Godsdienst
Hoofdstuk 1 De Bijbel: Gods betrouwbaar getuigenis
Bijbel als Woord van God - bron en norm is voor ons geloven, denken en
handelen.
De Bijbel is allereerst de stem van de levende God.
In Oude Testament - Bijbelverhalen doorverteld van vader op zoon.
Profeten waren de stem van God in de concrete situatie van het volksleven
in Israël.
Christus is het vleesgeworden Woord, de Bijbel is het schrift geworden
Woord
De Heilige Geest heeft de bijbelschrijvers geïnspireerd om Gods Woord aan
de mensen bekend te maken.
Bijbel – zeggingskracht voor alle tijden, op schrift gesteld door Gods
bijzondere zorg
Canon – door mensen samengesteld, o.l.v. de Heilige Geest
Vaststelling canon – synode van Jamnia (rond 100 na Chr.)
Canonvorming NT eerste eeuwen jaartelling – eerste volledige opsomming:
Paasbrief van Athanasius
Apocriefe boeken – erkent, maar niet zelfde gezag als canonieke, geen
regel voor geloof
Eigenschappen van de Bijbel
Onovertroffen gezag (auctorias) – God spreekt tot mensen
Noodzakelijk (necessitas) – zonder de Bijbel kunnen wij God niet leren
kennen
Duidelijk (claritas) – onbegrip is oorzaak van onszelf, de Bijbel is te
begrijpen met eenvoudige middelen
Volmaakt (perfectio) – geen extra informatie nodig om Bijbel te begrijpen
Hermeneutiek
Bijbelteksten voorkant (letterlijke betekenis) en achterkant (geestelijke
betekenis)
Hermeneutisch kader – wat hebben de Bijbelschrijvers bedoeld?
Hermeneutiek – het uitleggen en verklaren van teksten
Regels: Bijbeltekst is gids naar betekenis tekst (1, de bedoeling van de
oorspronkelijke auteur) de gevonden betekenis moet je toetsen aan de
Bijbel (2)
Figuurlijke uitleg – allegorie (verborgen geestelijke betekenis, geestelijk
boven letterlijke betekenis) en typologie (terugkerend patroon van
gebeurtenissen, rode draad)
Fasen Bijbeluitleg – regel 1
Verklaren – aandacht aan tekstkenmerken, wat er stáát. Letterlijke,
historische betekenis is startpunt
Interpreteren – wat betekend het, welke boodschap zit erin?
Toepassen – verbinding naar leefwereld van nu
Bijbeluitleg – regel 2
, Schrift met Schrift vergelijken – cirkels (tekst, perikoop, hoofdstuk, boek en
Bijbel.
Stem van de kerk – tweede uitlegstem met derde hermeneutische regel
De gezaghebbende uitleg van kerk komt concreet terug in de belijdenis
van de kerk, die aansluit op de Bijbel.
Stem van de lezer
Eenzijdige Bijbeluitleg – vermijden door leeshouding van gebed (om
opening van het Woord en verlichting van de Heilige Geest) en geloof (in
Christus)
De Heilige Geest en de Bijbel
De enige Auteur van de Schrift is God Zelf, en daarom heeft de Bijbel
goddelijk gezag – niet afhankelijk van de kerk (Rooms)
De Heilige Geest moet Zich verbinden aan de tekst die bestudeerd wordt –
kracht en betekenis worden dan pas ervaren – gebed onmisbaar bij
Bijbellezen
De Heilige Geest getuigd door de Bijbel van Christus – rode draad
(schepping – tot wederkomst van Christus)
Vertellen uit de Bijbel is een hele belangrijke opdracht: het Woord van God
klinkt door jou tot de kinderen.
Hoofdstuk 6 Bijbelse personen en thema’s – Oude Testament
6.1 Adam: de eerste mens
Adam en Eva zijn onze voorouders – hebben alles met ons te maken
Stamvader van de hele mensheid
Op de zesde dag geschapen naar Gods beeld (kennis, gerechtigheid en
heiligheid)
Geschapen in relaties – moet zich vermenigvuldigen
Adam moet de hof van Eden bewerken, geeft de dieren namen
Krijgt een vrouw uit zijn rib – Maninne (Eva – moeder aller levenden)
Adam en Eva zondigen – de zonde komt in de schepping – hele mensdom
zondaar
Romeinen 5 – Adam heeft de zonde in de wereld gebracht, Christus verlost
van de zonde
Beeld Gods is weg – alleen Christus kan het beeld Gods herstellen
Kernwoorden
Schepping – God openbaart Zich als De Schepper. Scheppingsdagen: (1)
scheiding tussen licht en duisternis (2) uitspansel (3) aarde en zeeën (4)
zon, maan en sterren (5) dieren in de zee en in de lucht (6) grote
landdieren en de mens (7) rustdag.
Het was ‘zeer goed’, de schepping (a) voldoet aan Gods bedoeling, (b)
is zonder zonde (c) en het materiële is niet minderwaardig.
