marketing- Bronis Verhage
Hoofdstuk 1: wat is marketing?
Marketing omvat alle activiteiten die koper en verkoper samenbrengen.
In grote lijnen maken bedrijven producten en brengen ze op de markt.
Marketingmix: uitgekiend product, de juiste distributiekanalen, juiste prijs en effectieve
promotiecampagnes.
4 p’s:
Prijs: spreekt voor zich. Niet alleen wordt er gekeken naar de inkoopprijs en verkoopprijs maar ook
die van concurrenten en veranderingen in prijs.
Product: goederen, diensten en/of ideeën die aan de wensen en behoeften van de klant voldoen.
(Kwaliteit, garantie, verpakking, merkimago, assortiment en service).
Plaats: (distributie) waar wordt het product aangeboden en hoeveel?
Promotie: het communiceren van bedrijf naar de markt en de gevolgen daarvan, aangaande de
bevordering van de verkoop.
De 4 C’s: dit zijn eigenlijk de 4 P’s bekeken vanuit consumentenperspectief en past bij een
klantgerichte organisatie die zichzelf door de ogen van de klant bekijkt.
,Customer solution: Hier wordt de vraag gesteld welk probleem wordt opgelost voor de klant. Hierin
ligt de focus minder op de USP’s van het product en wordt de nadruk gelegd op de voordelen voor de
klant.
Cost to customer: Naast de prijs die de producent vraagt worden hier ook andere kosten
meegerekend. Denk bijvoorbeeld aan kosten die de klant moet maken om bij de winkel te komen of
onderhoudskosten voor het product.
Communication: wederzijds communicatie tussen organisatie en klant, er wordt geluisterd naar de
klant
Convenience: Een aantal jaar geleden was het normaal om een aantal dagen te wachten op een
product die je online had besteld. Nu val je als bedrijf buiten de boot als je niet binnen 2 dagen
levert. Gemak van de klant staat dus voorop. Een bedrijf moet ervoor zorgen dat de klant het bedrijf
altijd kan bereiken en dat snel wordt geleverd
Doelgroep: de groep consumenten waarop een bedrijf zich richt, tevens komen deze terug en voelen
zich betrokken bij het bedrijf.
Ruilproces: de partijen komen overeen om iets van waarde uit te wisselen, en zo op elkaars
behoeften en in te spelen.
Algemene economie: wetenschap naar de menselijke behoeftebevrediging.
Bedrijfseconomie: bestudeert het economisch handelen van de mens in een organisatie.
Commerciële economie: bestudeert de houding en het gedrag van de consumenten om vervolgens
hun producten daar op af te kunnen stellen.
Batrering: ruil van goederen tegen goederen. (Ruil in natura).
,Micro-omgeving: krachten in de organisatie die van invloed zijn op het vermogen om succesvolle
relaties met klanten op te bouwen.
Meso-omgeving: directe omgeving van het bedrijf.
Macro-omgeving: bredere maatschappelijke krachten die de markt beïnvloeden
Bedrijfskolom: de reeks organisaties van oerproduct tot consument.
Elk van deze processen heet een bedrijfstak.
Branche: Het is een naam voor alle bedrijven die werken in een bepaalde categorie diensten en
producten, zoals de horeca.
Marketingmanagement: kijkt door de bril van de consument, doet onderzoeken en brengt de wensen
en behoefte van de potentiële kopers in kaart.
, Bewust spreken we hier van marketing en niet van de verkoop van een product. Het verschil is dat de
marketing van een product het totaalplan omdat, waarvan de verkoop slechts één onderdeel is.
MVO: maatschappelijk verantwoord ondernemen: dit houdt in dat zij letten op het effect van de
activiteiten van hun bedrijf op mens en milieu.
Relatiemarketing: bedrijven zetten een extra stap zo goed mogelijk relatie te onderhouden met hun
klanten om deze als klant te houden. Ook leveranciers en distribuanten.
Marketingconcept: denkwijze waarbij de behoefte van de klant bij iedere beslissing centraal staat.