Samenvatting blok 6
Socialezekerheidsrecht in kort bestek:
Hoofdstuk 1 – Inleiding
1.1 – Sociale zekerheid: wat is dat eigenlijk?
De Van Dale omschrijft sociale zekerheid als een vertaling van de ‘freedom
from want’ van Roosevelt. Het komt erop neer dat iedereen recht heeft op
bestaanszekerheid en de overheid daarbij een bepaalde
verantwoordelijkheid heeft.
Solidariteit is een kernwaarde van de sociale zekerheid: het is een
gezamenlijk streven. De sterken leveren een bijdrage om de zwakkeren te
beschermen.
1.2 – Focus van dit boek
Socialezekerheidsrecht
De rechtsregels van het socialezekerheidsrecht behoren tot het
bestuursrecht. Het wordt ook wel gegroepeerd in het ‘sociaal recht’,
samen met het arbeidsrecht.
Sociale risico’s
‘Sociaal risico’ verwijst naar Conventie nr. 102 van de IAO betreffende
minimumnormen inzake sociale zekerheid. Er worden daar een aantal
sociale risico’s opgesomd.
Het risico heeft vaak te maken met het verlies van arbeidsinkomsten. Het
kan ook bestaan uit extra kosten (bv medische zorg).
Behoeftigheid
Behoeftigheid wordt niet in de IAO-Conventie genoemd. In onze definitie
wordt behoeftigheid daarom apart vermeld, omdat ondersteuning aan
armen de oudste en een belangrijke vorm van sociale zekerheid is (bv
participatiewet).
Inkomensbescherming vs activering
Het primaire doel is inkomensbescherming = waarborgfunctie.
Naast de waarborgfunctie heeft de sociale zekerheid ook een
activeringsfunctie, bieden van steun bij re-integratie. Als
uitkeringsgerechtigden zich niet inspannen voor hun re-integratie kunnen
zij hun uitkering verliezen. De activeringsfunctie is dus een onderdeel van
de inkomensbescherming.
,Hoofdstuk 2 – Het socialezekerheidsstelsel
2.2 – Concept en werkdefinities
Sociale verzekeringen en sociale voorzieningen
Socialezekerheidsregelingen worden onderverdeeld in sociale
verzekeringen en sociale voorzieningen. De belangrijkste sociale
voorziening is de bijstandsregeling (participatiewet). Een kenmerk hiervan
is de middelentoets.
Sociale verzekeringen worden onderverdeeld in werknemersverzekeringen
en volksverzekeringen.
Kenmerken
Je kan naar 2 dingen kijken om het onderscheid tussen een sociale
verzekering of sociale voorziening te zien.
1. Verzekeringsbeginsel (equivalentiebeginsel)
2. Wijze van financiering
Verzekeringsbeginsel
Het verzekeringsbeginsel houdt in dat de premie hoger wordt wanneer het
risico hoger is. In privaatrechtelijke verzekeringen is dit vaak het geval,
maar in sociale verzekeringen zal de premie vaak aan het inkomen
gerelateerd zijn (solidariteitsgedachte). Ook als je geen premie betaald
kan je recht hebben op een uitkering.
Wijze van financiering
Sociale verzekeringen worden hoofdzakelijk betaald uit premies (behalve
de AKW).
Sociale voorzieningen worden betaald uit algemene middelen
(belastinggeld).
2.3 – Personele werkingssfeer
De personele werkingssfeer betreft de vraag welke personen de doelgroep
zijn van een regeling. Bij sociale verzekeringen zijn dat de verzekerden.
Elke sociale verzekering heeft zijn voorwaarden, maar er zijn
overeenkomsten. De begrippen ‘werknemer’ en ‘ingezetene’ worden vaak
hetzelfde gedefinieerd.
2.3.1 - Werknemersverzekeringen
Werknemer
De werknemer is verzekerd voor werknemersverzekeringen.
Werknemer = natuurlijke persoon die in een privaatrechtelijke of
publiekrechtelijke dienstbetrekking staat, en niet de pensioensleeftijd
heeft bereikt.
Dienstbetrekking
Een privaatrechtelijke dienstbetrekking = arbeidsovereenkomst ex art.
7:610 BW.
, 1. Persoonlijke arbeid
2. Loon
3. Gezagsverhouding
Een publiekrechtelijke dienstbetrekking = iemand die als ambtenaar bij
een overheidsorgaan werkt. Sinds 2020 zijn de meeste ambtenaren
overgestapt naar een privaatrechtelijke dienstbetrekking. Een aantal
specifieke functionarissen die in openbare dienst werkzaam zijn (bv politie,
defensie, politieke gezagsdragers), hebben nog een publiekrechtelijke
dienstbetrekking.