Mens heeft denk- en spreekvermogen, dieren niet
Schepping in de Bijbel: psalmen, Job, profeten, Johannes 1, Paulus
NT schepping wijst op herschepping
, Zonde
OT: chattat, doel missen: het feit dat iemand zondigt en gevolg. (2)
awon, ongerechtigheid: willens en wetens afbuigen van de goede weg,
zondige wil. (3) sjagah, per ongeluk vergissen, onopzettelijke zonden.
(4) pesjah, in opstand komen tegen God.
NT - twee grondwoorden: (1) hamartia, algemene woord voor zonde. (2)
anomia, duidt op het feit dat zonde overtreding betekend van de wet
van God.
In de schepping gekomen door: verleiding satan, moedwillige
ongehoorzaamheid
Schepselen zijn geestelijk dood – losgemaakt van God
Proefgebod was geen uitlokken van zonde, het nemen was ook geen
vergissing; dan was de zonde een noodlot
God roept de mens ter verantwoording – zonde leidt tot straf: in het
zweet des aanschijns werken, met smart kinderen baren
Belijdenisgeschriften
De Heidelbergse catechismus – schepping, zonde
De Nederlandse Geloofsbelijdenis – schepping, voorzienigheid, taak van de
mens, doodheid van de mens
De Dordtse Leerregels – doodheid van de mens, rechtvaardigheid van God,
uitverkiezing
6.2 Abraham: vader van de gelovigen
Nakomeling van Sem
Woont in Ur der Chaldeeën – later Babylonië
Was heidens – nomadenfamilie (vader: Thera, broers: Nahor en Haran.
Zoon Haran: Lot)
Trouwt met Sara, zijn halfzus
Naamsverandering – Abram (verheven vader), Abraham (vader van vele
volken)
Stamvader Israël (Izak) en stamvader moslims (Ismaël)
75 jaar – als God hem roept – direct aanspreken, openbaart Zich door
dromen en verschijningen
Abram – verhuizen naar een land dat Hij zal wijzen – afzonderen – belofte
vervullen
Belofte is ook een land – wordt bezegeld met verbondssluiting
Kernwoorden
Verkiezing – God neemt redenen uit Zichzelf. Vanuit Zijn welbehagen. Uit
genade alleen.
Roeping – de Heere roept de gelovigen door de profeten en apostelen –
Zijn Woord (soms ook alledaagse gebeurtenissen)
Heilsorde (hoe een zondaar Christus leert kennen en met Hem wandelen):
verkiezing, roeping, wedergeboorte, rechtvaardigmaking, heiligmaking en
verheerlijking.
Verbond – om Zijn volk aan Zich te verbinden
Rechten – het eeuwige leven
Plichten – gehoorzaamheid aan de wet
In OT al trekken van de komende Messias
, Belijdenisgeschriften
De Nederlandse Geloofsbelijdenis – verbinding Abraham en menswording
Christus
Dordtse Leerregels – roeping: door evangelieverkondiging. Aan
wedergeboorte verbonden – kracht van de Heilige Geest. Genadeverbond,
uitverkiezing.
De Heidelbergse catechismus – verkiezing, verborgen besluit van God
De Engelse belijdenisgeschriften – roeping werk van Gods Geest.
Werkverbond verbroken, nieuw verbond nodig
6.3 Mozes: de man Gods
Komt in OT en NT voor, kernpersoon
Mozes: uit het water getogen
Groeit op aan hof van Farao
40 jaar – vlucht naar Midian – trouwt met Zippora – Gersom en Eliëzer
80 jaar – geroepen door de HEERE bij de brandende braambos – hij moest
het volk Israël uit Egypte leiden naar het beloofde land
Verbondsvernieuwing, sterft op de berg Nebo
Met Thora verbonden – verbond met aartsvaders, wetgeving (Tien
Geboden)
Genesis (wording): ontstaansgeschiedenis. Exodus (uittocht): bevrijding
uit Egypte en verbond. Leviticus (boek van de levieten): over rituelen
en liturgie. Numeri (getallen): verhalen uit de woestijntijd.
Deuteronomium (de tweede wet): herhaling van de wet.
Kernwoorden
Wet – Thora: leidt je op de juiste weg.
Tien Geboden – verbonden aan verbond
Ceremoniële wetten – voorzegging naar komst Christus, Christus heeft
ze vervuld
Burgerlijke wetten – gelden voor het volk Israël
Drie principes voor de relatie tussen God en Zijn volk. (1) de wet is van
blijvende betekenis, laten de wil van God zien, die de Zaligmaker van
Zijn kinderen is. (2) Christus heeft de wet volkomen gehouden en
hiermee zondaren van de vloek van de wet verlost. (3) De wet laat zien
óf en hoe je deel uitmaakt van Zijn Koninkrijk.
Zegen en vloek – verbondswoorden: gehoorzaamheid en
ongehoorzaamheid
Leiderschap – geestelijk (spreekt met God), middelaar tussen volk Israël en
God, zelfverloochening (ondergeschikt aan zijn Zender) en organisator en
veldheer, praktisch
Belijdenisgeschriften
De Nederlandse Geloofsbelijdenis – ceremoniële wetten vervallen met
Christus’ komst
De Heidelbergse catechismus – wet – ellendekennis, regel van
dankbaarheid
De Dordtse Leerregels – wet overtuigt van zonde, evangelie schenkt
zaligmakende genade