Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Nederlandse samenvatting Biologische grondslagen: Evolutionaire psychologie 2026

Rating
-
Sold
1
Pages
178
Uploaded on
18-02-2026
Written in
2025/2026

Nederlandse samenvatting, alle hoofdstukken voor het tentamen in 2026 worden behandeld, incl. de losse artikelen genoemd op Brightspace. Tevens zijn alle studietaken incl. antwoorden van Brightspace in de samenvatting opgenomen.

Institution
Course

Content preview

Door N.Korten

Thema 1: Fundamenten

Boek Hoofdstuk 1: Introduction to evolutionary psychology

De oorsprong van de evolutionaire psychologie:

Historie: Na Darwin was de interesse voor evolutie snel uitgedoofd. De nadruk lag op andere verklaringsmodellen zoals
behaviorisme. In de biologie kwam er echter steeds meer nadruk op evolutionaire grondslagen van gedrag. Begin jaren 90
van twintigste eeuw was er een herontdekking van de evolutietheorie. Hier werd voor het eerst de term evolutionaire
psychologie gebruikt.

Evolutionaire psychologie is een relatief jonge discipline die Darwins principes van natuurlijke selectie toepast op de
menselijke geest. Zij gaat ervan uit dat de geest een door evolutie gevormd orgaan is dat ons helpt beslissingen te nemen die
overleving en voortplanting bevorderen, en dat tegelijkertijd is ontworpen om te leren.

- Ultieme vragen: Waarom bestaat bepaald gedrag? Wat is de evolutionaire invloed? Hoe heeft deze eigenschap
bijgedragen aan de overleving van het organisme?

- Proximate vragen: Hoe ontwikkelt bepaald gedrag zich?

Een geschiedenis van evolutionair denken:


Het idee dat de natuur in één keer werd geschapen werd lang als waarheid gezien.

Thales: Alles komt voort uit het element water.

Empedocles: Verschillende organen kwamen samen door liefde en sommige resultaten hiervan gingen
kopieën maken van zichzelf, overeenkomstig met natuurlijke selectie.

Aristoteles: The Great Chain of Being / Scala naturae: Elk soort neemt plaats in een hiërarchische
Structuur. Dit idee werd overgenomen door de kerk: ‘Dit was zoals de wereld is en ‘zoals de
wereld zou moeten zijn’. Markeerde het einde van het debat over evolutionaire
verandering.

Erasmus Darwin: Er is 1 levend lament. Wat betekent dat iedereen afstamt van een gemeenschappelijke
voorouder.

Jean Baptiste Lamarck: 1e wet: veranderingen in omgeving kunnen leiden tot verandering in gedrag van dier
wat kan leiden tot meer of minder gebruik van een orgaan.

2e wet: Dergelijke veranderingen zijn erfelijk, verwijst naar de overerving van verworven
kenmerken. Nu wordt verondersteld dat dit niet juist is. (Uitzondering: epigenetica)


Darwin’s natuurlijke selectie (1858) bestaat uit 2 componenten:

1. Erfelijke variatie: individuen binnen een populatie hebben de neiging van elkaar te verschillen op manieren die worden
doorgegeven aan hun nakomelingen.



Pagina 1 van 178



fi

, Door N.Korten

2. Differentieel reproductief proces: als gevolg van deze verschillen laten sommige individuen meer overlevende
nakomelingen achter dan anderen.

Het verschil tussen aseksuele en seksueel voortplantende organismen is dat aseksuele organismen kopieën van zichzelf
maken, terwijl seksueel voortplantende organismen nakomelingen voortbrengen die genetisch verschillen van hun ouders.

Mendel en de geboorte van genetica (1858 – 1875): Zijn gedachtegoed werd pas in twintigste eeuw echt bekend onder de
noemer: ‘moderne synthese’.

Gregor Mendel onderzocht erfelijkheid met erwtenplanten. Hij ontdekte dat eigenschappen niet mengen, maar worden
doorgegeven via afzonderlijke erfelijke eenheden, de bloemen van de erwtenplanten werden of wit of rood, maar nooit roze.
Dit noemde hij particulate overerving.

Particulate overerving: Kenmerken worden bepaald door discrete deeltjes (later genen genoemd) die intact blijven en per
generatie worden doorgegeven.

Van evolutie naar evolutionaire psychologie:

Materialisme: De benadering van de moderne cognitieve psychologie die de geest beschouwt als uiteindelijk herleidbaar
tot de activiteit van de hersenen. Dit is belangrijk voor de evolutionaire psychologie want als de geest herleidbaar is tot de
activiteit van de hersenen dan is het brein onderhevig aan de druk van natuurlijke selectie.

Francis Galton (1822-1911): Hij werd sterk beïnvloed door theorie van natuurlijke selectie. Hij stelde dat karakter en
intelligentie erfelijke eigenschappen waren en ontwikkelde enkele van de eerste intelligentietests om deze kwesties te
onderzoeken. (Voorloper van psychometrie). Hij stelde tevens voor selectief te fokken om de samenleving te helpen
(eugenetica), waarbij mensen met kenmerken die voordelig zijn voor de maatschappij zich voort mogen planten. Mensen
zonder dat soort kenmerken zouden daarin ontmoedigd moeten worden.

