Scheikunde H3 Organische Chemie
3.1 Verbrandingsreacties
Alle stoffen bevatten een bepaalde hoeveelheid chemische energie E. Als bij
een reactie een deel van deze energie vrijkomt in een andere vorm, spreek je
van een exotherme reactie. Planten kunnen doormiddel van zonlicht
koolstofdioxide en water omzetten in glucose, dit wordt fotosynthese
genoemd. Omdat er in deze reactie
energie van buiten wordt omgezet in
chemische energie, noem je dit proces een endotherme reactie. De energie die
wordt omgezet in een reactie noem je het energie-effect ΔE.
ΔE = E reactieproducten – E beginstoffen
In exotherme reacties is ΔE < 0, omdat de chemische energie van de
reagerende stoffen toeneemt. In een endotherme reactie is ΔE > 0, omdat de
chemische energie van de reagerende stoffen toeneemt.
In een
exotherme reactie
komt er meer energie vrij bij
het maken van de nieuwe atoombindingen in de reactie producten, dan dat er
energie nodig is om de atoombindingen te verbreken in de beginstoffen. Bij
een endotherme reactie moet constant energie worden toegevoegd om de
reactie op gang te houden. Om een reactie opgang te brengen is
activeringsenergie (Eact) nodig, hoe meer activeringsenergie er nodig is, hoe
moeilijker de reactie verloopt.
De geactiveerde toestand is altijd het hoogste energieniveau in het
energiediagram. De reactiewarmte is de hoeveelheid energie die vrijkomt of
nodig is bij een chemische reactie.
Endotherm Exotherm
₂
, Uit uitgestorven plantenmateriaal ontstaan verbindingen die voornamelijk zijn
opgebouwd uit koolstof en waterstof, deze bindingen worden daarom
koolwaterstoffen genoemd. Als er voldoende zuurstof is kunnen deze fossiele
brandstoffen volledig verbrand worden, er ontstaat dan CO₂ (g) en H₂O (l). Als
er te weinig zuurstof is vind er een onvolledige verbranding op, hierdoor
ontstaat CO (g) en roet C (s). DE hoeveelheid energie die vrijkomt per mol
verbrande stof noem je de verbrandingswarmte (T56). De
ontbrandingstemperatuur is de temperatuur waarbij de verbranding spontaan
begint (zonder vlam).
Het volume van een bepaalde hoeveelheid mol is te berekenen met het molair
volume (Vm).
V = n x Vm
V in kubieke decimeter
n in het aantal mol
Vm in kubieke decimeter per mol
Vm = 22,4 bij 273 K
Vm = 24,5 bij 298 K
3.2 Organische verbindingen
Organische verbindingen bestaan voornamelijk uit koolstof- en
waterstofatomen. Veel van deze organische verbindingen zijn giftig.
In een structuurformule geef je aan hoe de atomen in een molecuul onderling
zijn verbonden. In alkanen zitten alleen maar koolstof- en waterstofatomen die
met een enkelvoudige binding met elkaar zijn verbonden. In een alkaan is het
maximaal aantal H-atomen gebonden, hierdoor worden ze ook wel verzadigde
koolwaterstoffen genoemd.
Van sommige koolwaterstoffen zijn er meerdere structuurformules te maken,
je kunt ze onvertakt en vertakt tekenen. De verschillende structuurformules
zijn structuurisomeren.
3.1 Verbrandingsreacties
Alle stoffen bevatten een bepaalde hoeveelheid chemische energie E. Als bij
een reactie een deel van deze energie vrijkomt in een andere vorm, spreek je
van een exotherme reactie. Planten kunnen doormiddel van zonlicht
koolstofdioxide en water omzetten in glucose, dit wordt fotosynthese
genoemd. Omdat er in deze reactie
energie van buiten wordt omgezet in
chemische energie, noem je dit proces een endotherme reactie. De energie die
wordt omgezet in een reactie noem je het energie-effect ΔE.
ΔE = E reactieproducten – E beginstoffen
In exotherme reacties is ΔE < 0, omdat de chemische energie van de
reagerende stoffen toeneemt. In een endotherme reactie is ΔE > 0, omdat de
chemische energie van de reagerende stoffen toeneemt.
In een
exotherme reactie
komt er meer energie vrij bij
het maken van de nieuwe atoombindingen in de reactie producten, dan dat er
energie nodig is om de atoombindingen te verbreken in de beginstoffen. Bij
een endotherme reactie moet constant energie worden toegevoegd om de
reactie op gang te houden. Om een reactie opgang te brengen is
activeringsenergie (Eact) nodig, hoe meer activeringsenergie er nodig is, hoe
moeilijker de reactie verloopt.
De geactiveerde toestand is altijd het hoogste energieniveau in het
energiediagram. De reactiewarmte is de hoeveelheid energie die vrijkomt of
nodig is bij een chemische reactie.
Endotherm Exotherm
₂
, Uit uitgestorven plantenmateriaal ontstaan verbindingen die voornamelijk zijn
opgebouwd uit koolstof en waterstof, deze bindingen worden daarom
koolwaterstoffen genoemd. Als er voldoende zuurstof is kunnen deze fossiele
brandstoffen volledig verbrand worden, er ontstaat dan CO₂ (g) en H₂O (l). Als
er te weinig zuurstof is vind er een onvolledige verbranding op, hierdoor
ontstaat CO (g) en roet C (s). DE hoeveelheid energie die vrijkomt per mol
verbrande stof noem je de verbrandingswarmte (T56). De
ontbrandingstemperatuur is de temperatuur waarbij de verbranding spontaan
begint (zonder vlam).
Het volume van een bepaalde hoeveelheid mol is te berekenen met het molair
volume (Vm).
V = n x Vm
V in kubieke decimeter
n in het aantal mol
Vm in kubieke decimeter per mol
Vm = 22,4 bij 273 K
Vm = 24,5 bij 298 K
3.2 Organische verbindingen
Organische verbindingen bestaan voornamelijk uit koolstof- en
waterstofatomen. Veel van deze organische verbindingen zijn giftig.
In een structuurformule geef je aan hoe de atomen in een molecuul onderling
zijn verbonden. In alkanen zitten alleen maar koolstof- en waterstofatomen die
met een enkelvoudige binding met elkaar zijn verbonden. In een alkaan is het
maximaal aantal H-atomen gebonden, hierdoor worden ze ook wel verzadigde
koolwaterstoffen genoemd.
Van sommige koolwaterstoffen zijn er meerdere structuurformules te maken,
je kunt ze onvertakt en vertakt tekenen. De verschillende structuurformules
zijn structuurisomeren.