Wetgeving
Week 1
Wettenfabriek 1.1
Een wet begint met een idee over wat moet veranderen in de samenleving en dat gebeurt in regels
en die moeten op papier komen. Input over het concept van de wet komt niet alleen maar van
ambtenaren, maar tegenwoordig ook van het bredere publiek.
Nadat het voorstel geschreven is moet de ministerraad het voorstel goedkeuren. De koning
is niet inhoudelijk betrokken, maar zijn handtekening moet wel worden geplaatst. Daarna gaat het
naar de Afdeling van de Raad van State, sectie Advisering. Ze kijken naar de verhouding met
hogere wetgeving en naar doeltreffendheid en uitvoerbaarheid. De minister reflecteert daarop en
geeft aan wat ze met het advies doen. De verplichting is om te motiveren wat er met het advies is
gedaan. Wanneer de TK het voorstel behandelt, dan gaat dat schriftelijk en daarna mondeling.
Als ze het er niet mee eens zijn, kunnen ze met een amendement het wetsvoorstel wijzigen.
Komt het wetsvoorstel door de TK dan gaat het naar de EK. Daar kan het niet meer
worden veranderd.
Hoorcollege 1
Het kabinet is geen wetgever, omdat daar staatssecretarissen in zitten. De ministerraad + TK en
EK is wetgever. De meeste wetsvoorstellen (90%) komen van de regering. Doordat regeringen
korter zitten, dienen ze minder in. De regering mag staatsrechtelijk gezien een door het parlement
aangenomen wetsvoorstel weigeren.
Waarom verloopt het wetgevingsproces traag? Daarvoor kun je eerst afvragen waarom we
wetten hebben. Wetten hebben 4 functies: legitimerende (wet als grondslag voor
overheidshandelen) functie, waarborgfunctie (waarborg voor zekerheid en gelijkheid),
instrumentele functie (samenleving ordenen en beleidsdoelen bereiken) en de symbolische of
communicatieve functie (uitdrukking van waarden). In Den Haag gaat het vooral over de
instrumentele functie. Kwaliteitseisen voor wetten zijn: een adequate grondslag, hebben
overeenstemming met hoger recht, zijn zorgvuldig voorbereid, zijn algemeen, doeltreffend en
, doelmatig. Niet uitputtende eisen zijn echt dat ze doenlijk, werkbaar en rechtvaardig zijn. Op
papier kan een wet wel kloppen, maar als ze het probleem niet oplossen, dan is het niet doenlijk
(kunnen naleven).
Er zit veel tijd in het maken van wetten. Er zit daarbij vooral veel tijd in de voorbereiding.
Het startpunt begint bij ideeën, uit rechtspraak, politieke wensen, regeerakkoorden of EU-
wetgeving. Vanaf de ministerraad staan alle datums in openbare stukken over de tijdsloop van
wetten. De regering maakt na de advisering van de RvS nog een nader rapport. Dat duurt vaak
wat langer. Vervolgens gaat het naar de TK, dan EK en dan wordt het bekrachtigd met een
handtekening van de koning.
Elke stap is een nieuwe kans om gebreken uit de wet te halen. Het proces is heel
multidisciplinair, omdat er van allerlei soorten kennis nodig is. De Afdeling Advisering toetst op
deugdelijkheid en uitvoerbaarheid. Zij bepalen zelf hoe ze adviseren en dat is niet geregeld in de
grondwet. Zij geven dicta’s A, B, C en D. C en D is negatief: C is niet indienen, dan nadat… en
D is niet. Dan moet het opnieuw terug naar de ministerraad. Sinds kort zijn de brieven daarvan
openbaar.
Kunnen wetten sneller gemaakt worden? Het staatsnoodrecht is een voorbeeld, maar wel
de exceptie. Het moet immers gaan om buitengewone omstandigheden, zoals dijkdoorbraken. Dat
zien we dus niet als optie om wetten sneller te maken. Een spoedwet zou ook een optie kunnen
zijn. Een spoedwet is een gewone wet, maar het wetgevingsproces wordt niet helemaal
doorlopen. Veel spoedwetten blijken echter achteraf geen spoed te hebben gehad, omdat je de
medewerking nodig hebt van heel veel spelers. De regering kan het dus wel willen, maar dat wil
niet zeggen dat ze daarvoor de medewerking krijgen achteraf. In zo’n spoedwetgevingsproces sla
je dan in de voorbereidingsprocedure de internetconsultatie, de adviezen en toetsen over. Je kunt
bovendien de samenwerking inperken. In de tweede stap wordt onmiddellijk geagendeerd in de
ministerraad. Bij de Afdeling Advisering, de derde stap, is het lastiger om de procedure in te
korten. Je kunt wel contact met ze opzoeken, al was dat vroeger not done maar dat gebeurt nu wel
vaker. Ook de vierde stap, in de TK, kun versneller door snel naar het stemmen te gaan. De 5e
stap, de EK, kun je ook versneller door de commissiefase in te korten en geen moties en novelles
in te dienen. In de 6e fase wordt vooral de inwerkingtredingsfase ingekort.
Optie drie is de delegatie. Met een AMvB kun je het hele parlementaire proces eruit halen,
maar niet de Afdeling Advisering. Met een ministeriële regeling skip je de ministerraad, omdat