Hoofdstuk 1 De toekomst
We kunnen verzekeringen onderverdelen in schadeverzekeringen,
zorgverzekeringen en levensverzekeringen.
Een schadeverzekering zorgt ervoor dat je verzekerd bent tegen de financiële
gevolgen van schade. Een schadeverzekering stelt de verzekerde schadeloos bij het
optreden van een verzekerd risico.
Voorbeelden van schadeverzekeringen:
- Inboedelverzekering: schade dekken als gevolg van brand, inbraak,
vandalisme of waterschade.
- Reisverzekering: een verzekering tegen schade die wordt opgelopen tijdens
reizen.
Zorgverzekeringen vergoeden de verzekerde ziektekosten. Iedere Nederlander
vanaf 18 jaar is verplicht een basisverzekering af te sluiten.
- Zorgverzekering: een verzekering die de kosten dekt voor zorg en
medicatie, hierin zijn de meest voorkomende zorgkosten verzekerd als
medicijnen.
Een levensverzekering zorgt ervoor dat je verzekerd bent tegen het financiële
risico als gevolg van overlijden of (lang) leven.
- Overlijdensrisicoverzekering: een verzekering die bij het vroegtijdig
overlijden de kosten dekt om de hypotheeklasten te kunnen blijven dragen.
- Uitvaartverzekering: een verzekering die de kosten dekt van een
crematie/begrafenis
- Lijfrenteverzekering: een verzekering die gedurende een vooraf
overeengekomen periode telkens hetzelfde bedrag uitkeert.
Hoofdstuk 2 Consumptieve goederen
Een lening die door een consument wordt afgesloten voor consumptieve doeleinden,
heet een consumptief krediet. Een ander woord voor krediet is een lening. Bij een
consumptief krediet gaat het om een kortlopende lening. In tegenstelling tot
consumptieve kredieten, zijn hypothecaire leningen langlopende leningen met als
onderpand een onroerende zaak, zoals grond of een woonhuis.
Als je geld leent, ben jij de geldnemer ook wel kredietnemer genoemd. De bank is
dan de verschaffer van het geld en wordt daarom ook wel kredietverstrekker of
kredietgever genoemd.
, Bij een persoonlijke lening ontvang je in 1 keer het geleende bedrag voor een vaste
periode. Je betaalt maandelijks interest en aflossing. De persoonlijke lening wordt
terugbetaald met annuïteiten. Dit is een gelijkblijvend bedrag per periode en
bestaat uit interest en aflossing. Een voordeel van een persoonlijke lening is dat het
rentepercentage vaststaat. Ook het aflossingsschema staat van tevoren vast.
Een doorlopend krediet is een andere vorm van een consumptief krediet. Bij een
doorlopend krediet spreek je een kredietlimiet met de kredietgever af. Tot deze
limiet bereikt is, mag het geld vrij opgenomen worden. Je betaalt alleen interest
over het opgenomen bedrag. Een voordeel van een doorlopend krediet ten opzichte
van andere leningen is dat het rentepercentage vaak relatief laag is. Het
rentepercentage is variabel.
Huurkoop en koop op afbetaling zijn twee andere vormen van consumptieve
kredieten.
Bedrijven bieden consumenten de mogelijkheid om de rekening van producten in
termijnen te betalen, met interest. Het voornaamste (en enige) verschil tussen
huurkoop en koop op afbetaling is het moment waarop de koper eigenaar wordt
van het product dat hij koopt.
Bij huurkoop wordt de koper pas eigenaar na betaling van het laatste termijn
bedrag. Bij koop op afbetaling wordt de koper gelijk na de betaling van het eerste
termijn eigenaar van het product.
Leasen is een financieringsvorm om bedrijfsmiddelen aan te schaffen. Het is een
vorm die we veel tegenkomen tussen bedrijven, 'business to business’ (B2B).
Het bedrijfsleven kent twee leasevormen: financial lease en operational lease. Elke
vorm kent zijn eigen kenmerken.
Bij operational lease is het contract tussentijds opzegbaar. Het economische en
juridische eigendom is voor de verhuurder. Aan het eind van de looptijd zijn er
vaak twee mogelijkheden: het product langer leasen of het product teruggeven.
Bij financial lease is het contract tussentijds niet opzegbaar. Het juridische
eigendom van het geleasede product ligt bij de verhuurder. Het economische
eigendom is voor de huurder. Vaak kun je aan het einde van de leaseperiode het
product tegen een symbolisch bedrag kopen.
Hoofdstuk 3 huren of kopen
De woningmarkt bestaat uit het geheel van vraag naar en aanbod van woningen.
Het aanbod bestaat uit alle koop- en huurwoningen. De vraag op de woningmarkt
hangt af van het aantal huishoudens en de economische groei.