Bestuursvormen, staatsvormen en democratische stelsels (H1 &
H2)
Wat is een staat?
I. Grondgebied
II. Bevolking
III. Bevoegd gezag
Wat verstaan we onder grondgebied?
Aardoppervlak
Territoriale wateren
Continentaal plat
Luchtruim
Natie en natiestaat
Als de gemeenschap met gedeelde kenmerken grotendeels overeenkomt met de inwoners van het
land natiestaat.
Rechtsstaat
Trias Politica ofwel Scheiding der Machten
Verkiezingen (vrije/geheime verkiezingen)
Grondrechten
Onafhankelijke media (wel nadien volgens grondwet: niet racistische dingen)
Bescherming van minderheden
- In een rechtsstaat worden de belangen van minderheden beschermd tegen de meerderheid
Legaliteitsbeginsel.
- In een rechtsstaat staat niemand boven de wet, ook de overheid niet.
Trias Politica
, Staatsinrichting
Nederland is…
Een constitutionele monarchie = politiek systeem/bestuursvorm (een aan grondwet gebonden
monarch)
Een decentrale eenheidsstaat = staatsvorm
Een parlementaire democratie = democratisch stelsel
Politieke systemen
Monarchie: een door erfopvolging aangewezen troonopvolger (Nederland)
Republiek: geen door troonopvolging aangewezen staatshoofd maar juist verkozen (Frankrijk)
Dictatuur: één iemand/partij heeft de macht en beheerst de “trias politica” zelf (Belarus)
Theocratie: heerschappij vanuit het geloof (Iran)
Totalitaire staat: de leider beheerst het doen en denken van burgers (Noord-Korea)
Staatsvormen
Statenbond (confederatie)
Een groep onafhankelijke staten die op een aantal gebieden samenwerken, maar waarbij de
autonomie bij de onafhankelijke staten blijft liggen en dus nog grote mate autonomie hebben
Verenigde Arabische Republiek
Bondstaat (federale staat)
Een groep onafhankelijke staten die op een aantal gebieden besluit samen te werken en
daarbij ook op bepaalde gebieden autonomie over te dragen aan de federale overheid (België
met Vlaanderen, Wallonië en Duitse kantons).
Duitsland, België, VS
Gedecentraliseerde eenheidsstaat
Een staat waarbij één regering de volledige autonomie heeft, maar deze regering is bereid har
macht te delegeren aan lagere autoriteiten.
Nederland
Gecentraliseerde eenheidsstaat
Een staat waarbij één regering de volledige autonomie heeft, en deze regering is vrijwel niet
bereid haar macht te delegeren aan lagere autoriteiten.
Frankrijk
(Federaties zijn een aantal gebieden die met elkaar samenwerken, denk aan USA)
Democratische stelsels
Parlementair (Nederland): uitvoerende macht aangewezen door parlement
Semi-presidentieel (niet te kennen) (Frankrijk)
Presidentieel (VS): de president is aangewezen en gekozen door de kiezers
, Staatsinrichting
Kenmerken van de democratie Kenmerken rechtsstaat
Recht: Triaspolitica, verkiezingen, grondrechten,
Rechtsstaat onafhankelijke media
Gekozen volksvertegenwoordigers Staat: grondgebied, bevolking, bevoegd gezag, erkend
door andere staten
Vrije verkiezingen
Vrijheid van meningsuiting
Maatschappelijk middenveld (civil society)
Vrije media
Kiesstelsels en politieke partijen (H4 & H5)
Evenredige vertegenwoordiging
Het deel van de zetels dat een partij krijgt, is even groot als het deel van de stemmen dat die partij
heeft gekregen.
Districtenstelsel
Het land is verdeeld in districten. In elk district wordt één persoon gekozen die namens dat district in
het parlement mag zitten. Het kunnen ook enkele personen zijn.
Stem Voor Tegen
Dit kiesstelsel wordt in geen enkel land gebruikt. Bij dit stelsel breng je twee stemmen uit: een stem
vóór een partij, en een stem tegen een partij.
Kiesrecht
1848
Rechtstreekse verkiezing tweede kamer
Censuskiesrecht: mannen met voldoende belastbaar inkomen
1887: caoutchoucartikel
Mannen met een kenteken van geschiktheid en maatschappelijk welstand, die mogen
stemmen
1917: pacificatie van 1917
Algemeen actief en passief mannenkiesrecht
Algemeen passief vrouwenkiesrecht
Districtenstelsel evenredige vertegenwoordiging
Uitbreiding van het kiesrecht
1919
Algemeen actief vrouwen kiesrecht
1946:
Minimumleeftijd voor actief kiesrecht naar 23 jaar
1965
Minimum leeftijd voor het passief kiesrecht naar 21 jaar
1972
Minimum leeftijd voor het actief kiesrecht naar 18 jaar
1983
Minimum leeftijd voor het passief kiesrecht naar 18 jaar