Deeltentamen 1
Samenvatting inclusief:
• Aantekeningen hoorcollege 1 t/m 6
• Boek (Klinische Psychologie) hoofdstukken: 3, 7, 8, 9,10 (alleen depressie),
11, 12
• Artikelen: Michelini 2021, Whitepaper HiTop + Borsboom 2021
1
,Hoorcollege 1: Introductiecollege
Voorbereiding op werkveld:
• Volwassen persoon komt zelf met hulpvraag
• Basis GGZ (eerste keer problemen, etc.) & gespecialiseerde GGZ in Nederland
• GGZ richtlijnen: Evidence-based behandelingen (app)
• Diagnose nodig voor behandeling
Psychopathologie is belangrijk, omdat psychische problemen toenemen. Er zijn veel
verschillende meningen over de oorzaken daarvan.
Wat is mentaal gezond zijn?
• Dirk de Wachter: zingeving is het belangrijkst (wat kan je voor een ander
betekenen) en dat geeft je dan wel een fundamenteel van geluk.
Is psychologie een exacte wetenschap?
• Verschillende ideeën, lijkt enerzijds op geneeskunde, anderzijds niet. Met
dezelfde symptomen kan iemand een andere stoornis hebben en vice versa.
• Veel individuele verschillen.
• Categorisch/op spectrum indelen
Wat zijn symptomen?
• Belangrijk om de context van symptomen te begrijpen; wie en waarom?
• Met zelfrapportagevragenlijsten kun je niet classificeren; zelf gegeven
antwoorden zijn vaak niet goed doordacht.
• Een zelfde oorzaak kan verschillende gevolgen hebben; een traumatische
ervaring leidt niet altijd tot PTSS; kan zorgen voor somberheid, laag zelfbeeld en
schaamtegevoel of onrust, herbelevingen en schuldgevoel.
• Symptomen kunnen een uitingsvorm zijn van iets onderliggends: Alle labels
hieronder zouden kunnen passen bij een controledrang, maar het hoeft niet.
2
, Meestal zit er een positieve kant aan het onderliggende probleem, er is een reden
waarom ze iets zijn gaan doen → instandhouding.
o Controledrang kan bijv. leiden tot: gestructureerd persoon, beter je best
doen op school, harder werken om fouten te voorkomen (doordat je hebt
gemerkt dat wanneer je geen fouten maakt, je goede cijfers haalt =
positieve kant).
• Symptomen zijn dus:
o Uitingsvormen van onderliggende problematiek
o (Mal)adaptieve aanpassing op omgeving
Wat is de relatie tussen oorzaak en symptomen?
Orde scheppen in chaos van symptomen: we hebben een betrouwbare manier nodig om
mensen te diagnosticeren zodat we ze op een valide manier kunnen helpen.
Diagnoses op basis van tijdelijke uitingsvormen/symptomen zonder naar de
achterliggende oorzaak te kijken. Leidt tot labellen. DSM heeft nu 491 diagnoses (7 in
1880).
Orde scheppen in symptomen:
• Symptomen in hokjes stoppen: vermoeidheid past bij depressie, hartkloppingen
passen bij angst.
• Kijken naar de context: werkgerelateerd, dus misschien burn-out, maar dit is
geen psychiatrische stoornis volgens de DSM-5.
• DSM-5: Hoofd- van bijzaken scheiden
o A-criterium = belangrijkste kenmerken, je hoeft niet verder te kijken als
iemand hieraan niet voldoet.
o B en C-criterium = belangrijke aanvullende kenmerken
o Daarna meer exclusiecriteria
o Leer de prevalentie van stoornissen!
Limitaties van de DSM:
• Categorisch denken: wel/niet ziek
• Afbakening onduidelijk, want veel overlap en veel heterogeniteit
• Comorbiditeit is geen onderdeel
• Puur gericht op symptomen en niet onderliggende aetiologie
Orde scheppen kan op verschillende manieren:
• Alternatieven voor de DSM
o Research domain criteria → symptoomclusters linken aan neurobiology
o Hierarchal taxonomy of psychopathology → psychopathologie spectra
(HiTOP)
3
, o Netwerktheorie → samenhang van symptomen onderling.
RDoC is bedacht toen men nog hoopte dat alle psychiatrische aandoeningen biologisch
verklaren te zouden zijn, maar dit is eigenlijk helemaal niet waar. Limitaties:
• Neurobiologische constructen zijn niet heel specifiek; zijn vaak aangedaan bij
veel verschillende stoornissen.
• Neurobiologische constructen verklaren maar een klein deel.
• Zelfs als het zou werken: meeste klinische praktijken hebben niet de juiste
apparatuur.
• Wel goede bouwblokken voor onderzoek naar onderliggende neurobiologie.
• Bijv. Cortolimbisch systeem is aangedaan bij alle psychiatrische stoornissen.
• RDoC toegepast op een casus: te abstract voor een clinicus.
4