Bedrijfseconomie 4 VWO
Blok A:
Basisvaardigheden
Hoofdstuk 1:
Welke organisaties komen wij tegen bij bedrijfseconomie?
Organisaties:
Commercieel = ondernemingen Niet-commercieel
Voorbeelden Voorbeelden
- Winkels - Verenigingen
- Fabrieken - Scholen
- Banken - Ziekenhuizen
DOEL: Winst maken! DOEL: Goede dienstverlening!
Hoofdstuk 2: Procentuele berekening
Voorbeeld 1:
De kledingzaak Zara werkt al jaren tijdens de uitverkoop met een vast kortingspercentage
van 40%.
a) Een shirt kost na de korting €48,-, wat is de oorspronkelijke prijs?
Regel: Oorspronkelijke prijs = 100%
Oorspronkelijk prijs = 100%
_ Korting = 40%
Prijs na korting = 60%
Prijs na korting = €48,- = 60% oorspronkelijke prijs = ?
Oorspronkelijke prijs = 100%
€48,- = 60% 0,80 = 1% (want 48 : 60 = 0,80)
100% = 100 x 0,80 = €80,-
b) Een ander shirt heeft een korting van 20%, wat is de oorspronkelijke prijs?
€20,- = 40% Je doet
€0,50 = 1% : 40
Oorspronkelijke prijs = 100% = 100 x 0,50 = €50,-
,Voorbeeld 2:
100%-stelling
Prijsbeleid van Ikea:
Inkoopprijs van de Billy boekenkast is €25,-.
Bereken de verkoopprijs als:
1) De brutowinst 25% is van de inkoopprijs.
2) De brutowinst 25% is van de onbekende verkoopprijs.
Bij 1:
Inkoopprijs = €25,-
+ Brutowinst = 25% x 25 = €6,25
Verkoopprijs = €31,25
Bij 2:
Inkoopprijs % €
+ Brutowinst 75% €25,-
Verkoopprijs
25% €8,33
+ +
100% €33,33
100%-stelling: de grootheid, de inkoopprijs of de verkoopprijs waar de brutowinst van
genomen, Stellen wij altijd 100%.
€25,- = 75% : 75
€0,333…. = 1%
Verkoopprijs = 100% = 100 x 0,333… = €33,333…
Extra-vraag:
Brutowinst bij politiek 2
als percentage van de inkoopprijs
€8,33 : €25,- x 100% = 33%
, Voorbeeld 3:
1 product: Alle producten:
Inkoopprijs Inkoopwaarde van de omzet
+ Brutowinst + Brutowinst
Verkoopprijs Omzet
2017: 2018:
€60.000 €75.000
+ €20.000 + €25.000
€80.000 €100.000
Regel:
((Nieuwe waarde – Oude waarde) : Oude waarde ) x 100
Deel : Geheel
1) Procentuele stijging van de omzet in 2018 ten opzichte van 2017?
((€100.000 - €80.000) : €80.000) x 100% = 25%
2) Brutowinst als percentage van de inkoopwaarde van de omzet in 2018?
€25.000 : €75.000 = 33,3%
Voorbeeld 4:
Over een winkel is in augustus het volgende bekend:
- Verkochte hoeveelheid = 1000 stuks = afzet
- Gemiddelde verkoopsprijs per product is €10,-
- Inkoopprijs per artikel is €7,-
- Bedrijfskosten = €1600,-
a) Hoeveel omzet?
1000 x €10,- = €10.000
Omzet = afzet x verkoopsprijs
b) Nettowinst?
OMZET = €10.000
- INKOOPSPRIJS (INKOOPWAARDE VAN DE OMZET) = €7.000 (7X1000)
BRUTOWINST = €3.000
- BEDRIJFSKOSTEN = €1.600
NETTOWINST = 1.400,-
Blok A:
Basisvaardigheden
Hoofdstuk 1:
Welke organisaties komen wij tegen bij bedrijfseconomie?
Organisaties:
Commercieel = ondernemingen Niet-commercieel
Voorbeelden Voorbeelden
- Winkels - Verenigingen
- Fabrieken - Scholen
- Banken - Ziekenhuizen
DOEL: Winst maken! DOEL: Goede dienstverlening!
Hoofdstuk 2: Procentuele berekening
Voorbeeld 1:
De kledingzaak Zara werkt al jaren tijdens de uitverkoop met een vast kortingspercentage
van 40%.
a) Een shirt kost na de korting €48,-, wat is de oorspronkelijke prijs?
Regel: Oorspronkelijke prijs = 100%
Oorspronkelijk prijs = 100%
_ Korting = 40%
Prijs na korting = 60%
Prijs na korting = €48,- = 60% oorspronkelijke prijs = ?
Oorspronkelijke prijs = 100%
€48,- = 60% 0,80 = 1% (want 48 : 60 = 0,80)
100% = 100 x 0,80 = €80,-
b) Een ander shirt heeft een korting van 20%, wat is de oorspronkelijke prijs?
€20,- = 40% Je doet
€0,50 = 1% : 40
Oorspronkelijke prijs = 100% = 100 x 0,50 = €50,-
,Voorbeeld 2:
100%-stelling
Prijsbeleid van Ikea:
Inkoopprijs van de Billy boekenkast is €25,-.
Bereken de verkoopprijs als:
1) De brutowinst 25% is van de inkoopprijs.
2) De brutowinst 25% is van de onbekende verkoopprijs.
Bij 1:
Inkoopprijs = €25,-
+ Brutowinst = 25% x 25 = €6,25
Verkoopprijs = €31,25
Bij 2:
Inkoopprijs % €
+ Brutowinst 75% €25,-
Verkoopprijs
25% €8,33
+ +
100% €33,33
100%-stelling: de grootheid, de inkoopprijs of de verkoopprijs waar de brutowinst van
genomen, Stellen wij altijd 100%.
€25,- = 75% : 75
€0,333…. = 1%
Verkoopprijs = 100% = 100 x 0,333… = €33,333…
Extra-vraag:
Brutowinst bij politiek 2
als percentage van de inkoopprijs
€8,33 : €25,- x 100% = 33%
, Voorbeeld 3:
1 product: Alle producten:
Inkoopprijs Inkoopwaarde van de omzet
+ Brutowinst + Brutowinst
Verkoopprijs Omzet
2017: 2018:
€60.000 €75.000
+ €20.000 + €25.000
€80.000 €100.000
Regel:
((Nieuwe waarde – Oude waarde) : Oude waarde ) x 100
Deel : Geheel
1) Procentuele stijging van de omzet in 2018 ten opzichte van 2017?
((€100.000 - €80.000) : €80.000) x 100% = 25%
2) Brutowinst als percentage van de inkoopwaarde van de omzet in 2018?
€25.000 : €75.000 = 33,3%
Voorbeeld 4:
Over een winkel is in augustus het volgende bekend:
- Verkochte hoeveelheid = 1000 stuks = afzet
- Gemiddelde verkoopsprijs per product is €10,-
- Inkoopprijs per artikel is €7,-
- Bedrijfskosten = €1600,-
a) Hoeveel omzet?
1000 x €10,- = €10.000
Omzet = afzet x verkoopsprijs
b) Nettowinst?
OMZET = €10.000
- INKOOPSPRIJS (INKOOPWAARDE VAN DE OMZET) = €7.000 (7X1000)
BRUTOWINST = €3.000
- BEDRIJFSKOSTEN = €1.600
NETTOWINST = 1.400,-