1. Kenmerken van de Nederlandse constitutionele monarchie
en democratische rechtsstaat.
Kenmerken:
Koning is het staatshoofd
Positie van de koning in de grondwet
vrije verkiezingen
parlementair stelsel
respect voor de grondrechten
overheid is gebonden aan de wet
onafhankelijke rechters oordelen
Koning = monarch
Een land met een koning als staatshoofd heet een monarchie
De taken en bevoegdheden van de koning zijn vastgelegd in de Grondwet
en de macht van de koning is beperkt.
Grondwet = constitutie
Regeringsvorm in Nederland is daarom een constitutionele monarchie - >
een monarchie die is gebaseerd op de grondwet.
Regering bestaat uit de ministers en de koning.
Zorgt voor:
Goede gang van zaken in het land
maken daar plannen en wetgeving voor
voert deze uit
Volksvertegenwoordiging bestaat uit Eerste en Tweede Kamer. Het wordt
ook wel Staten-Generaal of parlement genoemd.
Zorgt voor:
controleren de taken van de regering.
Op deze manier controleert het parlement de regering. Dit heet het
parlementaire stelsel.
Kenmerken parlementair stelsel:
Als er een conflict is tussen de door de burgers gekozen Eerste en
Tweede kamer en de benoemde regering, de Kamers de sterkste
rechten hebben.
Oftewel bij een discussie hebben de Eerste en Tweede Kamer
altijd het laatste woord over een beslissing.
, 2. Herkennen van een gegeven grondrecht of het een klassiek
of sociaal grondrecht is.
Klassieke grondrechten = Dit zijn de vrijheidsrechten van de burger.
Deze rechten beschermen tegen inmenging van de overheid.
oftewel zorgen ervoor dat de overheid zich niet gaat bemoeien
met zaken in de samenleving of het privéleven van een burger.
Art. 1 t/m 17 Gw staan de klassieke grondrechten
Voorbeelden van klassieke grondrechten:
Gelijke behandeling
Discriminatieverbod
Kiesrecht
Vrijheid van godsdienst
Vrijheid van meningsuiting
Sociaal grondrecht = Deze rechten bieden geen vrijheidsrecht of
gelijkheidsrecht, maar geven de opdracht aan de overheid om zaken te
regelen.
Art. 18 t/m 23 GW staan de sociale grondrechten.
Voorbeelden sociale grondrechten:
zorgen voor werkgelegenheid
zorgen voor welvaart
zorgen voor sociale zekerheid
zorgen voor goede volksgezondheid
zorgen voor woongelegenheid.
Verschil:
klassieke grondrechten beschermen de burger tegen de overheid,
zijn vrijheidsrechten van de burger.
Sociale grondrechten bieden geen vrijheidsrechten of
gelijkheidsrechten, maar geven de opdracht aan de overheid om
zaken te regelen.
3. Het verschil tussen rechtsregels en andere regels.
Kenmerken van rechtsregels:
Zijn gemaakt door de overheid
Gelden voor iedereen
Bij overtreding kun je naar de rechter.
Kenmerken van gewone regels:
Een ongeschreven regel.
Zoals dat je op school je telefoon in de telefoon tas moet
stoppen. Het is niet in de wet geschreven maar het is wel
een regel.
4. Stappen in het wetgevingsproces.
, Stap 1: Voorbereiding wetsvoorstel op het ministerie.
Minister geeft zijn ambtenaren de opdracht een
wetsontwerp te maken.
Stap 2: Bespreking in de ministerraad.
Daarna bespreekt de minister het wetsontwerp met zijn
collega-ministers in de ministerraad.
Stap 3: Advies door de Raad van State.
Als de ministerraad het eens is met het wetsvoorstel, wordt
het voorstel naar de Raad van State gestuurd.
- De Raad van State is het belangrijkste
adviesorgaan van de regering en kijkt of het
wetsvoorstel past in het geheel van alle geldende
wetgeving.
Stap 4: Stemmen in de Tweede Kamer.
Nadat de regering het advies door de Raad van State heeft
gekregen, wordt er door de Tweede Kamerleden gestemd
over het wetsvoorstel.
- Als meerderheid instemt voor het wetsvoorstel dan
is het wetsvoorstel aangenomen.
Stap 5: Stemmen in de Eerste Kamer.
Nadat de Tweede Kamer akkoord is, mag de Eerste Kamer
stemmen over het voorstel.
- Als meerderheid van de Eerste Kamerleden voor
stemt, is het wetsvoorstel aangenomen.
Stap 6: Ondertekening van het wetsvoorstel door de koning en de
minister.
De koning en de verantwoordelijke minister ondertekenen
het wetsvoorstel. De minister van Justitie en Veiligheid
tekent ook omdat hij verantwoordelijk is voor de
bekendmaking van nieuwe wetten.
Stap 7: Bekendmaking in het Staatsblad.
Het wetsvoorstel wordt bekendgemaakt in het Staatsblad,
om daarna kracht van de wet te krijgen.
- Dit betekent dat het wetsvoorstel voortaan geldt
als wet
5. Benoemen welke organen welke rechtsregels/wetten
uitvaardigen.
De wet:
Gemaakt door de regering en Staten-
Generaal.
De Algemene Maatregel van Bestuur
(AMvB):
Gemaakt door de regering
De ministeriële regeling:
Gemaakt door de minister
De provinciale verordening:
Gemaakt door de Provinciale Staten
De gemeentelijke verordening:
Gemaakt door de gemeenteraad