Samenvatting Fysiologie
HC 1
Verschillende soorten en structuur van lipiden in ons lichaam:
Triglyceriden – glycerol en 3 vetzuren
Energiebron (kunnen vetzuren afbreken en daar energie uit halen) – Energiereserve –
Isolatie en bescherming (vetweefsel) – vervoerder van bv. oplosbare vitamine
Fosfolipiden – glycerol, vetzuren en een fosfaatgroep (hydrofoob vetzuren& hydrofiel
fosfaat) – celmembraan bestaat uit dubbele laag fosfolipiden.
Celstructuren in celmembraan – lipide transport door het lichaam – emulgator
Sterolen (cholesterol, hormonen testosteron & oestrogeen) – ringstructuur
Celstructuren in celmembraan – precursor voor hormonen – lever kan galzuren maken uit
cholesterol
Deze 3 zijn niet oplosbaar in water
Vertering en opname van vetten verloopt aan de hand van functie en plaats van de
betrokken organen en enzymen (wat gebeurd waar)
Doel van vetvertering is triglyceriden afbreken in monoglyceriden, glycerol en vetzuren zodat
het daarna kan worden opgenomen, dit afbreken gebeurd door lipase (geproduceerd in
pancreas).
<12 c-atomen via darmwand in bloedcapillairen
>12 c-atomen via darmwand naar de lymfe capillair netwerk via het lymfevatenstelsel in het
bloed
Dit is een uitdaging wat vetten zijn hydrofoob en verteringsenzym hydrofiel, de oplossing is
om vetten goed te mixen met verteringssappen met behulp van:
Mond: temperatuur is hier warmer dan erbuiten dus smelt het en kan je het makkelijk
mixen.
Maag: hier heb je sterke spieren die zorgen dat vetten niet samenklonteren, goed mixen en
dan doorgegeven aan de dunne darm via pyloris.
Dunne darm (vooral duodenum en jejnum): bij aanwezigheid vetten wordt hormoon CCK
geproduceerd, deze stimuleert afgifte gal en alvleeskliersap. Belangrijkste functie gal is
emulgeren van vetten: vet valt uit elkaar in allemaal kleine vetdruppeltjes, niet afbreken
vetten maar oplossen, hierdoor is het beter oplosbaar in water en vergroot het oppervlak
voor werking lipase. Lipase (uit alvleeskliersap) zorgt dat triglyceriden losgekoppeld worden
uit vetzuren en glycerol (hydrolyse) hierdoor kunnen ze opgenomen worden.
Lever:
- Produceert gal en dit wordt opgeslagen in de gal blaas.
- Emulgeren van vetten: oplossen van kleine vetdruppels in kleiner vetdruppeltjes
De meeste sterolen kunnen meteen opgenomen worden.
, Je hebt twee manieren bij opnemen van vetten:
Kleine vetverteringsproducten (glycerol & korte keten vetzuren): Diffusie = door het
celmembraan heen in de cel worden opgenomen (enterocyt = darmcellen) en via hier aan
het bloed afgegeven worden.
Grote vetverteringsproducten (monoglyceriden, losse vetzuren, lange keten vetzuren,
sterolen): Vorming micellen > opgenomen in enterocyt > verpakt in chylomicronen
(transporteerde bestaand uit vet en beetje eiwit) > aan lymfe afgegeven en zorgen dat het in
het bloed komt.
Micellen = ontstaan tijdens vertering dunne darm, gevormd door galzuren die vetdruppels
emulgeren. Binnenkant is vetoplosbaar en buitenkant wateroplosbaar.
Verschillende functies van vetten in het lichaam
- Brandstof/energie reserve
- Regulatie – omdat ons lichaam hormonen en bv. galzuren kan maken uit cholesterol
- Structuur
Vetcellen: bestaan voor grootste deel uit een vetdruppel, hierdoor wordt de nucleus aan de
zijkant gedrukt. Vetcellen slaan triglyceriden op en hebben dus als functie dat ze vetten
opslaan en niet dat ze ze gebruiken.
