Individuele verslag Bo7
(Movisie, 2020)
1
, Persoonlijke reflectie op algemene werkzame factoren
Werkzame factor 1: Basisattitude en assumpties
Situatie: Op mijn stage begeleiden we een jongere met verschillende problemen. Hij
vertoont moeilijk gedrag en luistert in de meeste gevallen niet naar wat er tegen hem wordt
gezegd. Daarnaast heeft hij thuis problemen, wat zich ook uit in zijn gedrag binnen de groep.
Dit zorgt regelmatig voor een negatieve sfeer. Een tijdje terug heeft hij mijn stagebegeleider
fysiek aangevallen, wat het gevolg was van een opeenstapeling van gebeurtenissen. Dit was
de eerste keer dat hij iemand fysiek aanviel, normaal vertoont hij ook opzettelijk gedrag maar
dit was altijd alleen maar verbaal.
Taak: De taak van mijn stagebegeleider is het begeleiden van deze jongeren, zodat ze weer
“goed genoeg” zijn om terug naar het onderwijs te gaan.
Actie: In deze situatie heeft mijn begeleider rustig geprobeerd te handelen. Eerst heeft ze de
jongen uit de groep gehaald om de veiligheid van de andere jongeren op de groep te
bewaken. Vervolgens is ze alleen verdergegaan met de situatie om verdere escalatie te
voorkomen en de jongere de ruimte te geven om tot rust te komen. Dit heeft ze gedaan
vanuit de assumpties en beroepsattitude die ze hanteert. Ze gaat ervan uit dat jongeren
behoefte hebben aan structuur, gehoord willen worden en succesvol willen zijn. Daarnaast
ziet ze hen als mensen met wie samenwerken de moeite waard is en sluit ze aan bij hun
krachten en behoeften. Door respectvol met de jongere om te gaan en zich te richten op
kleine positieve veranderingen, heeft ze geprobeerd ze het contact te behouden en hem op
een constructieve manier te begeleiden. Deze beroepsattitude en assumpties sluiten heel
erg aan bij hoe het in Bolt (2021) staat beschreven.
Resultaat: Het effect op de jongere was dat hij in eerste instantie nog boos en gefrustreerd
bleef, maar doordat mijn begeleider rustig bleef en de situatie ook rustig benaderde zonder
vooroordeel, begon hij beetje bij beetje te kalmeren. Doordat hij uit de groep werd gehaald,
werd de druk verminderd. Dit gaf hem de ruimte om meer tot rust te komen. Daarnaast
voelde de jongere zich gehoord en serieus genomen, omdat mijn begeleider hem niet direct
afstrafte, maar in plaats daarvan op een respectvolle manier met hem in gesprek probeerde
te gaan. Dit sloot aan bij zijn behoefte om zijn mening te uiten en erkend te worden.
Reflectie: Uit deze situatie heb ik geleerd hoe ik met heftige situaties moet omgaan. Ik heb
gezien hoe belangrijk het is om een beroepsattitude en attitudes aan te nemen, zonder
vooroordelen om effectief te handelen, zoals bijvoorbeeld het handelen met respect en het
luisteren naar de mening van de jongeren.
Werkzame factor 2: Invalshoeken en theoretische benadering
Situatie:Als stagiair begeleid ik een jongere die bepaald gedrag vertoont dat niet als positief
wordt gezien. Ik probeerde het gedrag te begrijpen door naar de jongere zelf te kijken en hier
betekenis aan te geven. Dit bleek echter moeilijk, omdat ik alleen naar het gedrag en de
situatie van dat moment keek, zonder aandacht te besteden aan de achterliggende
oorzaken.
Taak: Mijn taak was om de jongere te ondersteunen, te begrijpen en hem te begeleiden in dit
proces.
Actie: Ik realiseerde me dat het niet voldoende was om alleen naar het gedrag van de
jongere te kijken om te begrijpen wat er speelde. Na een gesprek met mijn begeleider
ontdekte ik dat er achter de schermen veel speelde bij deze jongen, wat zijn moeilijkheden
verklaarde. Ik besloot toen om te kijken naar zijn systeem en de factoren die invloed hadden
op hem, zoals zijn gezin, familie en vrienden. Dit deed ik door zijn dossier door te nemen. Dit
betekende dat ik de interactie tussen de jongere en de systemen waarin hij zich bevindt,
onderzocht. Door de situatie vanuit een systeembenadering en een sociaal-ecologische
benadering te bekijken, kon ik meer betekenis geven aan zijn gedrag.
