, 17. Door longemfyseem zal de compliantie van de long toenemen.
a. Juist
b. Onjuist
18. Welke stelling(en) over de Tiffeneau-index klopt of kloppen?
De normaalwaarde is ongeveer 0,90
Een waarde onder 0,70 indiceert een obstructieve longfunctie
Wordt berekend door FEV1/FVC
Wordt berekend door FVC/FEV1
Spirogram
Zelfstudie voor werkgroep 6 (6+2) | Ademregulatie
19. Waar bevinden zich de perifere chemoreceptoren?
20. Bij een aanhoudende astma-aanval gaat de pCO2 uiteindelijk stijgen. Hoe kan dat?
21. Waarom treedt geen vocht uit in de longcapillairen?
a. Hogere colloïd osmotische druk
b. Hogere hydrostatische druk
c. Lagere colloïd osmotische druk
d. Lagere hydrostatische druk
22. Bij astma cardiale is sprake van linker hartfalen. Hoe leidt dit tot longoedeem?
Zelftoets week 3 | Longen
23. Wat is het dode volume van een persoon met een ideaal gewicht van 85 kg?
a. 350 ml
b. 500 ml
c. 150 ml
d. 170 ml
Circ I | week 3 | 3