Circulation: hemodynamische toestand van de patiënt
Tekenen van shock
Trauma patiënt: tekenen van inwendige en uitwendige bloedingen
Intraveneuze toegang
Monitoring bloeddruk/hartfrequentie
4.1 Basale concepten van de circulatie
Weefsels acties -> voedingsstoffen nodig -> meer bloed -> verhoging hartminuutvolume/ vasolidatie
Tot wel 6 keer verhogen vergeleken met niveau in rust
Vasolidatie: vergroting van de diameter van de bloedvaten waardoor de weerstand verlaagd en
actieve weefsels meer aangevoerd krijgen.
Vasoconstrictie: verkleining van de diameter van de bloedvaten waardoor de weerstand wordt
verhoogd en minder actieve weefsels minder aangevoerd krijgen.
Microcirculatie: registreert continue plaatselijke behoeften
- Beschikbaarheid zuurstof
- Beschikbaarheid voedingsstoffen
- Ophoping kooldioxide/afvalproducten
Invloed op de bloedvaten (wijder/nauwer) samen met centrale zenuwstelsel
Hartcyclus: reeks van opeenvolgende gebeurtenissen die optreden in de tijd tussen de ene hartslag
en de volgende.
1. Vorming actiepotentiaal in sinusknoop (zijwand rechter atrium) -> autonoom
2. Nabijgelegen spiercellen van rechteratrium worden geëxciteerd (geleiding)
3. Cellen exciteren weer aangrenzende cellen
4. Cellen van linker atrium worden gestimuleerd
5. Polarisatie van beide atria
6. Via gespecialiseerde geleidende vezels (AV-knoop, bundel van His, bundeltakken) gaan signalen
naar spiermassa in ventrikels
7. Ventrikels gedepolariseerd
8. Contractie van ventrikels
Bloedvolume: totale hoeveelheid bloed in de grote en kleine circulatie.
, - Arteriën (13% vh bloed)
- Venen (65% vh bloed)
- Capillaire circulatie (7%)
- Hart (15% vh bloed samen met longen)
- Longen (15% vh bloed samen met hart)
Bloeddruk: kracht die door het bloed wordt uitgeoefend op een oppervlakte-eenheid van de
vaatwand.
Uitgedrukt in mmHg
Druk in de verschillende onderdelen van de circulatie:
- Aorta: 100 mmHg (hoge druk)
- Systemische capillairen: 10-35 mmHg (laag)
- Longarteriën: 25 mmHg (systolisch)/8 mmHg (diastolisch)
- Longcapillairen: 7 mmHg
Ondanks drukverschillen is de totale bloedstroom door de longen elke minuut gelijk aan die door
de systemische circulatie
Mean Arterial Pressure (MAP): gemiddelde bloeddruk in het arteriële systeem
- Formule: MAP = (CO x SVR) + CVP
o CO: Cardiac Output (hartminuutvolume)
o SVR: Systemische vaatweerstand
o CVP: Central Venous Pressure (cnetraal veneuze druk (CVD))d
- Normale MAP : 70-110 mmHg
- <60 mmHg : orgaanperfusie verstoord
Contractie linkerventrikel -> toename druk in ventrikel (hoger dan aorta) -> openen aortaklep ->
pompen van bloed in aorta (stijging systolische druk tot max 120 mmHg) -> bloed stroomt door aorta
-> snelle terugstroming naar ventrikel -> sluiting aortaklep -> afname druk in aorta -> perifere
arteriën -> venen -> volgende cyclus
Druk in de aorta is dan ook weer 80 mmHg (diastolische druk)
Cardiale reserve: maximumpercentage van mogelijke toename in hartminuutvolume vergeleken met
het hartminuutvolume in rust.
Jonge mensen: 300%-400%
Atleten: 500%-600%
Patiënten met hartfalen hebben geen cardiale reserve
Afgenomen cardiale reserve: ischemische hartziekte, kleplijden, vit. Gebrek, cardiomyopathieën
Hartfrequentie:
- Afh. van leeftijd en geslacht
- Normaal: tussen 60 en 90 slagen/min
- Pasgeborene: 150 slagen/min
- Tachycardie: hogere hartfrequentie dan de normaalwaarde
Slagvolume: volume aan bloed dat per hartslag in de circulatie wordt gepompt.
Afh. van:
o Preload: lage preload -> laag slagvolume