Fictieve dienstbetrekking
Sommige werkende zijn gelijkgesteld met werknemers, ze zijn verzekerd
op basis van een fictieve dienstbetrekking (kleine aannemers van werk,
thuiswerkers zonder aok, restcategorie). De voorwaarden zijn uitgewerkt in
het ‘Rariteiten-KB’.
Huishoudelijk personeel
Iemand die minder dan 4 dagen per week in de huishouding van iemand
werkt, valt buiten de werknemersverzekeringen.
Directeur-grootaandeelhouder
De DGA wordt meestal niet als werknemer gezien in de zin van de
verzekeringen. De macht uit zijn aandelenbezit is onverenigbaar met een
gezagsverhouding tot de nv of bv. Voor het arbeidsrecht en belastingrecht
wordt hij wel als werknemer gezien.
Zelfstandigen
Werknemersverzekeringen zijn niet bedoeld voor zelfstandigen, ze betalen
ook geen premie. Om onzekerheden over het feit of iemand een
zelfstandige is of niet te voorkomen, heeft de Belastingdienst een
registratiesysteem. Het huidige systeem is een systeem van
modelovereenkomsten. De opdrachtgever kan in principe voor 5 jaar er
van uitgaan dat hij geen premies hoeft af te dragen. Als achteraf blijkt dat
de zelfstandige eigenlijk als werknemer functioneerde, dan moet hij de
achterstallige premies betalen. Omdat opdrachtgevers zich hierdoor
‘onveilig’ voelde, heeft de Belastingdienst de beoordelingscriteria
gepubliceerd in de vorm van een vragenlijst.
Vrijwillige verzekering
Een niet-werknemer kan zich vrijwillig verzekeren. Ook als je tijdelijk even
geen arbeid verricht of als zelfstandige gaat werken kan je dus verzekerd
blijven. Je moet je wel binnen 13 weken na beëindiging van de verplichte
verzekering aanmelden voor de vrijwillige.
2.3.2 - Volksverzekeringen
Verzekerd voor volksverzekeringen zijn ingezetenen (rechtmatig in
Nederland wonende) of mensen die hier werken en loonbelasting betalen
(ook zelfstandigen).
, Wonen
Wonen betekent dat het middelpunt van je leven in Nederland ligt. Je kan
sociale, economische of juridische banden met Nederland hebben.
Sociaal: hebben van woonruimte of gezinsleden in NL
Economisch: werken in NL
Juridisch: Geldige verblijfstitel
De elementen wegen even zwaar, het gaat om het totaalplaatje.
Ingezetenschap wordt automatisch aangenomen als iemand is
ingeschreven in de Basisregistratie Personen.
Vluchtelingen en asielzoekers
Vluchtelingen hebben een verblijfsvergunning nodig om rechtmatig in NL
te wonen. Echter, de SVB neemt 3 jaar na aankomst in NL aan dat aan het
woonplaatsvereiste is voldaan (ook zonder verblijfsvergunning, tenzij
sprake is van hele bijzondere omstandigheden).
Vrijwillige verzekering
Als je naar het buitenland verhuist kan de verzekering voor de AOW en
Anw vrijwillig worden voortgezet voor 10 jaar. Je moet je hiervoor binnen 1
jaar na beëindiging van de verplichte verzekering hebben aangemeld. De
AOW heeft ook een inkoopmogelijkheid (terugwerkende kracht).
2.3.3 – Bijstandregeling
Iedere ingezetene in Nederland die niet in de noodzakelijke kosten van
bestaan kan voorzien, heeft recht op bijstand. Of iemand ingezetene is
wordt in principe op dezelfde manier als bij de volksverzekeringen
beoordeeld. Een uitzondering is dat een bijstandsgerechtigde maximaal
een maand vakantie in het buitenland mag vieren.
2.3.4 – Geen uitkering bij niet rechtmatig verblijf
Vreemdelingen die niet rechtmatig verblijven kunnen geen beroep doen op
de socialezekerheidsregelingen (Koppelingswet 1998). Er kan hiervan
alleen afgeweken worden als het gaat om onderwijs, medisch
noodzakelijke zorg, rechtsbijstandverlening aan de vreemdeling en ter
voorkoming van inbreuken op de volksgezondheid.
In de rechtspraak is door kritiek een nuance ontstaan, niet-rechtmatige
vreemdelingen kunnen op sommige plekken verblijven (asielcentra etc).
2.4 – Materiele werkingssfeer
De materiele werkingssfeer wordt bepaald door de gebeurtenis die recht
geeft op de prestatie, het sociale risico.
Regelingen die een bestaansminimum garanderen kijken niet naar de
oorzaak, alleen naar of iemand behoeftig is (H10).
