Hoofdstuk 12
Leerdoel 1. Je kunt uitleggen wat een strafbaar feit is.
Strafbaar feit = Verboden gedragingen waarop een straf staat.
Leerdoel 2. Je kunt een strafbepaling herkennen.
Strafbepaling = een wetsartikel waarin gedrag strafbaar wordt gesteld.
Strafbepalingen staat in het Wetboek van Strafrecht en in een aantal
bijzondere wetten zoals bijvoorbeeld:
De Wegenverkeerswet
De Wet wapens en munitie
Leerdoel 3. Je kunt het verschil tussen een overtreding en een
misdrijf uitleggen.
Misdrijven = zijn de zwaardere strafbare feiten.
Bijvoorbeeld:
Diefstal
Moord
Doodslag
Verkrachting
Vernieling
Oplichting
Overtredingen = minder ernstig strafbaar feit.
Voorbeeld:
Overtreding van een verboden toegang-bordje
Het opgeven van een valse naam
De wetgever bepaalt of een strafbepaling een misdrijf of een overtreding
is.
Leerdoel 4. Je kunt uitleggen wanneer iemand verdachte is in het
strafrecht.
De wet bepaalt dat een burger alleen een verdachte is als daarvoor
duidelijke aanwijzingen zijn. De aanwijzingen, feiten en
omstandigheden moeten leiden tot een redelijk vermoeden dat de
persoon een strafbaar feit heeft gepleegd.
Leerdoel 5. Je kunt de drie fasen van het strafproces beschrijven.
1. Vooronderzoek
2. Terechtzitting (de rechtszaak)
3. Tenuitvoerlegging
Vooronderzoek = wordt de rechtszaak voorbereid.
Verzamelen politie en justitie feiten over de verdachte en over het
strafbaar feit, zodat alles klaar is voor de zitting. Officier van justitie
leidt het vooronderzoek.
, Terechtzitting = officier van justitie dagvaardt de verdachte om ter
terechtzitting te verschijnen.
De rechter ondervraagt de verdachte en eventuele getuigen en
deskundigen. Officier van justitie krijgt de gelegenheid om aan te
tonen dat de verdachte schuldig is. Na sluiting van zitting komt
rechter met uitspraak.
Tenuitvoerlegging = als de rechter een straf oplegt, dan moet deze straf
worden uitgevoerd.
Gebeurt in de derde fase van het strafproces. Belangrijke personen
tijdens strafproces zijn:
o Verdachte
o Raadsman
o Politie
o Officier van justitie
o Rechter
o Griffier
Leerdoel 6. Je kunt uitleggen wat dwangmiddelen zijn.
Dwangmiddelen = handelingen om de waarheid over een strafbaar feit
te achterhalen.
Dit is het juridische gereedschap waarmee de waarheid over een
strafbaar feit kan worden achterhaald.
Dit zijn voorbeelden van dwangmiddelen:
o Staande houden
o Aanhouden
o Ophouden voor onderzoek
o In verzekering stellen
o Onderzoek aan kleding en lichaam
Alleen als je verdachte bent, kunnen er dwangmiddelen op je worden
toegepast.
Leerdoel 7. Je kunt de drie rechten van de verdachte benoemen.
De drie rechten van de verdachte zijn:
Het zwijgrecht
Het recht op informatie
Het recht op een advocaat (raadsman)