Vetweefsel (15 tot 30% van het lichaam, hormoon-actief orgaan): als je meer vet opslaat dan
vetcellen aanwezig zijn neemt de omvang eerste instantie toe maar dit kan niet onbeperkt
dus daarna ook het aantal. Als je gewicht verliest dan is er wel een afname in de omvang
maar niet in het aantal, daardoor is het ook zo moeilijk om een gezond gewicht te behouden
na het afvallen omdat je dus meer vetcellen hebt dan gemiddeld.
Visceraal = in buikholte, te veel > gezondheidsrisico’s (appelvorm vooral bij mannen 15/20%)
Subcutaan = onderhuidsvet (peervorm, vrouwen 20/30%)
Inter- en intramusculair = tussen en in de spieren
Witte vetcellen: opslag van energie (niet veel mitochondriën)
Bruine vetcellen: gebruiken energie (veel mitochondriën) – vooral bij baby’s om te zorgen
dat ze warm blijven (hypothermie, onderkoeling) maar ook bij volwassen klein beetje tussen
de schouderbladen en langs ruggenwervel, bij gezond gewicht meer bruin vetweefsel.
Functie en regulatie van hormonen die betrokken zijn bij honger en verzadigd
Hongerhormoon Ghreline:
- Geproduceerd in de maag
- Levels in bloed zijn hoog voor iemand gaat eten en de daling is na de maaltijd
Verzadigingshormoon Leptine:
- Geproduceerd in de vetcellen/vetweefsel
- Bij meer opslag van vet in vetcellen wordt Leptine geproduceerd zodat de hersenen
weten oke er is genoeg energie en hierdoor verzadigd gevoel.
- Onderdrukt werking insuline waardoor gebruik uit vet gestimuleerd wordt
- Stijging Leptine levels onderdrukt de eetlust.
HC 1
Verschillende soorten en structuur van lipiden in ons lichaam:
Triglyceriden – glycerol en 3 vetzuren
Energiebron (kunnen vetzuren afbreken en daar energie uit halen) – Energiereserve –
Isolatie en bescherming (vetweefsel) – vervoerder van bv. oplosbare vitamine
Fosfolipiden – glycerol, vetzuren en een fosfaatgroep (hydrofoob vetzuren& hydrofiel
fosfaat) – celmembraan bestaat uit dubbele laag fosfolipiden.
Celstructuren in celmembraan – lipide transport door het lichaam – emulgator
Sterolen (cholesterol, hormonen testosteron & oestrogeen) – ringstructuur
Celstructuren in celmembraan – precursor voor hormonen – lever kan galzuren maken uit
cholesterol
Deze 3 zijn niet oplosbaar in water
Vertering en opname van vetten verloopt aan de hand van functie en plaats van de
betrokken organen en enzymen (wat gebeurd waar)
Doel van vetvertering is triglyceriden afbreken in monoglyceriden, glycerol en vetzuren zodat
het daarna kan worden opgenomen, dit afbreken gebeurd door lipase (geproduceerd in
pancreas).
<12 c-atomen via darmwand in bloedcapillairen
>12 c-atomen via darmwand naar de lymfe capillair netwerk via het lymfevatenstelsel in het
bloed
Dit is een uitdaging wat vetten zijn hydrofoob en verteringsenzym hydrofiel, de oplossing is
om vetten goed te mixen met verteringssappen met behulp van:
Mond: temperatuur is hier warmer dan erbuiten dus smelt het en kan je het makkelijk
mixen.
Maag: hier heb je sterke spieren die zorgen dat vetten niet samenklonteren, goed mixen en
dan doorgegeven aan de dunne darm via pyloris.
