Basislessen bewegingsonderwijs
1. Voor de gebruiker
1.1 Hoe werkt deze methode?
Vijf zalen en plattegronden
• Reguliere zaal met vast klimraam (10,5 x 8 m)
• Reguliere zaal met klimtoren (10 x 9 m)
• Kleine smalle zaal (12 x 5,5 m)
• Kleine zaal (11 x 6 m)
• Vierkante zaal (9,5 x 9,5 m)
Materiaalgebruik
Alle zalen hebben vijf matten ter beschikking. Bij zes tot acht matten en een dikkere mat zijn alle
opstellingen probleemloos en rijk neer te zetten. Met minder dan vier matten wordt de situatie
gevaarlijker en minder uitdagend. Er kunnen ook rubber tegels of matjes gebruikt worden voor
diverse situaties.
Groepering, veel kinderen en veiligheid
Voor elke les zijn er overwegingen met betrekking tot:
• Groeperingsvorm
• Veel kinderen in een kleine ruimte
• Veiligheid
Beschrijving van de activiteiten
• Materialen: worden beschreven per hoek
• Uitleggen: vertellen wat er gaat gebeuren in de les
• Regels: worden toegelicht tijdens het uitleggen
• Minder vaardig kind: succesbeleving is een krachtig middel om ontwikkeling te stimuleren,
daarom is er voor het minder vaardige kind een extra lesdoel
• Vaardig kind: deze kinderen dienen extra uitgedaagd te worden
• Veiligheid: er wordt aangegeven hoe de veiligheid gewaarborgd kan worden, daarnaast is de
leerkracht zelf alert op de veiligheid
1.2 Voor studenten
Zorg dat je een rijke leeromgeving creëert. Binnen een rijke leeromgeving is de kans groter dat alle
kinderen op hun eigen niveau kunnen bewegen en wordt de kans op ongewenst gedrag kleiner.
Voorbereiden van de inhoud van de les
• Stem met de groepsleerkracht af welke les gegeven gaat worden
• Bepaal de beginsituatie
• Welke zaal heb je ter beschikking?
• Is al het materiaal beschikbaar?
• Welke groep ga je lesgeven?
• Hoe groot is die groep?
• In hoeveel hoeken ga je werken?
• Met welke kinderen moet je rekening houden?
• Welke maatregelen neem je om de veiligheid te waarborgen?
• Neem ruim de tijd om de zaal in te richten
1.3 Praktische uitgangspunten van de methode
De vaste structuur van werken in hoeken bestaat uit de volgende activiteiten:
• Bobbelbaan (balanceren, springen, hardlopen en rollen)
• Klimmen
• Stoei-, tik- of doelspel
• Jongleren, mikken of balanceren
,Organisatievormen
Er zijn drie soorten organisatievormen te onderscheiden:
• Vrij of individueel werken
• Werken in groepen
• Klassikaal werken
Daarnaast kun je ook organisatievormen combineren:
• Één groep met leerkracht, de andere groepen spelen vrij
• Starten of eindigen met vrij werken
• Starten of eindigen met een klassikale activiteit
Verdeling van de kinderen over de groepen
Aan sommige bewegingssituaties kunnen meer kinderen deelnemen. Dit kan bijvoorbeeld in twee
kleinere groepen, of een grote groep. Op deze manier kun je een klas verdelen over verschillende
hoeken. Daarnaast dien je ook rekening te houden met de samenstelling van zo’n groep. Dit is
een krachtig middel om de lessent te laten aansluiten bij de wensen en mogelijkheden van alle
kinderen. Maak bijvoorbeeld de groep met minder vaardige kinderen zo klein mogelijk, zij hebben
dan rust en ruimte voor de activiteit.
Oppervlakte: het aantal kinderen per m2
Een speellokaal heeft een minimum oppervlakte van 90 m2. Buiten moeten kinderen minimaal 3
m2 per persoon hebben op het plein. Binnen is dit een minimum van 4 m2 per persoon.
