Pathologie HC 1 – Spijsvertering
Het spijsverteringssysteem
- Behoort tot milieu exterieur, hierdoor kunnen bacteriën erbij
- Mond, tanden en oesophagus → slikken, ruiken (vetoplosbare stoffen) en smaak (wateroplosbare
stoffen), voeding binnen 9 sec in de maag door oesophagus
- Maag → vooral eiwitvertering
- Darmen → dit zijn de grootste lymfeklieren, kijken wat wel en niet gevaarlijk is
• Duodenum (dunne darm) is 25 cm
• Jejunum (dunne darm) is 2.5 m, hier gebeurt grootste deel vertering en absorptie
• Ileum (dunne darm) is 3.5 m
• Dikke darm (colon)
- Pancreas → grootste verteringsorgaan
- Lever → belangrijk vet opname en aanmaak van gal
Functie spijsvertering (wc 1 path)
- Motiliteit (bewegen), dit zorgt voor:
• In contact brengen chymus met enzymen
• In contact brengen chymus met darmwand
• Voortstuwen chymus richting dikke darm
- Secretie enzymen met andere sappen
- Vertering → geen vertering in dikke darm!!
- Absorptie verteringsproducten
Functie van speeksel
1. Voorkomt uitdroging van de mond
2. Vergemakkelijkt het wegslikken van (droog)voedsel
3. Lost smaakstoffen op
4. Bevat antibacteriële stoffen
5. Bevat alfa-amylase
6. Houdt de slokdarm schoon
- 5 grote speekselklieren die speeksel maken
- Meer speeksel aanmaak bij zuur eten, droge voeding, zien en ruiken van eten, bij vlees meer dan
andere voeding.
- pH afhankelijk van eten, KH meer richting 5,5 en vlees meer richting 7,5
- Geen absorptie in mond, wel in neus
Hoeveel vocht produceert men per dag/per orgaan in MDL? & Wat is de pH van de sappen?
,Hoe ziet de vertering/opname van KH, vetten, eiwitten en andere stoffen per orgaan eruit?
Mondholte
KH → amylase in mond verteerd → 20% zetmeel
Vetten → smelten (GEEN vertering!) → Linguale lipase is alleen bij kinderen
Eiwitten → worden grof kapot gemaakt
Maag
- Motorische functie:
• Opslag (bovenste deel fundus en 1/3 corpus)
• Mengen (onderste deel 2/3 corpus, antrum en pylorus) tot dat voedselbrokjes zijn verkleind
tot een afmeting van < 1 mm.
• Transport (door pylorus naar duodenum)
- Secretoire functie: er worden maagsappen en slijm gemaakt
• Enzymen: pepsinogeen die onder invloed van HCl wordt omgezet in pepsine = vertering eiwit
• Acid (HCl) zoutzuur = pH 1-3,5 = denaturatie eiwitten
→ HCl heeft dus 3 functies: pepsinogeen → pepsine, denaturatie en desinfectie
• Desinfectie: niet-immunologische afweer, doden van micro-organismen → is dus in de mond
en maag
• Intrinsic factor wordt in de maag gemaakt
• Water en elektrolyten
KH → geen vertering, amylase wordt afgebroken
Vetten → mechanische emulgatie (warmte + vet + HCl = kleine druppels)
Eiwitten → 2 dingen: denaturatie (= openmaken van eiwitten) & pepsinogeen wordt onder invloed
van maagzuur omgezet in pepsine (endopeptidase, dus maakt eiwit van binnen kapot). Eiwitvertering
is grootst in de maag!
Wat gebeurt er:
- Intrinsic factor gemaakt, belangrijk voor B12 opname in terminale ileum.
- Verbindingen met Fe2+ ferro- of Fe(II), Fe3+ met ferri- of Fe(III) → maag is nodig om Fe2 om te
zetten naar Fe3 (ijzer) zodat kan worden opgenomen
Absorptie: Alcohol en sommige medicijnen
Twaalfvingerige darm/duodenum
,Motorische functie: het eten kneden en stuwing (vooruit duwen)
Secretoire functie: veel sappen, ook komen er sappen bij van pancreas en lever
pH: komt door bicarbonaten van pancreas, die zorgen voor neutralisatie zure maagsap
KH → amylase uit pancreas verteerd → 80% van zetmeel tot disacchariden
Vetten → lipase uit pancreas & gal uit lever, gal zorgt voor chemische emulgeren en vorming van
micellen → vertering tot glycerol, monoglyceriden, diglyceriden, cholesterol (niet verteerd maar
opgenomen), korte keten vetzuren, lange keten vetzuren
Eiwitten → pancreas maakt trypsinogeen → wordt omgezet in trypsine onder invloed van
enteropepitdase (enterokinase), deze wordt geproduceerd door de cellen van duodenum → zorgt
dat eiwitten verteerd worden tot vrije aminozuren, dipeptiden en tripeptiden
Wat gebeurt er:
- Na+ tegen de concentratie in samen met glucose en water
- Junctions zijn lang, dit zijn verbindingen
Absorptie:
- Vocht en Na+
- Calcium, ijzer en magnesium
- Vetoplosbare vitamine
HC 3 en samenvatting: Opname ook nog van: kalium, fosfaat, zink
Nuchtere darm/jejunum
Voornamelijk absorptie in jejunum. Om de 2-3 dagen nieuwe darmcellen.
KH →op de top van de dunne darm lactase (splitst lactose), maltase (splitst maltose) en sucrase
(splitst sucrose) → uiteindelijk totale vertering tot glucose, fructose en galactose → opname glucose,
fructose en galactose.
, Vetten → vertering tot glycerol, cholesterol, kkvz en lkvz → opname glycerol, cholesterol, kkvz en
lkvz
Eiwitten → op de top van de darm verteerd tot aminozuren, dipeptiden en tripeptiden → opname
van aminozuren
Wat gebeurt er:
- Na+ tegen de concentratie in samen met glucose en water
- Junctions zijn lang, dit zijn verbindingen, hierdoor veel opname
Absorptie:
• Jejunum Proximaal 100-200 cm
- Vocht en Na+
- KH, vetten en eiwitten
- Vetoplosbare en wateroplosbare vitamine B en C (geen B12)
• Jejunum
- Vocht en Na+
- KH, vetten en eiwitten
- Wateroplosbare vitamine B en C (geen B12)
HC 3 en samenvatting: Opname ook nog van: kalium
Kronkeldarm/ileum
Geen vertering in ileum. Geen ileum meer dan is het voor de vertering niet zo erg.
Wat gebeurt er:
- GI hormonen
- Junctions zijn korter waardoor minder opname van water en mineralen
Absorptie:
- Vocht (totaal dunne darm 7.7 l/dag) en Na+ → grootste deel vocht wordt in ileum opgenomen
- Eiwitten
- Wateroplosbare vitamine
HC 3 en samenvatting: Opname: verdere opname vitamine en mineralen indien nog niet openomen
Terminale ileum