bevorderen?
Hoeksema, K. (2016) Rechtvaardigheid, conflict en emancipatie, Sociologie voor de praktijk
Conflict en geweld zijn al zo oud als de mensheid, maar wat mensen echt in beweging
brengt is onvrede over hun situatie.
Emancipatie is het proces waarin een groepering vanuit een als onrechtvaardig
beoordeelde situatie op weg gaat naar een rechtvaardige situatie van gelijke behandeling.
Een gevoel van onrechtvaardigheid, onzekerheid of angst is doorgaans een drijfveer om iets
te willen veranderen aan maatschappelijke verhoudingen en een achtergestelde positie die
een bepaalde groep ervaart.
Bij emancipatie gaat het om een sociale beweging en die streeft naar een verbetering van
de maatschappelijke positie van die desbetreffende groep. Die maatschappelijke
positie/uitgangssituatie wordt gespiegeld aan de dominante groep in de samenleving. Dus
die wordt als onrechtvaardig ervaren ten opzichte van een andere, meer dominante groep.
Emancipatiebewegingen vormen de ruggengraat van sociale verandering.
Minoriteiten zijn achtergestelde of gemarginaliseerde bevolkingsgroepen die maar beperkt
beschikken over maatschappelijke invloed om hun positie in de samenleving te verbeteren
en ze worden tegenover de dominante groep geplaatst die meer macht, privileges en invloed
heeft om de samenleving te beïnvloeden.
Van een emancipatiebeweging is sprake wanneer de volgende twee elementen zich in
combinatie voordoen:
- Het is een sociale beweging die streeft naar verbetering van de maatschappelijke
positie van de sociale categorie of groep die door deze beweging wordt
vertegenwoordigd.
- De maatschappelijke uitgangssituatie van de desbetreffende categorie wordt als
onrechtvaardig ten opzichte van andere sociale categorieën of groepen ervaren.
Voorbeelden zijn: vrouwenemancipatie, arbeidersbeweging, lhbti+ beweging.
Een sociale beweging is een breed georganiseerde inspanning van een groep mensen om
maatschappelijke verandering teweeg te brengen of tegen te houden. Dit kan zowel
progressief als conservatief zijn.
Een emancipatiebeweging is een bijzondere (specifieke) vorm van het bredere begrip
‘sociale beweging’. Het is gericht op het bevrijden of gelijkstellen van een
achtergestelde/gemarginaliseerde groep. Rechtvaardigheid wordt het sleutelbegrip bij
emancipatie.
Dus een sociale beweging is een overkoepelend begrip (kan elk maatschappelijk doel
nastreven). Een emancipatiebeweging is een specifieke sociale beweging die draait om het
bevrijden en gelijkstellen van achtergestelde groepen.
De geschiedenis over het nadenken over rechtvaardigheid:
Bij rechtvaardigheid gaat het per definitie altijd over de verdeling van zowel rechten als
plichten (verdelingsvraagstuk). Anderen kunnen de plicht hebben om jouw rechten toe te
,kennen, maar als je die rechten krijgt, horen daar ook weer plichten bij. Het recht om auto te
mogen rijden geeft jou de plicht om je aan de verkeersregels te houden.
Talent was voor de oude Grieken de maatstaf voor de vraag wat rechtvaardig is, maar
talent werd ook gekoppeld aan verplichtingen. Iedereen moet krijgen wat hem toekomt, dat
wil zeggen dat iedereen moet doen en moet krijgen naar talent. (vb. iemand kan goed gitaar
spelen en de ander niet, er is maar 1 gitaar, dan krijgt degene die goed kan spelen de
gitaar). Bij de oude Grieken werden bij dat talent ook plichten gekoppeld. Het gaat dus om
de verdeling van rechten en plichten.
In het feodale tijdperk (standenmaatschappij) betekende rechtvaardigheid dat mensen
recht hadden te worden behandeld naar hun stand en de plicht hebben te handelen naar
hun stand. Iedere stand kende zijn eigen rechten en plichten. Deze werden door erfrecht
overgedragen van de ene generatie op de andere. Het erfrecht is dan het instituut dat
bepaalt wat recht en onrecht is.
Tijdens de Franse Revolutie (het gelijkheidsbeginsel) kwam er verzet tegen de adellijke
privileges (voorrechten). Iedereen moest gelijk worden. Gelijkheid (uniformiteit) en
rechtvaardigheid werden synoniem. Dit gelijkheidsbeginsel heeft veel slachtoffers gemaakt.
De ‘afwijkende’ mensen moesten worden uitgeschakeld. Toch bleken bepaalde mensen een
sterke machtspositie te verkrijgen.