Bekend argument in moderne evolutionaire psychologie: eigenschappen die belangrijk waren in het jager-
verzamelaarstijdperk zijn in hedendaagse samenleving niet optimaal.

Box 1.1 Eugenetica:

Eugenetica komt van het woord Eugenes = betekent goed geboren. Het Idee is dat de overheid de voortplanting zou
moeten reguleren met als doel een betere samenleving (Plato).

- Positieve eugenetica: Aanmoedigen van mensen met een goede conditie om met elkaar nakomelingen te
produceren

- Negatieve eugenetica: Voorplanting van ‘ongeschikten’ te beperken/verbieden

Galton richtte de Eugenics Edication Society op (1907) (in eerste instantie voor positieve eugenetica). Leonard Darwin nam
dit over en zette gang van positieve eugenetica om naar negatieve eugenetica. Dit leidde ertoe dat begin 20ste eeuw
wereldwijd honderdduizenden mensen werden gesteriliseerd vanwege psychologische ongeschiktheid.

- Nazi-Duitsland grootste voorbeeld van negatieve eugenetica
- Technieken van nu zorgen wederom voor controverse: gentherapie en genetische manipulatie (screening op
afwijkingen)

Pagina 2 van 178

, Door N.Korten

Sigmund Freud (1914)`: Richte zich op cultureel relativisme waarbij de nadruk lag op de rol van de ouders en het gezin bij
vorming van de persoonlijkheid en individu. Hij was tevens geïnteresseerd in ‘ultieme’ vragen. Waarom gedragen mensen
zich zoals ze zich gedragen? Hij hield zich bezig met aangeboren verlangens, seksueel imperatief (menselijk gedrag word in
sterke mate gedreven door seksuele energie (libido) wat weer parallellen heeft met evolutietheorie. Zijn visie dat de bewuste
zelf zich onbewust is van onze ‘echte’ motieven komt weer overeen met theorie van zelfbedrog van Robert Trivers.

William James (1842-1910): Richte zich op het concept van het instinct. Hij maakte onderscheid tussen korte- en
langetermijngeheugen en bestudeerde aandacht en perceptie. Zijn inspiratie was Darwin. Hij zag instincten zoals angst,
liefde en nieuwsgierigheid als de drijvende krachten achter menselijk gedrag. Hij voegde daaraan toe dat menselijk gedrag
wordt gedreven door meer instincten dan het gedrag van andere dieren. Later vielen instincten uit de gratie en werd cultuur
gezien als belangrijkste factor voor menselijk gedrag.

John Tooby en Leda Cosmides: Introduceerde het Standard Social Sciences Model (SSSM) oftewel cultuurrelativisme
(bepaalde kijk op mens vanuit sociale wetenschappen): De volgende claims worden gemaakt door cultuurrelativisme:

- Mensen worden geboren met schone lei.
- Menselijk gedrag is oneindig kneedbaar.
- Cultuur is autonoom en bestaat onafhankelijk van mensen.
- Menselijk gedrag wordt bepaald door een proces van leren, socialisatie of indoctrinatie.
- Leerprocessen zijn algemeen en kunnen worden toegepast op meerdere verschijnselen.

Deze Ideeën zijn terug te vinden in het werk van Margaret Mead, Emile Durkheim en Albert Bandura. Cultureel relativisme
kan gedeeltelijk worden gezien als reactie op enkele beweringen van biologische deterministen (zie box 1.1). Een bekende
misvatting over Darwins ideeën is dat sommige organismen zouden meer ontwikkeld zijn dan anderen en in zekere zin dus
belangrijker, dit idee is terug te herleiden naar Great Chain of being. Darwinistische denken ontkent een dergelijk idee.

Franz Boas en het cultureel Relativisme: Hier is het idee dat de verschillen tussen mensen te wijten zijn aan cultuur en
als je mensen wilt begrijpen, moet je hun cultuur begrijpen. Na aanleiding van cultureel relativisme ontwikkelde sommige
wetenschappers een angst voor biologische verklaringen genaamd biofobie.

- Biofobie: Angst voor biologische verklaringen van menselijk gedrag. Dit komt mede doordat, wanneer een wetenschap
zich eenmaal heeft gevestigd, het moeilijk wordt om nog open te staan voor alternatieve verklaringen. Tevens was het na
de gruweldaden van de 2e wereldoorlog moeilijk om menselijke natuur te onderzoeken zonder gezien te worden als
voorstander van genetisch determinisme en eugenetica.


Box 1.2 Vijf disciplines toepassing evolutionair denken

Ethologie: Afgeleid van het woord Ethos = karakter/gewoonte.De aanpak hier is dat gedrag in de natuurlijke omgeving
waarin het is geëvolueerd wordt geobserveerd. Ethologen proberen evolutionaire/functionele verklaringen te combineren
met causale verklaringen. Vroege ethologen richtten zich op instinct (beïnvloed door Darwin), Latere ethologen op de
interactie tussen genen en omgeving.