Socialezekerheidsrecht in kort bestek:
Hoofdstuk 1 – Inleiding
1.1 – Sociale zekerheid: wat is dat eigenlijk?
De Van Dale omschrijft sociale zekerheid als een vertaling van de ‘freedom
from want’ van Roosevelt. Het komt erop neer dat iedereen recht heeft op
bestaanszekerheid en de overheid daarbij een bepaalde
verantwoordelijkheid heeft.
Solidariteit is een kernwaarde van de sociale zekerheid: het is een
gezamenlijk streven. De sterken leveren een bijdrage om de zwakkeren te
beschermen.
1.2 – Focus van dit boek
Socialezekerheidsrecht
De rechtsregels van het socialezekerheidsrecht behoren tot het
bestuursrecht. Het wordt ook wel gegroepeerd in het ‘sociaal recht’,
samen met het arbeidsrecht.
Sociale risico’s
‘Sociaal risico’ verwijst naar Conventie nr. 102 van de IAO betreffende
minimumnormen inzake sociale zekerheid. Er worden daar een aantal
sociale risico’s opgesomd.
Het risico heeft vaak te maken met het verlies van arbeidsinkomsten. Het
kan ook bestaan uit extra kosten (bv medische zorg).
Behoeftigheid
Behoeftigheid wordt niet in de IAO-Conventie genoemd. In onze definitie
wordt behoeftigheid daarom apart vermeld, omdat ondersteuning aan
armen de oudste en een belangrijke vorm van sociale zekerheid is (bv
participatiewet).
Inkomensbescherming vs activering
Het primaire doel is inkomensbescherming = waarborgfunctie.
Naast de waarborgfunctie heeft de sociale zekerheid ook een
activeringsfunctie, bieden van steun bij re-integratie. Als
uitkeringsgerechtigden zich niet inspannen voor hun re-integratie kunnen
zij hun uitkering verliezen. De activeringsfunctie is dus een onderdeel van
de inkomensbescherming.
,Hoofdstuk 2 – Het socialezekerheidsstelsel
2.2 – Concept en werkdefinities
Sociale verzekeringen en sociale voorzieningen
Socialezekerheidsregelingen worden onderverdeeld in sociale
verzekeringen en sociale voorzieningen. De belangrijkste sociale
voorziening is de bijstandsregeling (participatiewet). Een kenmerk hiervan
is de middelentoets.
Sociale verzekeringen worden onderverdeeld in werknemersverzekeringen
en volksverzekeringen.
Kenmerken
Je kan naar 2 dingen kijken om het onderscheid tussen een sociale
verzekering of sociale voorziening te zien.
1. Verzekeringsbeginsel (equivalentiebeginsel)
2. Wijze van financiering
Verzekeringsbeginsel
Het verzekeringsbeginsel houdt in dat de premie hoger wordt wanneer het
risico hoger is. In privaatrechtelijke verzekeringen is dit vaak het geval,
maar in sociale verzekeringen zal de premie vaak aan het inkomen
gerelateerd zijn (solidariteitsgedachte). Ook als je geen premie betaald
kan je recht hebben op een uitkering.
Wijze van financiering
Sociale verzekeringen worden hoofdzakelijk betaald uit premies (behalve
de AKW).
Sociale voorzieningen worden betaald uit algemene middelen
(belastinggeld).
2.3 – Personele werkingssfeer
De personele werkingssfeer betreft de vraag welke personen de doelgroep
zijn van een regeling. Bij sociale verzekeringen zijn dat de verzekerden.
Elke sociale verzekering heeft zijn voorwaarden, maar er zijn
overeenkomsten. De begrippen ‘werknemer’ en ‘ingezetene’ worden vaak
hetzelfde gedefinieerd.
2.3.1 - Werknemersverzekeringen
Werknemer
De werknemer is verzekerd voor werknemersverzekeringen.
Werknemer = natuurlijke persoon die in een privaatrechtelijke of
publiekrechtelijke dienstbetrekking staat, en niet de pensioensleeftijd
heeft bereikt.
Dienstbetrekking
Een privaatrechtelijke dienstbetrekking = arbeidsovereenkomst ex art.
7:610 BW.
, 1. Persoonlijke arbeid
2. Loon
3. Gezagsverhouding
Een publiekrechtelijke dienstbetrekking = iemand die als ambtenaar bij
een overheidsorgaan werkt. Sinds 2020 zijn de meeste ambtenaren
overgestapt naar een privaatrechtelijke dienstbetrekking. Een aantal
specifieke functionarissen die in openbare dienst werkzaam zijn (bv politie,
defensie, politieke gezagsdragers), hebben nog een publiekrechtelijke
dienstbetrekking.
