Krachten kun je niet zien, de gevolgen ervan wel
Grootheid: Kracht (F)
Eenheid: Newton (N)
Gevolgen van krachten:
- richting verandert (van de snelheid)
- grootte verandert (van de snelheid)
- vervorming
Vector/vectorgrootheid: grootheid van de kracht (met een pijl aan te geven)
Een vector heeft een grootte, richting en een aangrijpingspunt
Regels voor tekenen van krachten:
- pijl begint bij aangrijpingspunt van de kracht
- pijl wijst in richting waarin de kracht werkt
- grotere kracht langere pijl
Krachten teken je op schaal (moet je aangeven als je schaal gebruikt)
Vb. 1 cm ≙ 10 N
Zwaartekracht (Fz) en normaalkracht (Fn)
Zwaartekracht: kracht waarmee een voorwerp naar de aarde wordt getrokken
Zwaartepunt: aangrijpingspunt van de zwaartekracht (midden van voorwerp)
Grotere massa grotere zwaartekracht
Richting (Fz) = naar beneden (midden van de aarde)
- Fz = m x g
m = massa (kg)
g = valversnelling (m/s2) BINAS 31
Normaalkracht: kracht die een oppervlak uitoefent op een object dat erop rust
Richting (Fn)= naar boven (loodrecht op het oppervlak)
Als een voorwerp niet naar beneden valt en op een oppervlak rust geldt er: F z = Fn
Veerkracht (Fv) en spankracht (Fspan)
Veerkracht: kracht waarmee een veer/elastisch materiaal terugkeert naar zijn oorspronkelijke
vorm/positie nadat het is uitgerekt/vervormd.
Richting (Fv) = tegengestelde richting van de uitrekking van de veer (meest naar boven)
Als een voorwerp stil hangt geldt: Fz = Fv
, - Fv = C x u
C = veerconstante (N/m)
u = uitrekking (m)
Grotere veerconstante stuggere veer
Grotere uitrekking grotere veerkracht
Spankracht: kracht die aanwezig is in een gespannen touw (of ander elastisch materiaal). De
kracht die ervoor zorgt dat het materiaal gespannen blijft.
Richting (Fspan) = langs het touw/elastisch materiaal dat voor de spankracht zorgt
Spierkracht (Fspier) en weerstandskrachten (Fw)
Spierkracht: kracht die spieren uitoefenen op objecten
Schuifwrijvingskracht (Fw,s): kracht die optreedt wanneer twee oppervlakken tegen elkaar
schuiven en wordt veroorzaakt door wrijving, waardoor ze de neiging hebben om elkaar te
vertragen.
Grotere kracht grotere schuifwrijvingskracht (totdat de schuifwrijvingskracht maximale
waarde Fw,s,max heeft bereikt)
Spierkracht> Fw,s,max object komt in beweging
Fw,s is afhankelijk van:
- ruwheid van beide oppervlakken (f)
- grootte van normaalkracht
- Fw,s,max = f x Fn
f = wrijvingscoëfficiënt (geen eenheid)
Rolweerstandskracht (Fw,r): kracht die ontstaat wanneer een voorwerp rolt over een
oppervlak, waardoor het wordt vertraagd.
Minder indeuking (bijv banden op de grond) kleinere rolweerstandskracht
Schuifwrijvingskracht en rolweerstandskracht zijn niet afhankelijk van de snelheid van een
voorwerp (luchtweerstandskracht wel)
Luchtweerstandskracht (Fw,l): de kracht die ontstaat wanneer iets door de lucht beweegt en
de beweging vertraagt.