CULTUUR EN LANDSCHAP IN DE
NIEUWE TIJD
MATERIAALKENNIS / PERIODEKENNIS /
CULTUURLANDSCHAPPEN
SARAH HEIJSTEK
DAR2V.H
476793
,INHOUDSOPGAVE
Subperiodes volgens het ABR ............................................................................................................. 3
Materiaalkennis in de periode 1500 – 1725 ......................................................................................... 4
Renaissance: 1500 - 1600 ................................................................................................................... 4
Veranderingen in stijl en smaak ....................................................................................................... 4
Maatschappelijke ontwikkelingen ..................................................................................................... 5
Barok: 1600 – 1725 .............................................................................................................................. 5
Veranderingen in stijl en smaak ....................................................................................................... 6
Maatschappelijke ontwikkelingen ..................................................................................................... 6
Materiaalkennis in de periode 1725 – 1850 ......................................................................................... 8
Veranderingen in stijl en smaak: .................................................................................................... 12
Maatschappelijke veranderingen: .................................................................................................. 13
Materiaalkennis in de VROEGMODERNE TIJD (1725-1900) ............................................................ 15
Industriele periode (1725 – 1850) .................................................................................................. 16
Materiaalkennis in de periode 1850 – nu ........................................................................................... 18
Belangrijkste thema’s woonhuizen 1900 ........................................................................................ 29
Periodekennis in de periode 1500-1725 ............................................................................................ 31
Ontwikkelingen ................................................................................................................................... 31
Sites en locaties ................................................................................................................................. 34
1725 – 1850 ........................................................................................................................................... 37
Ontwikkelingen ................................................................................................................................... 37
Sites en locaties ................................................................................................................................. 44
Gouden eeuwen ................................................................................................................................... 54
Stadskernarcheologie ........................................................................................................................ 59
2. beerput ....................................................................................................................................... 62
Cultuurlandschappen op het zand na 1600 ...................................................................................... 71
1. Ontbinding van de Marken ......................................................................................................... 71
2. Van schapenteelt naar melkveehouderij Kenmerken: Minder schapen, dus minder schapenmest.
........................................................................................................................................................... 74
3. Neven effecten → Afname schapen minder wol minder spinnende vrouwen ‘s winters. DUs
minder werk voor vrouwen die dit doen. ............................................................................................ 75
3. Van bosdomein naar natuurgebied ................................................................................................ 76
Bijzondere De Hoge Veluwe? 1. Geologie - geomorfologie........................................................... 78
Bijzondere De Hoge Veluwe? 2. Natte-droge landschappen......................................................... 79
Bijzondere De Hoge Veluwe? 3.Flora & fauna .............................................................................. 80
5. Van binnenduingebied naar …… bloembollenteelt ....................................................................... 82
Pagina | 1
, 4. Van duingebied naar natuur- en recreatiegebied .......................................................................... 86
Cultuurlandschappen op het kleigebied ........................................................................................... 88
1. Algemeen ruimtelijk en tijdskader .................................................................................................. 88
2a. ZW-Nederland Nieuwland polders ............................................................................................... 88
2b. Noordelijke kleigebieden: inpolderingen ...................................................................................... 89
2c. Noordelijke kleigebieden: Terpafgraving ...................................................................................... 90
3. Voormalig Zuiderzeegebied ........................................................................................................... 91
4. Het rivierengebied .......................................................................................................................... 94
5. Droogmakerijen .............................................................................................................................. 97
3. Cultuurlandschappen op het veen .............................................................................................. 102
Pagina | 2
,ALGEMENE INFORMATIE NIEUWE
TIJD
SUBPERIODES VOLGENS HET ABR
Periodenaam Tijd
NTA (Nieuwe Tijd A) 1500 – 1650
NTB (Nieuwe Tijd B) 1650 – 1850
NTC (Nieuwe Tijd C) 1850 - 1945
Pagina | 3
,MATERIAALKENNIS
Materiaalkennis subperiodes binnen de Nieuwe Tijd:
Periodenaam Tijd
Renaissance 1500 - 1600
Barok 1600 - 1725
Industriële periode 1725 - nu
MATERIAALKENNIS IN DE PERIODE 1500 – 1725
RENAISSANCE: 1500 - 1600
Het motto: Carpe Diem: pluk de dag!
Klassieke oudheid wordt populair.
Omslag in kunst & ambachten: verheerlijking individu, realisme, navolging Klassieke oudheid.
Kort beschreven:
- Mooie & betekenisvolle versieringen op vondsten (m.u.v. protestantse vondsten)
- Opkomst appliques met artiestennaam op de vondsten.
- Metaal is duur, dus van voorwerpen komen goedkopere imitaties!
- Maatschappelijke ontwikkelingen (vork als prikker, eten met rechts, niet wiebelen op
stoel, tandenstoker etc).
- Toename in glas (voor rijken importglas).
- Rijkdom duidelijk zichtbaar.
- Ontstaan gescheiden ruimtes in een huis.
VERANDERINGEN IN STIJL EN SMAAK
Verschil tussen protestante vondsten en niet-protestantse vondsten:
- Protestants: Simpel en saai
- Niet-protestants: mooie dingen en betekenisvolle versieringen!
Kleuren & vormen ontwikkelen zich:
• Bij roodbakkend: bijv. dekselgeul/kraagrand, ribbels
• Bij witbakkend: opkomst groen/geel glazuur
• Bij steengoed: van geknepen standring naar standvoet/standvlak
Steengoed: opkomst appliques.
Kenmerk: kopiëren van decors uit populaire literatuur, de bijbel, oudheid en de naam van de
appliquessnijder (artiestennaam) komt op vondst.
Pagina | 4
, Er komen imitaties van metalen vormen. Voorbeeld: de bierpul (‘snelle’) wordt nagemaakt uit hout, tin
of Siegburgs steengoed. Dit is normaal gesproken van metaal, maar dit was een oplossing voor
armere mensen!
MAATSCHAPPELIJKE ONTWIKKELINGEN
- Gebruik vork als prikker
- Eten met rechterhand
- Niet wiebelen op stoel
- Tandenstoker
- Handen wassen, nagels knippen
- Etensresten niet op de vloer gooien, maar op rand bord.
Ontstaan wooncultuur met gescheiden ruimtes:
- afzonderlijk te verwarmen vertrekken.
- >15de eeuw: gang/portaal als centraal verbindingspunt naar kamers.
Vanaf 1500 stevige toename in gebruiksglas, tafelglas, vensterglas.
- Goedkoop groen woudglas wordt beschikbaar voor bijna iedereen.
- Meer vormen
Rijkeren:
- Import duur Venetiaans glas
- Kleurloos glas
- Metaal
BAROK: 1600 – 1725
Kort beschreven:
- Versiering uitbundig, nu vrijwel vlakdekkend (Horror Vacui)
- Opkomst maatschappelijke thema’s (familie vs familie etc)
- Identiteit op keramiek (Katholiek/protestants, Oranjegezinden/patriotten).
- Roken, Theevisites en koffie.
- Internationalisatie: opkomst VOC/WIC = nieuwe producten (Aziatisch porselein,
specerijen, koffie etc).
- Nederland heeft grote rol in Europese koffie- en theeindustrie
- Betere hygiëne (geglazuurde tegels/mineraalwater)
- Bottelen van wijn (wel op tafel karafferen)
- Bekers met ingesmolten glasdraden (Vetro a Filli & Vetro a Retorti).
- Steeds meer onderzoeksbronnen (prenten etc).
- Strakke scheiding keuken- en tafelgerei.
- Opkomst consumptiemaatschappij (?)
Pagina | 5