Fictieve dienstbetrekking
Sommige werkende zijn gelijkgesteld met werknemers, ze zijn verzekerd
op basis van een fictieve dienstbetrekking (kleine aannemers van werk,
thuiswerkers zonder aok, restcategorie). De voorwaarden zijn uitgewerkt in
het ‘Rariteiten-KB’.
Huishoudelijk personeel
Iemand die minder dan 4 dagen per week in de huishouding van iemand
werkt, valt buiten de werknemersverzekeringen.
Directeur-grootaandeelhouder
De DGA wordt meestal niet als werknemer gezien in de zin van de
verzekeringen. De macht uit zijn aandelenbezit is onverenigbaar met een
gezagsverhouding tot de nv of bv. Voor het arbeidsrecht en belastingrecht
wordt hij wel als werknemer gezien.
Zelfstandigen
Werknemersverzekeringen zijn niet bedoeld voor zelfstandigen, ze betalen
ook geen premie. Om onzekerheden over het feit of iemand een
zelfstandige is of niet te voorkomen, heeft de Belastingdienst een
registratiesysteem. Het huidige systeem is een systeem van
modelovereenkomsten. De opdrachtgever kan in principe voor 5 jaar er
van uitgaan dat hij geen premies hoeft af te dragen. Als achteraf blijkt dat
de zelfstandige eigenlijk als werknemer functioneerde, dan moet hij de
achterstallige premies betalen. Omdat opdrachtgevers zich hierdoor
‘onveilig’ voelde, heeft de Belastingdienst de beoordelingscriteria
gepubliceerd in de vorm van een vragenlijst.
Vrijwillige verzekering
Een niet-werknemer kan zich vrijwillig verzekeren. Ook als je tijdelijk even
geen arbeid verricht of als zelfstandige gaat werken kan je dus verzekerd
blijven. Je moet je wel binnen 13 weken na beëindiging van de verplichte
verzekering aanmelden voor de vrijwillige.
2.3.2 - Volksverzekeringen
Verzekerd voor volksverzekeringen zijn ingezetenen (rechtmatig in
Nederland wonende) of mensen die hier werken en loonbelasting betalen
(ook zelfstandigen).
, Wonen
Wonen betekent dat het middelpunt van je leven in Nederland ligt. Je kan
sociale, economische of juridische banden met Nederland hebben.
Sociaal: hebben van woonruimte of gezinsleden in NL
Economisch: werken in NL
Juridisch: Geldige verblijfstitel
De elementen wegen even zwaar, het gaat om het totaalplaatje.
Ingezetenschap wordt automatisch aangenomen als iemand is
ingeschreven in de Basisregistratie Personen.
Vluchtelingen en asielzoekers
Vluchtelingen hebben een verblijfsvergunning nodig om rechtmatig in NL
te wonen. Echter, de SVB neemt 3 jaar na aankomst in NL aan dat aan het
woonplaatsvereiste is voldaan (ook zonder verblijfsvergunning, tenzij
sprake is van hele bijzondere omstandigheden).
Vrijwillige verzekering
Als je naar het buitenland verhuist kan de verzekering voor de AOW en
Anw vrijwillig worden voortgezet voor 10 jaar. Je moet je hiervoor binnen 1
jaar na beëindiging van de verplichte verzekering hebben aangemeld. De
AOW heeft ook een inkoopmogelijkheid (terugwerkende kracht).
2.3.3 – Bijstandregeling
Iedere ingezetene in Nederland die niet in de noodzakelijke kosten van
bestaan kan voorzien, heeft recht op bijstand. Of iemand ingezetene is
wordt in principe op dezelfde manier als bij de volksverzekeringen
beoordeeld. Een uitzondering is dat een bijstandsgerechtigde maximaal
een maand vakantie in het buitenland mag vieren.
2.3.4 – Geen uitkering bij niet rechtmatig verblijf
Vreemdelingen die niet rechtmatig verblijven kunnen geen beroep doen op
de socialezekerheidsregelingen (Koppelingswet 1998). Er kan hiervan
alleen afgeweken worden als het gaat om onderwijs, medisch
noodzakelijke zorg, rechtsbijstandverlening aan de vreemdeling en ter
voorkoming van inbreuken op de volksgezondheid.
In de rechtspraak is door kritiek een nuance ontstaan, niet-rechtmatige
vreemdelingen kunnen op sommige plekken verblijven (asielcentra etc).
2.4 – Materiele werkingssfeer
De materiele werkingssfeer wordt bepaald door de gebeurtenis die recht
geeft op de prestatie, het sociale risico.
Regelingen die een bestaansminimum garanderen kijken niet naar de
oorzaak, alleen naar of iemand behoeftig is (H10).