Ontwikkelingspsychologie H7, H12, H13, paragraaf
14.2
Hoofdstuk 7 (blz. 141 t/m 154)
Opvattingen over temperament:
- verwijst naar individuele gedragskenmerken van kind
- is in vroege ontwikkeling aanwezig
- staat los van situatie specifiek gedrag
- is relatief stabiel In de tijd
- bezit zeker de erfelijke basis
Omgevingspsychologie: de invloed van de omgeving werd belangrijker gevonden dan de
invloed van aangeboren eigenschappen.
5 kenmerken waarop elk kind gescoord kan worden op temperament:
1. regelmaat: van eet slaap en ontlasting gewoonten
2. stemming: aantal opgewekte reacties versus onvriendelijke reacties
3. aanpassing: gemak of moeite waarmee het kind zich aan nieuwe situatie aanpast
4. toenadering/ terugtrekking: positieve of negatieve wijze waarop het kind op nieuwe
prikkels reageert
5. intensiteit: energieniveau van reacties van het kind
3 temperament patronen:
1. moeilijke kind: onregelmatig en negatief gedrag
2. gemakkelijke kind: tegenovergestelde van het moeilijke kind
3. langzame starter: mengvorm van de twee type hierboven
differentiële ontvankelijkheid: mate waarin het kind wordt beïnvloed door de omgeving en
opvoeding is afhankelijk van het temperament.
Big five: verwijst naar het vijftal persoonlijkheidsdimensies die men als clusters in het
alledaagse taalgebruik van mensen kan onderscheiden.
1. Extraversie
2. vriendelijkheid
3. gewetensvolheid
4. emotionele stabiliteit
5. ideeënrijkdom
Hoofdstuk 12 (blz 235 t/m 245)
In de loop van het tweede levensjaar komen de eerste verschillen in sekserolgedrag:
- ander speelgoed en ander spel
- vooral contact met eigen geslacht
14.2
Hoofdstuk 7 (blz. 141 t/m 154)
Opvattingen over temperament:
- verwijst naar individuele gedragskenmerken van kind
- is in vroege ontwikkeling aanwezig
- staat los van situatie specifiek gedrag
- is relatief stabiel In de tijd
- bezit zeker de erfelijke basis
Omgevingspsychologie: de invloed van de omgeving werd belangrijker gevonden dan de
invloed van aangeboren eigenschappen.
5 kenmerken waarop elk kind gescoord kan worden op temperament:
1. regelmaat: van eet slaap en ontlasting gewoonten
2. stemming: aantal opgewekte reacties versus onvriendelijke reacties
3. aanpassing: gemak of moeite waarmee het kind zich aan nieuwe situatie aanpast
4. toenadering/ terugtrekking: positieve of negatieve wijze waarop het kind op nieuwe
prikkels reageert
5. intensiteit: energieniveau van reacties van het kind
3 temperament patronen:
1. moeilijke kind: onregelmatig en negatief gedrag
2. gemakkelijke kind: tegenovergestelde van het moeilijke kind
3. langzame starter: mengvorm van de twee type hierboven
differentiële ontvankelijkheid: mate waarin het kind wordt beïnvloed door de omgeving en
opvoeding is afhankelijk van het temperament.
Big five: verwijst naar het vijftal persoonlijkheidsdimensies die men als clusters in het
alledaagse taalgebruik van mensen kan onderscheiden.
1. Extraversie
2. vriendelijkheid
3. gewetensvolheid
4. emotionele stabiliteit
5. ideeënrijkdom
Hoofdstuk 12 (blz 235 t/m 245)
In de loop van het tweede levensjaar komen de eerste verschillen in sekserolgedrag:
- ander speelgoed en ander spel
- vooral contact met eigen geslacht