De middeleeuwen
• Historische achtergrond
± 500 historisch gezien begin ME
± 800 Frankisch rijk o.l.v. Karel de Grote > gebieds- en geloofsuitbreiding
± 1100 literair gezien het begin van de ME:
Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic enda thu wat unbidan we nu
± 1250 opkomst steden en opkomst burgerij
± 1500 uitvinding boekdrukkunst en (dus) einde ME; Nederlandse gebieden
verbonden met koninkrijk Spanje
• Sociaal-economische en culturele achtergronden
feodaal stelsel: ruil land voor bijstand in raad en daad/ trouw en beschermen
standenmaatschappij: adel, geestelijkheid en boeren en vissers (vanaf ± 1250
opkomst burgerij)
daarmee samenhangend: collectivisme: je maakte deel uit van een groep; het
individu was onbelangrijk (om die reden is er ook veel anoniem verschenen)
theocentrisme: god(sdienst) stond in het centrum van de belangsteling: ‘memento
mori’
symboliek: de middeleeuwer ging ervan uit dat achter de reële, zichtbare
werkelijkheid een diepere, niet direct waar te nemen werkelijkheid schuil ging. Het
alledaagse kon een teken voor iets zijn, een symbool. Veel symbolen verwijzen naar
iets religieus. (voorbeelden symbolen: heilige getallen (drie, zeven), kleuren
(lichtblauw
• Literatuur
Aanvankelijk was er voornamelijk gesproken literatuur (denk aan de rondtrekkende
troubadours), naast geschreven werk in het Latijn, de taal van geestelijkheid en
wetenschap. Vanaf ± 1200 verschenen er teksten in het Middelnederlands (of het
Diets): een verzamelnaam voor de volkstaal/dialecten. De Nederlandse
literatuurgeschiedenis begint wanneer men voor het eerst in de volkstaal begint te
schrijven. In de eerste teksten is nog duidelijk te zien, dat teksten eerst mondeling
werden overgeleverd (o.a. door het gebruik van rijm).
Een van de eerste bekende schrijvers was Van Veldeke. Hij schreef onder andere
minnelyriek. Bij hem kunnen we de invloed zien van de hoofse liefdeslyriek van de
Franse troubadours, hij begint zijn liefdesgedichten dan ook vaak met een
Natureingang.
Ook in de kunst is de standenmaatschappij terug te zien. Literatuur werd geschreven
voor een bepaalde groep, vaak ook in opdracht. De middeleeuwse literatuur is dan
ook in drie literaire milieus te verdelen: literatuur aan het hof, geestelijke literatuur
en literatuur in de stad.
Literatuur aan het hof
Voor de adel werden er (naast andere soorten teksten) ridderromans (roman = in de
romaanse taal geschreven (oorspronkelijk) geschreven). Er zijn verschillende soorten
ridderromans geschreven. Deze romans zijn te verdelen in twee soorten:
1.De voorhoofse roman
Deze romans, die teruggaan op het chanson de geste, gaan altijd over Karel de
Grote (768-814), als modelvorst, van wie men veel kan leren en die als voorbeeld
dient ter bevestiging van het koninklijk gezag. Vaak ook gaan ze over zijn vazallen.
De kenmerken van de voorhoofse roman (Frankische of Karelroman) zijn:
• Historische achtergrond
± 500 historisch gezien begin ME
± 800 Frankisch rijk o.l.v. Karel de Grote > gebieds- en geloofsuitbreiding
± 1100 literair gezien het begin van de ME:
Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic enda thu wat unbidan we nu
± 1250 opkomst steden en opkomst burgerij
± 1500 uitvinding boekdrukkunst en (dus) einde ME; Nederlandse gebieden
verbonden met koninkrijk Spanje
• Sociaal-economische en culturele achtergronden
feodaal stelsel: ruil land voor bijstand in raad en daad/ trouw en beschermen
standenmaatschappij: adel, geestelijkheid en boeren en vissers (vanaf ± 1250
opkomst burgerij)
daarmee samenhangend: collectivisme: je maakte deel uit van een groep; het
individu was onbelangrijk (om die reden is er ook veel anoniem verschenen)
theocentrisme: god(sdienst) stond in het centrum van de belangsteling: ‘memento
mori’
symboliek: de middeleeuwer ging ervan uit dat achter de reële, zichtbare
werkelijkheid een diepere, niet direct waar te nemen werkelijkheid schuil ging. Het
alledaagse kon een teken voor iets zijn, een symbool. Veel symbolen verwijzen naar
iets religieus. (voorbeelden symbolen: heilige getallen (drie, zeven), kleuren
(lichtblauw
• Literatuur
Aanvankelijk was er voornamelijk gesproken literatuur (denk aan de rondtrekkende
troubadours), naast geschreven werk in het Latijn, de taal van geestelijkheid en
wetenschap. Vanaf ± 1200 verschenen er teksten in het Middelnederlands (of het
Diets): een verzamelnaam voor de volkstaal/dialecten. De Nederlandse
literatuurgeschiedenis begint wanneer men voor het eerst in de volkstaal begint te
schrijven. In de eerste teksten is nog duidelijk te zien, dat teksten eerst mondeling
werden overgeleverd (o.a. door het gebruik van rijm).
Een van de eerste bekende schrijvers was Van Veldeke. Hij schreef onder andere
minnelyriek. Bij hem kunnen we de invloed zien van de hoofse liefdeslyriek van de
Franse troubadours, hij begint zijn liefdesgedichten dan ook vaak met een
Natureingang.
Ook in de kunst is de standenmaatschappij terug te zien. Literatuur werd geschreven
voor een bepaalde groep, vaak ook in opdracht. De middeleeuwse literatuur is dan
ook in drie literaire milieus te verdelen: literatuur aan het hof, geestelijke literatuur
en literatuur in de stad.
Literatuur aan het hof
Voor de adel werden er (naast andere soorten teksten) ridderromans (roman = in de
romaanse taal geschreven (oorspronkelijk) geschreven). Er zijn verschillende soorten
ridderromans geschreven. Deze romans zijn te verdelen in twee soorten:
1.De voorhoofse roman
Deze romans, die teruggaan op het chanson de geste, gaan altijd over Karel de
Grote (768-814), als modelvorst, van wie men veel kan leren en die als voorbeeld
dient ter bevestiging van het koninklijk gezag. Vaak ook gaan ze over zijn vazallen.
De kenmerken van de voorhoofse roman (Frankische of Karelroman) zijn: