Voorbereidende weblecture 1: opvoedstijlen
Opvoedstijlen:
Autoritair: streng, bestraffend, rigide, koud. Ouders woord is wet,
onvoorwaardelijke gehoorzaamheid en accepteren geen weerwoord.
Gevolgen voor kind: teruggetrokken, sociale problemen, afhankelijkheid
of vijandige relatie met ouders.
Permissief: vage en inconsistente feedback. Ouders stellen weinig
grenzen en beperkingen aan hun kind en voelen zich niet erg
verantwoordelijk voor de manier waarop het opgroeit
Gevolgen voor het kind: afhankelijkheid, sociale problemen, moeite
met zelfcontrole
Autoritatief: consequent, duidelijke en consistente grenzen. Ouders zijn
relatief streng, maar emotioneel ondersteunend. Ze stimuleren
onafhankelijkheid. Ze doen een beroep op ratio van hun kind en geven
aan waarom ze straf opleggen.
Gevolgen voor het kind: onafhankelijkheid, vriendelijkheid, in staat om
emoties en gedrag te reguleren, veerkrachtig
Onverschillig: onverschillig, afwijzend gedrag. Ouders zijn emotioneel
afstandelijk en zien het puur als hun taak om hun kinderen fysiek te
verzorgen. In extreme vorm dit uit in verwaarlozing.
Gevolgen voor het kind: emotionele en gedragsproblemen,
afstandelijkheid, fysieke en cognitieve problemen.
,Voorbereidende weblecture B het bio-ecologische model
van Bronfenbrenner
2.1.4
Bio-ecologische systeemmodel: is ontwikkeld door Uri
Bronfrenbrenner (1917-2005) manier om te kijken naar hoe
verschillende factoren de ontwikkeling van een mens beïnvloeden, op
verschillende niveaus.
Vergeleek zelf zijn model met de Russische Matroesjka-poppetjes (van
groot naar klein)
Systeemlagen van het model –van binnen naar buiten
1. Biosysteem: de intra persoonlijke factoren (intelligentie,
temperament, aanleg om dik te worden)
2. Micosysteem: altijd meerdere microsystemen. De relaties van een
kind met mensen uit zijn directe omgeving. “De motor van de
ontwikkeling” (opa, oma, kind op school, het kind met vriendjes,
vriendjes op voetbalclub)
3. Mesosysteem: relaties tusssen de verschillende microsystemen.
(Er is interactie tussen de verschillende mensen, overleggen, of iets
afspreken onderling)
4. Exosysteem: maatschappelijke systemen die via de
microsystemen het kind beïnvloeden. (Sociale instituties, geloof
gemeenschappen, kerken, gemeente)
5. Macrosysteem: waarden, normen, wetten en regels bestaan er.
Het systeemlaag zonder mensen.
6. Chronosysteem: tijdsbeeld waarin wij leven. Slaat zowel op kind
zelf: hij wordt ouder....
...als op de veranderingen in een maatschappij tijdens een bepaalde
tijdsperiode.
, Ouderschap in de basis
-Boek: remmerswaal & Gouw. Inleiding, H1, H2, H3
Alice van der pas zegt: ouderschap vooral het besef van
verantwoordelijk te zijn over het kind en zorg van het kind
Nji zegt en vult aan: ouderschap gaat over alles wat te maken heeft
met het zijn van een ouder: partnerschap, sociale contacten,
levensvaardigheden, financiële situatie, belans werk-gezin.
Ouderschap gaat samen met: onvoorwaardelijk zijn, loyaliteit en
subjectiviteit (voor niemand hetzelfde).
5 basisvaardigheden ouderschap (van der pas, 2022).
1. Veiligheid bieden: in vorm van daden (acties) (door er voor
iemand fysiek te zijn)
2. Verzorgen: in de dagelijkse context
3. Zicht houden op het kind: en diens ontwikkeling (vermogen van
ouders om geïnteresseerd te zijn in de ontwikkeling van het kind)
4. Verwachtingen overbrengen: en zowel hoge als lage eisen
hebben
5. Grenzen stellen: zodat ouders ja of nee kunnen zeggen, maar ook
andersom.
Aandachtspunten:
- Altijd meerdere punten tegelijk van toepassing
- Toepassing vaardigheden is o.a cultuur en context gebonden
- De basisvaardigheden geven enerzijds zelfvertrouwen en anderzijds
leiden ze tot onzekerheid
- Timen en doseren
Ambivalentie van ouderschap: gaat over de tegenstrijdigheid van het
ouderschap. Er zitten zowel positieve als negatieve ervaringen aan het
ouderschap
Intern dialoog van ouders: gaat over mensen zichzelf constant vragen
stellen (intrapsychisch proces)
Leren over onszelf, sociaal functioneren en regulatie van gedrag –voelen,
denken, doen. Ouders observeren, reflecteren, wegen af, maken een