• Omschrijven van de vijf fasen van methodisch hulpverlenen binnen
de sociaal agogische hulpverlening;
• Toelichten van de meest gebruikte methoden binnen de sociaal
agogische hulpverlening;
• Toepassen van de best passende interventie bij een sociaal
agogische probleemsituatie aan de hand van een casus;
• Analyseren van het belang van methodisch werken aan de
hand van een casus;
• Beschrijven van een (eenvoudig) vraagstuk van een cliënt aan de
hand van een casus;
• Beschrijven van verschillende visies op en in de sociaal
agogische hulpverlening.
, Samenvatting Module methodisch werken:
Methodisch werken is:
* een interactioneel gebeuren tussen hulpverlener en client;
* Ter oplossing van problemen;
* dat – min of meer- in fasen verloopt;
* vanuit specifieke opvattingen en uitgangspunten (visie)
De volgende kernbegrippen staan centraal in deze module:
• Onderscheid methodiek, methode en interventie;
Methodiek is “de leer van de methode”, je zou kunnen zeggen: methodiek is
de gestolde gereflecteerde neerslag (bijvoorbeeld in boekvorm) van een
methode in de praktijk. Methodiek is gesystematiseerde praktijktheorie. (zie
nog paragraaf 3.4)
methode is de manier waarop een methodiek wordt toegepast, dit is
afhankelijk van hoe een methodiek word ingezet door de hulpverlener, van
de cliënt en zijn systeem, welke methode past hierbij het beste?
Interventies zijn de acties die bij de verschillende methodes en methodieken
passen. Interventies vormen als het ware de kleinste eenheid van methodisch
werken in de hulpverlening.
Het model methodisch werken is geen diagnostisch instrument maar een
analyse instrument. Het model kan wel als leidraad worden gebruikt, om
systematisch na te denken over je handelen.
Methodisch werken
(formeel model)
Methodiek
(praktijktheorie)
Method
e
(praktijk)
Interventies/technieken
(kleinste eenheid)
• Kritische reflectie;
Reflectie houdt in: de hulpverlener die stil staat bij zijn eigen
(hulpverlenings)handelen. Bij het handelen word gebruik gemaakt van
subjectieve praktijkervaring, hierbij mag het echter niet blijven. Een
hulpverlener zal gebruik moeten maken van algemeen geldende noties, en
overwegingen.
Kritisch reflectief houdt in: de hulpverlener buigt zich over datgene waarmee
hij bezig is, maakt daarmee zijn uitgangspunten, theoretische overwegingen,
opvattingen en normen (kortom: zijn visie) expliciet en onderwerpt deze aan
een kritische beschouwing. Beargumenteerd wordt, dat deze kritische