Theoriedatacyclus
- Idee/theorie
- Onderzoeksvraag
- Onderzoek ontwerp
- Hypothese
- Dataverzameling
- Data analyse
Kwalitatieve interviews:
- Ongestructureerd
- Semi gestructureerd
- Gestructureerd
Vormen van interviews:
- Face to face (tijdrovend)
- Telefonisch (gemis van informatie)
- Online (gemis in gemak van interactie)
- Go along = met respondent op pad (wandelen), meerwaarde is dat je dynamisch bent.
Andere optie is met degene mee in zijn dagelijks leven
- Etnografisch = langer dan een paar uur met de respondent mee – je gaat weken in een
gemeenschap leven.
Interview: vraag – antwoord model (Tourangeau)
Vraag – comprehension (begrijpen van de vraag) – retrieval (ophalen van informatie) – judgement
(welke van deze herinneringen zijn relevant voor beantwoorden van de vraag) – response
- Interviewer faciliteert dit volledige proces door vragen te stellen en te motiveren
➢ Rapport opbouwen is van belang!
➢ Niet verder gaan dan respondent en interviewer relatie
,Onderdelen van een interview
Stage 1: Aankomst en introductie
Stage 2: Introductie onderzoek
Stage 3: (informed consent is ondertekend/duidelijk wat er gaat gebeuren) – begin van interview
- Je praat over het onderwerp maar geen intense vragen
- Legt hier de toon van het interview
- VB: ‘’Kun je iets over jezelf vertellen?’’ – ik vraag door als ik dat nodig vind
Stage 4: Tijdens het interview
- Mag intens/persoonlijk worden
Stage 5: Einde interview
- Afbouwen op prettige manier
- Vrolijker einde
Stage 6: Na het interview
- Stoppen de opname
- Zorg dat respondent weet waar die vragen kan stellen en weet hoe het onderzoek verder
verloopt.
Doorknob effect = wanneer iemand na afrondingen van een gesprek nog met nieuwe informatie
komt: na intensieve sessie met client en na afrondingen: client pakt de deurknop vast en zegt
“ohja trouwens deze hele heftige gebeurtenis komt eraan’’ Therapeut denkt: ‘’ja lekker dan, had
dit eerder gezegd’’.
➢ Zodra de spanning eraf is en je relaxt bent schieten er dingen te binnen
➢ Voorkom dit effect door het einde goed in te steken!
Wanneer interviews?
- Onderzoek naar individuele ervaringen
- Onderzoek naar individuele visies
➢ In bijvoorbeeld onderzoek in armere wijken naar geloof met als doel: begrijpen van
ervaringen met kerkgemeenschappen
,Focus groepen
- Niet een groepsinterview
- Data wordt gegenereerd door interactie
- Laat participanten luisteren, reflecteren en over hun standpunt nadenken
Groepssamenstelling en grootte
- Heterogeen vs. Homogeen
- Vreemden, bekenden, of bestaande groepen
- Groepsgrootte
Afhankelijk van:
- Onderwerp
- Sensitiviteit en complexiteit
- Breedte en diepte van discussie
- Populatie die betrokken is bij onderzoek (opleidingsniveaus, rollen etc.)
➢ Wat zijn handige mensen om bij elkaar te plaatsen?
Fasen van een focus groep – model van Tuckman en Jenson
➢ Dachten na over hoe samenwerkingen in het algemeen verlopen
Forming: Idee van het model is dat een groeps-samenwerking start met het vormen van een
groep
Storming: wie neemt het voortouw? Wat gaat er gebeuren? Of juist niemand doet wat:
Botsing/conflict
Norming: conflict wordt erkend: normen worden vastgesteld – moderator in focusgroep kan
dit oppakken. Uiteindelijk liggen er normen: omgang is bepaald
Performing:. Nu taak verrichten, in focusgroep worden er nu onderwerpen besproken
waarvoor ze kwamen. Dit kan in een keer goed gaan of er ontstaat wel een conflict
➢ Kan terug keren naar stormingfase als het toch niet werkte
➢ Doorloop je zovaak als nodig
Adjourning: uit elkaar, ‘’the death of the group’’. Onderzoek is voorbij en groep gaat uit elkaar
• Als onderzoeker is het belangrijk om deze fases in hoofd te houden, helpt na te denken
over de fases waarin je je bevind.
Onderdelen van focusgroep onderscheiden:
1. Introductie en basisregels vaststellen – je komt bij elkaar, informed consent
2. Individuele introducties
3. Openingstopic – discussiëren, je wilt naar performing
➢ Kan zijn dat je nog een keer de storming en norming fase door moet
4. In performing fase ga je naar de discussie – je behandeld de onderwerpen
5. Afronding discussie – alle informatie behaald
, Vormen van focusgroepen:
Dual Moderator
- 2 moderatoren met ieder hun eigen taken
Two way
- Doel om groepen meer te laten nadenken over wat er gezegd wordt
- Deelt groep in tweeën: iedere groep is ene helft aan het luisteren en andere helft aan het
luisteren, meeschrijven en observeren
➢ Dit wisselt zich ook weer om
- Twee subgroepen die afwisselend discussiëren en luisteren
Dueling moderator
- 2 moderatoren maar geven het goede voorbeeld
- Voeren een discussie met elkaar
- Tonen hoe je een goede discussie voert
Respondent moderator
- Vragen respondent om moderator te zijn
Online focus groups
- Mensen in chat rooms in discussie – real time focus groups
Bulletin board focus groups
- Weken/dagen een forum open zetten en vraagt om discussie tussen respondenten
Eliciteren en de topic list
Eliciteren = uitlokken van goede antwoorden
Eliciterende responses:
Probes = aansporen om meer te delen, wat al besproken is.
- Kan door een stilte
- Ongerichte aanmoediging (euhm, oke,jes)
- Vraag naar uitweiding (kun je hier meer over vertellen?)
- Vraag naar uitleg (wat is/betekend)
- Reflectie, interpretaties, samenvatten (klopt het als ik zeg dat..)
Prompts = nieuw onderwerp aansnijden
- Kunnen elicitatiemiddelen voor gebruikt worden