Dunne darm (vooral duodenum en jejnum): bij aanwezigheid vetten wordt hormoon CCK
geproduceerd, deze stimuleert afgifte gal en alvleeskliersap. Belangrijkste functie gal is
emulgeren van vetten: vet valt uit elkaar in allemaal kleine vetdruppeltjes, niet afbreken
vetten maar oplossen, hierdoor is het beter oplosbaar in water en vergroot het oppervlak
voor werking lipase. Lipase (uit alvleeskliersap) zorgt dat triglyceriden losgekoppeld worden
uit vetzuren en glycerol (hydrolyse) hierdoor kunnen ze opgenomen worden.
Lever:
- Produceert gal en dit wordt opgeslagen in de gal blaas.
- Emulgeren van vetten: oplossen van kleine vetdruppels in kleiner vetdruppeltjes
De meeste sterolen kunnen meteen opgenomen worden.
, Je hebt twee manieren bij opnemen van vetten:
Kleine vetverteringsproducten (glycerol & korte keten vetzuren): Diffusie = door het
celmembraan heen in de cel worden opgenomen (enterocyt = darmcellen) en via hier aan
het bloed afgegeven worden.
Grote vetverteringsproducten (monoglyceriden, losse vetzuren, lange keten vetzuren,
sterolen): Vorming micellen > opgenomen in enterocyt > verpakt in chylomicronen
(transporteerde bestaand uit vet en beetje eiwit) > aan lymfe afgegeven en zorgen dat het in
het bloed komt.
Micellen = ontstaan tijdens vertering dunne darm, gevormd door galzuren die vetdruppels
emulgeren. Binnenkant is vetoplosbaar en buitenkant wateroplosbaar.
Verschillende functies van vetten in het lichaam
- Brandstof/energie reserve
- Regulatie – omdat ons lichaam hormonen en bv. galzuren kan maken uit cholesterol
- Structuur
Vetcellen: bestaan voor grootste deel uit een vetdruppel, hierdoor wordt de nucleus aan de
zijkant gedrukt. Vetcellen slaan triglyceriden op en hebben dus als functie dat ze vetten
opslaan en niet dat ze ze gebruiken.
Vetweefsel (15 tot 30% van het lichaam, hormoon-actief orgaan): als je meer vet opslaat dan
vetcellen aanwezig zijn neemt de omvang eerste instantie toe maar dit kan niet onbeperkt
dus daarna ook het aantal. Als je gewicht verliest dan is er wel een afname in de omvang
maar niet in het aantal, daardoor is het ook zo moeilijk om een gezond gewicht te behouden
na het afvallen omdat je dus meer vetcellen hebt dan gemiddeld.
Visceraal = in buikholte, te veel > gezondheidsrisico’s (appelvorm vooral bij mannen 15/20%)
Subcutaan = onderhuidsvet (peervorm, vrouwen 20/30%)
Inter- en intramusculair = tussen en in de spieren
Witte vetcellen: opslag van energie (niet veel mitochondriën)
Bruine vetcellen: gebruiken energie (veel mitochondriën) – vooral bij baby’s om te zorgen
dat ze warm blijven (hypothermie, onderkoeling) maar ook bij volwassen klein beetje tussen
de schouderbladen en langs ruggenwervel, bij gezond gewicht meer bruin vetweefsel.
Functie en regulatie van hormonen die betrokken zijn bij honger en verzadigd
Hongerhormoon Ghreline:
- Geproduceerd in de maag
- Levels in bloed zijn hoog voor iemand gaat eten en de daling is na de maaltijd
Verzadigingshormoon Leptine:
- Geproduceerd in de vetcellen/vetweefsel
- Bij meer opslag van vet in vetcellen wordt Leptine geproduceerd zodat de hersenen
weten oke er is genoeg energie en hierdoor verzadigd gevoel.
- Onderdrukt werking insuline waardoor gebruik uit vet gestimuleerd wordt
- Stijging Leptine levels onderdrukt de eetlust.