H8. Fysieke groei in de peuter en kleuterleeftijd
Gemiddelde lengte en gewicht 2-jarige: 90 cm en 11-12 kilo.
Gemiddelde lengte en gewicht 6-jarige: 120 cm en 20 kilo.
Grote verschillen door genen, voeding en gezondheidzorg
De groeiende hersenen
Op 5-jarige leeftijd heeft het brein 90% van volwassen grootte.
Lateralisatie: het proces waarbij bepaalde functies hun plek eerder in de
ene kant van het brein vinden dan aan de andere kant.
Linkerhelft functies: verbaal, logisch denken, ruimtelijk denken,
letterlijk,
Sequentiële: verwerking achtereenvolgend in stukjes.
Rechterhelft functies: non-verbaal, visueel ruimtelijk, muzikaal, intuïtie,
creativiteit, dromen, figuurlijk.
Globale verweking: als geheel.
Corpus callosum: een bundel zenuwvezels die de twee hersenhelften
met elkaar verbindt.
Ontwikkeling van de zintuigen
Perceptuele schematisering: het vermogen om zowel het geheel als de
losse delen te zien. (Eerst de losse fruitstukken zien, daarna inzien dat dit
een poppetje is gemaakt van fruit)
Elimination communiction: hele jonge kinderen dragen geen luier meer
en ouders heel erg oplettend in signalen van kind. Na een signaal gelijk
het kind op potje/toilet zetten.
Pavor Nocturnus: nachtangsten
Voedselneofobie angst voor nieuw eten.
Stadia van tekeningen:
1. Krabbelstadium: strepen op papier (horizontale lijnen,
zigzaglijnen)
2. Vormstadium: vormen, vierkant en cirkels, plusjes en minnen
(3jaar)
3. Ontwerpstadium: eenvoudige en complexere vormen.
4. Picturale stadium: herkenbare objecten (4/5jaar)
, Veerkracht: het vermogen om omstandigheden die kunnen leiden tot
psychische of fysieke schade te boven komen.
Trauma-sensitieve zorg: zorg waarbij rekening wordt gehouden met het
feit dat kinderen en ouders ingrijpende ervaringen kunnen hebben
waardoor hun stres systeem in de war kan zijn.
-american academi pediatrics.
6 basisprincipes kenmerkend voor trauma-sensitieve zorg:
1. Veiligheid: het waarborgen van fysieke en emotionele integriteit.
2. Voorspelbaarheid: het creëren van een sfeer van duidelijkheid en
transparantie
3. Ondersteuning: het bouwen op de eigen en elkaars krachten
4. Samenwerking: het duurzaam verankeren van gezamenlijke
besluitvorming
5. Presentie: het erkennen en respecteren van iedere individu
6. Inclusie: het actief benadrukken dat iedereen ertoe doet en van
waarde is.
H9 de cognitieve ontwikkeling in de peuter en kleutertijd.
Piaget 4 stadia:
1. Sensomotorische stadium 0-2 jaar- sensorische en motorische
acties
2. Pre operationele stadium 2-7 jaar – symbolisch denken
3. Concreet operationeel stadium 7-12 jaar – logisch denken (met
voorbeelden)
4. Formeel operationeel stadium 12+ – abstract redeneren (met
formele regels)
Pre operationeel stadium (2-7 jaar): het gebruik van symbolisch
denken, het vermogen om te redeneren en het gebruik van
concepten neemt toe.
Kinderen zijn steeds minder afhankelijk van het gebruik van hun directe
(sensomotorische) gewaarwordingen. Kinderen worden beter in het maken
van mentale voorstellingen. (Sleutel herkennen, kind denkt wij gaan
naar supermarkt. Autosleutel staat als symbool). Denkoperaties zijn
nog niet goed ontwikkeld. Fantasie en werkelijkheid loopt door elkaar.
(Bijvoorbeeld kind dat naar vliegtuig zwaait)
Denkoperaties: georganiseerde, formele, logische mentale processen.
Symboolgebruik: het vermogen om een mentaal symbool, een object of
een woord te gebruiken om iets wat niet fysiek aanwezig is weer te geven
of te vervangen. (Belangrijkste aspect van pre operationeel denken
volgens Piaget)