Gedragsecologie (Behavioural Ecology): Voortgekomen uit klassieke ethologie maar verschilt van ethologie doordat
het gebruik maakt van economische kosten-batenmodellen om te voorspellen hoe dieren zich zouden moeten gedragen
in een bepaalde omgeving. Leggen de nadruk op de exibiliteit die genen bieden en combineren principes uit de
ecologie met ethologische benaderingen van gedrag. Houdt zich tevens bezig met het optimaliseren van Inclusieve
tness.

Pagina 3 van 178



fi fl

, Door N.Korten

Vervolg Box 1.2 Vijf disciplines toepassing evolutionair denken

Sociobiologie: E.O. Wilson de nieerde sociobiologie als de systematische studie van de biologische basis van al het
sociale gedrag. Er is veel overlap met gedragsecologie, het richt zich op de evolutie van sociaal gedrag en gebruikt
functionele verklaringen voor pro- en antisociaal gedrag (hoe nuttig waren onze huidige gedragsreactie voor onze
voorouders). Beschouwt de menselijke sociale organisatie als ontwikkeld door natuurlijke selectie. De meeste
wetenschappers geïnteresseerd in niet-menselijke soorten (maar het willen verklaren van menselijk gedrag met deze
concepten leidde tot discussies in de laatste jaren van de 20ste eeuw)

Evolutionaire psychologie: Gebaseerd op ethologie en gedragsecologie, maar verschilt in de focus op mentale
toestanden i.p.v. op gedrag als zodanig. Het benadrukt de discrepantie tussen omgeving waarin soort is geëvolueerd en
huidige omgeving. De meeste wetenschappers onderzoeken menselijk gedrag en maken vaak gebruik van experimentele
studies of naturalistische gegevens om voorspellingen te testen. De focus van de verklaring richt zich op het
psychologische mechanisme.

Gen-cultuur Co-evolutie / Duale overervingstheorie (Dual-inheritance theory): Een poging om de relatie tussen
culturele praktijken en genetische veranderingen te onderzoeken. Voegen kennis van culturele antropologen toe aan
Darwins theorie om relatie tussen evolutie en gedrag te verklaren. Zij maken gebruik van wiskundige modellen
ontwikkeld door populatiegenetici om de verspreiding van cultureel overgedragen gedag. Het omvat culturele
voedingspraktijken, taal, persoonlijkheid en coöperatief gedrag en interculturele voedingspraktijken. Aangezien dit zowel
biologische als culturele factoren in de evolutie worden meegenomen noemt men dit de duale overervingstheorie.


Pavlov, Watson en Skinner hielden zich bezig met algemene leermechanismen hierbij gebruikmakend van de principes van
klassieke en operante conditionering. Mensen waren simpelweg complexere vormen van dieren. Bij het training van dieren
kwamen wel weer telkens dezelfde instinctieve driften naar voren, maar dit werd afgedaan als verstoring.

De belangrijkste reden waarom de evolutietheorie geen succes was is dat de meeste psychologen evolutietheorie niet volledig
begrijpen.

Box 1.3 Sociobiologie, evolutionaire psychologie en politieke correctheid.

Sociobiologie en evolutiepschologie kregen veel weerstand van buiten de wetenschap; het zou gevaarlijke manieren van
denken zoals eugenetica ondersteunen en racistische en seksistische ideeën bekend maken.

Seville Statement on Violence (Adams et al., 1986): Probeert het verband dat wordt gelegd tussen biologie en
gewelddadig gedrag door sociobiologen en evolutiepsychologen te weerleggen:

- Wetenschappelijk onjuist dat we neiging tot oorlog voeren hebben geërfd van onze dierlijke voorouders.
- Wetenschappelijk onjuist om te zeggen dat oorlog of gewelddadig gedrag genetisch in onze natuur zit
- Wetenschappelijk onjuist om te zeggen dat er meer selectie is geweest voor agressief gedrag dan andere soorten
gedrag.
- Wetenschappelijk onjuist om te zeggen dat mensen een gewelddadig brein hebben
- Wetenschappelijk onjuist om te zeggen dan oorlog voortkomt uit instinct of door een enkele motivatie.

Kritiek: Wekt indruk dat het iets heeft weerlegt wat niet is bewezen.



Pagina 4 van 178




fi

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Hoofdstuk 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 11, 12, 13, 14
Uploaded on
February 18, 2026
Number of pages
178
Written in
2025/2026
Type
SUMMARY

Subjects

$13.18
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF


Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
nangelakorten Open Universiteit
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
811
Member since
3 year
Number of followers
236
Documents
20
Last sold
5 days ago
Nangela’s samenvattingen

Samenvattingen 1e, 2e en 3e jaar Open Universiteit

4.3

101 reviews

5
55
4
30
3
11
2
1
1
4

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions