Statenbond: Een groep onafhankelijke staten die op een aantal gebieden samenwerken, maar waarbij
de autonomie bij de onafhankelijke staten blijft liggen en dus nog grote mate autonomie hebben
(Verenigde Arabische Republiek).
Bondstaat: Een groep onafhankelijke staten die op een aantal gebieden besluit samen te werken en
daarbij ook op bepaalde gebieden autonomie over te dragen aan de federale overheid (België met
Vlaanderen, Wallonië en Duitse kantons) (Duitsland, België, VS).
Gedecentraliseerde eenheidsstaat: Een staat waarbij één regering de volledige autonomie heeft,
maar deze regering is bereid har macht te delegeren aan lagere autoriteiten (Nederland).
Gecentraliseerde eenheidsstaat: Een staat waarbij één regering de volledige autonomie heeft, en
deze regering is vrijwel niet bereid haar macht te delegeren aan lagere autoriteiten (Frankrijk).
Districtenstelsel: Het land is verdeeld in districten. In elk district wordt één
persoon gekozen die namens dat district in het parlement mag zitten. Het kunnen ook enkele
personen zijn.
Enkelvoudig kiesdistrict: per district gaat 1 iemand naar het parlement.
Meervoudig kiesdistrict: per district zijn meerdere zetels te verdelen (België)
Gemengd kiesdistrict: de helft van het parlement wordt gekozen in een district en vertegenwoordigt
een regio. Burgers hebben dan 2 stemmen: 1 over hoe de zetels verdeeld worden en 1 wie de
districtenvertegenwoordiger wordt (Duitsland) (evenredige vertegenwoordiging + districtenstelsel).
Getrapte verkiezingen: burgers kiezen eerst een orgaan, en dit orgaan kiest vervolgens de
vertegenwoordigers voor een ander orgaan, zoals de Eerste Kamer verkiezingen.
Directe verkiezingen: Burgers stemmen rechtstreeks op hun vertegenwoordigers voor een bepaald
orgaan, zoals de Tweede Kamer, gemeenteraden, of Provinciale Staten.
Voorkeurstemmen: stemmen op een andere kandidaat van de partij, niet de lijsttrekker.
Evenredige vertegenwoordiging: een kiesstelsel waarbij de zetels in een parlement evenredig
worden verdeeld over de politieke partijen, op basis van het aantal behaalde stemmen, heb je dus
10% van de stemmen dan krijg je 10% van de zetels. (Nederland).
Meerderheidsstelsel: een kiesstelsel waarin een partij in een gebied (district) een meerderheid moet
behalen om zetels te veroveren. Je kan een relatieve en absolute meerderheid behalen.
Relatieve meerderheid: als de zetel van een district naar de kandidaat met de meeste zetels gaat. Je
kan dan al met 30% van de stemmen de zetel van dat district winnen.
Absolute meerderheid: de kandidaat krijgt pas een zetel als hij/zij meer dan de helft van de stemmen
uit het district heeft gekregen.
Kiesdrempel: het percentage van de stemmen dat partijen moeten behalen om een zetel in het
parlement te krijgen. Is vaak gelijk aan de kiesdeler. Nadeel: kleine partijen krijgen zo minder kans.
Berekening: totaal aantal stemmen : 150 (zetels) (ong. 0,7% vd stemmen).