De Russische piramide 1900
1. Tsaar en familie: De Tsaar regeerde Rusland (autocratisch).
2. De Adel: de kerk en de adel (incl. de tsaar) werden de bojaren
1 genoemd
3. Russisch Orthodoxe kerk: de Patriarch werd door de
2 ‘oorspronkelijke’ erkend als het hoofd van de katholieke kerk
3 4. Bourgeoisie (= de bezittelijke middenklasse) en middenklasse:
leefden in de steden
4
5. Industrie arbeiders
5
6. Boeren (lijfeigenen): Boeren woonden in de Mir
6 (dorpsgemeenschap). In de Mir waren alle boeren lijfeigenen.
Zij zijn eigendom van de Heer (bojaren/grootgrondbezitter).
Anarchisme en boerensocialisme
De edelman Michael Bakoenin (1814-1876) wilde het lijfeigenschap afschaffen. Schaf de
tsaar en het privébezit van een fabriek of van landbouwgrond dus af, maar ook de kerk als
mede onderdrukker van de boeren. Geef macht aan kleinschalige gemeenschappen met
zelfbestuur zoals een dorp of fabriek. Bakoenin werd de filosoof van de anarchisten.
Anarchisme: is ideologie die tegen elke vorm van georganiseerde regering is. zij vinden
privébezit ook uit denk boze. Grond en privé bezit zou van alle mensen samen moeten zijn.
Narodniki: hoog opgeleide groep met revolutionaire ideeën: ‘revolutie bij de boeren’. De
Mir, de gemeenschappelijke boerengemeenschap als basis voor de samenleving. Boerenbezit
gedeeld en gezamenlijk bestuurd door de boeren zelf.
Socialistische Revolutionaire Partij: Socialistische, Niet-Marxistische politieke partij. Zij
volgde ideeën van de Narodniki.
De bourgeoisie kozen voor de liberalen, die hoopten dat Rusland een parlementaire
democratie zou worden met verkiezingen en een sterke volksvertegenwoordiging.
Economische ontwikkeling en expansiepolitiek
In 1861 hief Tsaar Alexander II het lijfeigenschap op. In praktijk bleven de boeren even
onvrij. Alexander II liet industrie en mijnbouw ontwikkelen, en spoorwegen aanleggen. 1881
werd Alexander II opgeblazen door de narodniki, Alexander III kwam als troonopvolger.
Door uitgebreidere spoornetwerk bloeide export in graan, katoen en olie op. De inkomsten
investeerde de staat in industrie en infrastructuur. Werd alleen teveel graan gereserveerd voor
de export, 1 misoogst kon zorgen voor hongersnood in het hele land, dit gebeurde in 1891. In
1890 begon Alexander III aan de Trans-Siberië-Expres, zijn opvolger Nicholaas II maakten
deze af. Rusland werd zo verbonden met zijn gebieden in het verre oosten. Dit leidde tot
politieke conflicten met Japan. Nicholaas II stimuleerde de ontwikkeling van boeren tot vrije,
marktgerichte zelfstandigen, de koelakken.
, Marxisten
In Rusland wordt het Marxisme steeds populairder. De ideologie van Karl Marx was het
marxistisch socialisme. Karl Marx vond dat de positie van de arbeiders moest worden
verbeterd. ‘Alleen door revolutie en geweld kan het proletariaat (onderdrukte klasse) de
maatschappelijke orde omver gooien’. In Rusland wordt dan ook door de Marxisten de
Sociaal democratische Arbeiders Partij opgericht. Zij wilden dus revolutie voor
verandering. Mensjewieken: groep binnen RSDAP die in de minderheid waren, zij wilden
wachten tot de revolutie vanzelf begint bij de arbeiders. Bolsjewieken: meerderheid binnen
RSDAP die de revolutie willen beginnen bij de Partij. Bolsjewieken worden later ook wel
communisten genoemd.