Het liberalisme dat zich na de Franse Revolutie ontwikkelt, kiest voor het dubbele
rechtvaardigheidsbegrip. Het uitgangspunt blijft dat iedereen formeel, ten opzichte van de
wet, gelijk is (er mogen geen privileges meer bestaan), maar die gelijkheid wordt
genuanceerd door het principe van Aristoteles. De maatstaf ‘talent’ wordt vervangen door
verdienste, die in de economie en in de private sfeer wordt beloond. Wat iemand op de
economische markt zelf verdient, is dus per definitie rechtvaardig. Het is op rechtvaardige
wijze verkregen. De markt als institutie kan niet onrechtvaardig zijn, want niemand is
persoonlijk verantwoordelijk voor de verdeling via de markt. De beloonde verdiensten dragen
bij aan de verhouding van het welvaartspeil van de samenleving als geheel. Een
samenleving waarin de verdeling is gebaseerd op verdienste, noemen we een meritocratie.
Socialisten en communisten verzetten zich tegen de liberale maatstaf van ‘verdiensten’.
Verschil in afkomst leidt tot een ongelijke startpositie in de maatschappij en niet iedereen is
gelijk op de arbeidsmarkt. Daarnaast heeft de marktordening een ‘politiek’ karakter, want het
rechtvaardigheidsbegrip van het liberalisme begunstigt de kapitalistische eigenaren. Het
rechtvaardigheidsbegrip van de socialisten gaat daarom uit van het behoeftecriterium.
Iedereen moet naar behoefte krijgen. Het behoeftecriterium baseert zich op het gegeven dat
iedereen op grond van verschil in vaardigheden en talent andere behoefte heeft om zich te
kunnen ontplooien. Het is de verantwoordelijkheid van de samenleving als geheel om deze
extra faciliteiten te bieden.
Elke discussie over rechtvaardigheid stelt de maatschappelijke ordening ter discussie.
Tegenwoordig bestaan er meerdere rechtvaardigheidsprincipes naast elkaar. De
naoorlogse verzorgingsstaat vond zijn fundament in een stapeling van
rechtvaardigheidsbeginselen.
, - Historisch verworven rechten worden beschermd door middel van het
eigendomsrecht en erfrecht.
- Formele gelijkheid wordt gegarandeerd binnen het kader van de Grondwet en wordt
uitgewerkt in de Algemene wet van gelijke behandeling. Formele gelijkheid: Voor de
wet is iedereen gelijk. Er mag geen onderscheid gemaakt worden tussen mensen of
groepen op grond van irrelevante kenmerken. Discriminatie doet zich voor indien een
irrelevante eigenschap of een irrelevant kenmerk leidt tot een verschil in
behandeling.
- De liberale interpretatie van het verdienstencriterium wordt via de economie in stand
gehouden.
- Aan het behoeftecriterium wordt in zekere zin voldaan door middel van het
voorzieningenstelsel van de overheid. De overheid voorzien de bevolking van de
(minimale) menselijke basisbehoeften.
- Aan het capaciteitscriterium wordt tot op zekere hoogte voldaan door eisen voor
toegang tot bepaalde voorzieningen te formuleren. De plicht om naar vermogen te
presteren. Bijvoorbeeld dat je recht hebt op een uitkering wanneer je voldoet aan de
sollicitatieplicht. Het heeft te maken met verantwoordelijkheid.
De verschuiving van een verzorgingsstaat naar een participatiesamenleving verandert ook
de rechtvaardigheidsprincipes. Er ontstaat een geleidelijke verschuiving van de
prioriteitstelling van het behoefteprincipe naar de andere beginselen. Aan ‘verdiensten’ wordt
meer gewicht toegekend, terwijl door het benadrukken van de sociale verantwoordelijkheid
in de vrijwilligerssfeer het capaciteits- of verantwoordelijkheidscriterium opduikt. De nadruk
wordt gelegd op ieders sociale plicht ten opzichte van de samenleving.
Tijdperk Rechtvaardigheidsprincipe
Oude Grieken Verdelen naar talent (ieder krijgt wat hij kan bijdragen).
Feodale tijdperk Leven naar stand en erfelijke rechten.
Franse Revolutie Gelijkheid en uniformiteit.
Liberalisme Dubbele rechtvaardigheid – formele gelijkheid + verdeling naar
verdienste (meritocratie).
Socialisme en Verdeling van behoefte.
communisme
Naoorlogse Een stapeling van principes (eigendomsrecht, formele
verzorgingsstaat gelijkheid, behoefte, verdiensten, verantwoordelijkheid).
Participatiesamenleving
In de huidige samenleving bestaan meerdere rechtvaardigheidsprincipes naast elkaar.
- In de verzorgingsstaat lag de nadruk op behoefte (sociale zekerheid, zorg).
- In de participatiesamenleving is er meer nadruk op verdiensten en eigen
verantwoordelijkheid (mantelzorg, vrijwilligerswerk, re-integratieplicht).
Dit kan leiden tot spanningen tussen rechten en plichten