Richtlijn in reguliere speelzaal ( 84 tot 100 m2)
• 8 - 14 kinderen: 2 groepen
• 15 - 21 kinderen: 3 groepen
• 12 - 28 kinderen: 4 groepen
• > 28 kinderen: 5 groepen
In kleine speelzaal (60 tot 80 m2)
• 2 - 12 kinderen: 2 groepen
• 13 - 18 kinderen: 3 groepen
• 19 - 24 kinderen: 4 groepen
• > 24 kinderen: 5 groepen
Indien er teveel kinderen in de ruimte zijn:
• Bewegen er enkele kinderen niet
• Is de kans op ongelukken groter
• Is de kans op con icten groter
• Wordt de les zwaarder voor de leerkracht
• Wordt de les minder zinvol voor kinderen
• Worden de kwetsbare kinderen kwetsbaarder
Wanneer er teveel kinderen in de zaal zijn kun je dat als volgt oplossen:
• Een deel van de groep (buiten) bij een collega onderbrengen
• Een deel van de groep (de oudste kleuters) mee laten gymmen met groep 3
• Een vakleerkracht inzetten en de groep splitsen over twee zalen
Gebruik van de ruimte
• Een klimsituatie in de hoek of aan de rand
• Bobbelbanen van muur tot muur met slimme keerpunten
• Een miksituatie richting de muur
• Bij doelspellen een boarding gebruiken
Groeperingsvorm
Kinderen die motorisch minder vaardig zijn kunnen in de problemen komen. Zij kunnen na verloop
van tijd het volgende gedrag vertonen:
• Niet meer spelen, zich terugtrekken
• Vals spelen of een agressieve reactie
• Zeuren en / of vragen stellen en verhalen vertellen
• Grappig zijn, de clown spelen
fl
, Dit zijn vormen van compensatiegedrag. De kinderen redden zich op deze manier uit een moeilijke
sociaal-emotionele situatie.
1.4 Bobbelbaan
Bobbelbanen zijn erg populair, waarom?
• Zeer gevarieerd
• Enorm intensief
• Leuk!
• Leerzaam
Kenmerken van een goede bobbelbaan zijn:
• Benut de volle lengte of breedte van een speelzaal, maar wel dat er ruimte blijft voor andere
activiteiten
• Heeft slimme keerpunten, zoals een trampoline, lage kasten of pylonen
• Als de kinderen rekening met elkaar houden hoeft er ook niet om de beurt gegaan te worden
• Vaardigheden die aan bod kunnen komen in een bobbelbaan: kruipen, lopen, rennen,
steunspringen, diepspringen, springen (op en over), klimmen en over de kop gaan
Om voor een veilige bobbelbaan te zorgen moet je op een aantal factoren letten:
• Test de baan altijd van tevoren
• Gebruik geen hoepels om in te springen of naar toe te rennen
• Let op muren met eventueel ruwe of uitstekende delen
• Geen wedstrijdjes
• Niet opjutten of jagen
• Bij vermoeidheid even rusten of rustig aan
• Geen bewegingen proberen die je te eng vind
1.5 Begin van de les
Een e ciënte tijdsverdeling van een les van 45 minuten ziet er als volgt uit:
• Uitleggen van de les (2 - 5 minuten) en kinderen verdelen over de groepen (30 - 60 seconden)
• 1e ronde (8 minuten) en wisselen (30 - 90 seconden)
• 2e ronde (8 minuten) en wisselen (30 seconden)
• 3e ronde (8 minuten) en wisselen (15 seconden)
• 4e ronde (8 minuten)
• Even nazitten / napraten (1 - 2 minuten) en naar de klas terug
2. ‘Gedoe’ of mogelijkheden?
Accomodatie
Probleem Oplossing en opmerking
Te kleine zaal Dit ligt aan het aantal kinderen, de leeftijd en vaardigheid.
Je kan gescheiden gaan gymmen
Gladde vloer Een gladde vloer is gevaarlijk. Gebruik middelen om de
vloer minder glad te maken
Te kleine en/of onoverzichtelijke berging Denk aan ophangmogelijkheden en hoge kasten
Belastende aoestiek In veel speelzalen in het geluidsniveau te hoog. Koop
wand- en plafondpanelen om dit te dempen
Uitstekende delen Scherm verwarmingen af, deuren gaan naar buiten open
en lichtknoppen moeten vlak zijn
Ruwe wanden De muren moeten vlak afgewerkt zijn
Vieze zaal Maak afspraken over wanneer schoongemaakt wordt
ffi