VAKFICHE BIOLOGIE EXAMENCOMMISSIE
SECUNDAIR ONDERWIJS 2026-27
Studierichting
Tweede graad, doorstroom.
Geldig voor de richting Natuurwetenschappen.
Waarom leer je dit vak?
Wetenschap is overal. Om bewuste keuzes te kunnen maken en
informatie kritisch te kunnen bekijken, heb je inzicht in de
wetenschappen nodig. Met biologie word je bijna dagelijks
geconfronteerd. Denk maar aan antibioticagebruik, biodiversiteit
en het ecosysteem waarin we leven. Het inzicht dat je verwerft, zal
je op weg helpen om bij te dragen aan een duurzame
maatschappij.
Heel wat uitdagingen in onze maatschappij kunnen we aanpakken
door wetenschappen, wiskunde en technologie geïntegreerd in te
zetten. Op het examen krijg je een onderzoek waarbij je kennis en
vaardigheden uit deze STEM-disciplines moet inzetten om een
oplossing te vinden voor een maatschappelijke uitdaging. Problemen
die aan bod kunnen komen hebben bijvoorbeeld te maken met het
broeikaseffect, waterzuivering, …
Wat moet je vooraf weten?
Bij een aantal onderdelen staat aangegeven dat je informatie zult
1
,2
krijgen. Dat kunnen een context, een modelvoorstelling, een
afbeelding, een filmpje, een grafiek, een tabel, resultaten van een
experiment, … zijn. Schenk er extra aandacht aan bij je studie: bekijk
contexten, modelvoorstellingen, afbeeldingen, … in handboeken,
maar zoek ook extra voorbeelden online op.
Bij sommige onderdelen staat een voorbeeld als verduidelijking. Je
bent onvoldoende voorbereid als je enkel dit voorbeeld bekijkt. In
handboeken worden meerdere van dergelijke voorbeelden
meegegeven. Ook op internet vind je bruikbare informatie. Schenk er
tijdens het studeren voldoende aandacht aan.
2
,3
Wat moet je leren?
De kolom ‘Ondersteunende kennis’ is een opsomming van alle
kennis die je tijdens je voorbereiding moet gebruiken bij het thema.
Soms gaat het om begrippen die je vroeger al gebruikt hebt in de
eerste graad en die je opnieuw zal nodig hebben. Soms gaat het om
nieuwe begrippen of concepten. Het gaat in ieder geval om kennis
die je in je hoofd moet hebben en concepten die je moet begrijpen.
Je moet de ondersteunende kennis gebruiken in de opdrachten die
je krijgt op het examen en zo bewijzen dat je de competenties echt
verworven hebt.
STEM: Wetenschappelijke, wiskundige en onderzoeksvaardigheden
Wetenschappelijke en wiskundige vaardigheden
De wetenschappelijke en wiskundige vaardigheden pas je toe bij alle
onderdelen van de vakfiche.
VEILIG EN DUURZAAM WERKEN
Tijdens een onderzoek en een experiment moet je steeds op een
veilige en duurzame manier werken. Daarom is het belangrijk dat je
informatie op bepaalde producten, handleidingen bij toestellen,
het verwerken van afval, … interpreteert en weet hoe je ermee
moet omgaan.
Je werkt op een veilige en duurzame manier met materialen,
chemische stoffen en technische en biologische systemen.
Ondersteunende kennis Wat moet je kunnen?
3
, 4
materiaal of een technisch systeem Je interpreteert algemene
zoals: regels bij het uitvoeren van
- handwerkgereedschap een experiment en past ze toe
- glaswerk in gegeven voorbeelden van
- meetinstrumenten: balans,
goede en slechte praktijk
chronometer, zoals:
thermometer, pH-meter
… - Het belang van ordelijk
- bunsenbrander
werken
- Na een proef alles
- microscoop
schoonmaken
- Niet met natte handen
elektrische toestellen
bedienen
- ….
Je licht toe hoe je op een
correcte, veilige en duurzame
manier materiaal of een
technisch systeem gebruikt.
- de capaciteit van een
balans.
- gemorste producten
onmiddellijk
opkuisen.
- ...
Je gaat op een hygiënische
manier om met biologisch
materiaal. Op het examen
onderscheid je goede van
4