Resultaat: Door deze bredere, systeemgerichte en sociaal-ecologisch benadering werd het
2
(Movisie, 2020)
1
, Persoonlijke reflectie op algemene werkzame factoren
Werkzame factor 1: Basisattitude en assumpties
Situatie: Op mijn stage begeleiden we een jongere met verschillende problemen. Hij
vertoont moeilijk gedrag en luistert in de meeste gevallen niet naar wat er tegen hem wordt
gezegd. Daarnaast heeft hij thuis problemen, wat zich ook uit in zijn gedrag binnen de groep.
Dit zorgt regelmatig voor een negatieve sfeer. Een tijdje terug heeft hij mijn stagebegeleider
fysiek aangevallen, wat het gevolg was van een opeenstapeling van gebeurtenissen. Dit was
de eerste keer dat hij iemand fysiek aanviel, normaal vertoont hij ook opzettelijk gedrag maar
dit was altijd alleen maar verbaal.
Taak: De taak van mijn stagebegeleider is het begeleiden van deze jongeren, zodat ze weer
“goed genoeg” zijn om terug naar het onderwijs te gaan.
Actie: In deze situatie heeft mijn begeleider rustig geprobeerd te handelen. Eerst heeft ze de
jongen uit de groep gehaald om de veiligheid van de andere jongeren op de groep te
bewaken. Vervolgens is ze alleen verdergegaan met de situatie om verdere escalatie te
voorkomen en de jongere de ruimte te geven om tot rust te komen. Dit heeft ze gedaan
vanuit de assumpties en beroepsattitude die ze hanteert. Ze gaat ervan uit dat jongeren
behoefte hebben aan structuur, gehoord willen worden en succesvol willen zijn. Daarnaast
ziet ze hen als mensen met wie samenwerken de moeite waard is en sluit ze aan bij hun
krachten en behoeften. Door respectvol met de jongere om te gaan en zich te richten op
kleine positieve veranderingen, heeft ze geprobeerd ze het contact te behouden en hem op
een constructieve manier te begeleiden. Deze beroepsattitude en assumpties sluiten heel
erg aan bij hoe het in Bolt (2021) staat beschreven.
Resultaat: Het effect op de jongere was dat hij in eerste instantie nog boos en gefrustreerd
bleef, maar doordat mijn begeleider rustig bleef en de situatie ook rustig benaderde zonder
vooroordeel, begon hij beetje bij beetje te kalmeren. Doordat hij uit de groep werd gehaald,
werd de druk verminderd. Dit gaf hem de ruimte om meer tot rust te komen. Daarnaast
voelde de jongere zich gehoord en serieus genomen, omdat mijn begeleider hem niet direct
afstrafte, maar in plaats daarvan op een respectvolle manier met hem in gesprek probeerde
te gaan. Dit sloot aan bij zijn behoefte om zijn mening te uiten en erkend te worden.
Reflectie: Uit deze situatie heb ik geleerd hoe ik met heftige situaties moet omgaan. Ik heb
gezien hoe belangrijk het is om een beroepsattitude en attitudes aan te nemen, zonder
vooroordelen om effectief te handelen, zoals bijvoorbeeld het handelen met respect en het
luisteren naar de mening van de jongeren.
Werkzame factor 2: Invalshoeken en theoretische benadering
Situatie:Als stagiair begeleid ik een jongere die bepaald gedrag vertoont dat niet als positief
wordt gezien. Ik probeerde het gedrag te begrijpen door naar de jongere zelf te kijken en hier
betekenis aan te geven. Dit bleek echter moeilijk, omdat ik alleen naar het gedrag en de
situatie van dat moment keek, zonder aandacht te besteden aan de achterliggende
oorzaken.
Taak: Mijn taak was om de jongere te ondersteunen, te begrijpen en hem te begeleiden in dit
proces.
Actie: Ik realiseerde me dat het niet voldoende was om alleen naar het gedrag van de
jongere te kijken om te begrijpen wat er speelde. Na een gesprek met mijn begeleider
ontdekte ik dat er achter de schermen veel speelde bij deze jongen, wat zijn moeilijkheden
verklaarde. Ik besloot toen om te kijken naar zijn systeem en de factoren die invloed hadden
op hem, zoals zijn gezin, familie en vrienden. Dit deed ik door zijn dossier door te nemen. Dit
betekende dat ik de interactie tussen de jongere en de systemen waarin hij zich bevindt,
onderzocht. Door de situatie vanuit een systeembenadering en een sociaal-ecologische
benadering te bekijken, kon ik meer betekenis geven aan zijn gedrag.
Resultaat: Door deze bredere, systeemgerichte en sociaal-ecologisch benadering werd het
2